Gesterkt door het Rex-VNV akkoord, kondigde Léon Degrelle in oktober 1936 met veel bombast zijn
'Mars op Brussel van 250 000 rexisten' aan die gepland werd voor 25 oktober 1936. Die datum was niet toevallig gekozen. 25 oktober
was uitgerekend ook de dag waarop de oud-strijders van de Eerste Wereldoorlog hun jaarlijkse optocht hielden in de neutrale zone
van het parlement. Naar jaarlijkse gewoonte defileerden zij massaal voorbij het koninklijk paleis te Brussel waar de koning hen opwachtte,
waarna de stoet verder trok om hulde te brengen aan het monument van de Onbekende Soldaat, de zogeheten Congreskolom die op
26 september 1859 werd ingehuldigd.
Het plan van Degrelle was gedurfd. Volgens het scenario van Rex moest deze optocht van oud-strijders op 25 oktober uigroeien tot een opstand
tegen het parlement waar alle extreem-rechtse krachten samen met de oud-strijders van de VOV-UFAC, achter de Belgische vlag en de
monarchie, het nabijgelegen parlement en de ministeries zouden bestormen. Degrelle liet zich daarbij inspireren door de rellen
in Parijs van 6 februari 1934, waar extreemrechts onder leiding van kolonel de La Rocque en de oud-strijders van zijn
vuurkruisers -de Croix de Feu- samen met 40.000 extreemrechtse betogers het paleis bestormden om het socialistische kabinet van Léon
Blum uit haar voegen te lichten.
In de weken die vooraf gingen aan de mislukte coup, onderhield Degrelle nauwe contacten met de vele Fraternelles en
oud-strijdersorganisaties. De krant Le Soir maakte bekend dat, precies op de dag van het Rex-VNV akkoord, dat de Rex-leiding geheime
besprekingen voerde met de VOV-UFAC, de Vereniging van Verbroederingen van het Veldleger, en dat een samenwerkingsakkoord op til stond om
op 25 oktober het ogenblik zou aanbreken om met de verenigde extreem-rechtse milities hun oude plan van mei 1935 uit te voeren en het
kabinet van Van Zeeland ten val te brengen. Op 11 oktober 1936 kwamen 5.000 vuurkruisers samen te Brussel waar Stassart, de voorzitter van Henegouwen, onomwonden zijn dreigementen
uitte: "De vuurkruisers zullen in dienst staan van de revolutie, zoals zij destijds in dienst stonden van het vaderland. Wij bevinden
ons vanaf vandaag in staat van wettige zelfverdediging!"
De spanning bleef toenemen. Op 14 oktober verklaarde graaf Charles d'Aspremont Lynden, voorzitter van de Féderation des Cercles
Catholiques, op een vergadering onomwonden dat hij een regeringscoalitie met Rex verkoos boven een coalitie met de socialisten. De katholieke
senator stelde dat "Het rexisme een levendige kracht vormt die in grote mate beantwoordt aan wat de publieke opinie wezenlijk nastreeft.
Rex stelt een probleem waar men niet moet trachten te ontkomen, maar dat integendeel moet opgelost worden." Een deel
aan de rechterzijde van de katholieke partij leek zich tegen het kabinet Van Zeeland te keren.
Daarnaast dreigde nog een ander en belangrijker gevaar: het officierenkorps van de Rijkswacht dat zelf al jaren geïnfiltreerd werd
door extreemrechtse krachten. De Verbroedering van de Rijkswacht stond onder de leiding van kolonel
Georges Vigneron, die tevens kopstuk bij Rex was en tegelijk ook de chef van de ordedienst van Rex, de
privémilitie S.O.P., die de manifestatie organiseerde. De Rijkswacht die de openbare orde moest handhaven tijdens de komende
Mars op Brussel van Rex, kon zich wel eens tegen het parlementaire regime keren op die bewuste dag.
Ook de minister van Buitenlandse Zaken, de socialist Paul-Henri Spaak (1899-1972), mengde zich in de verbale strijd en sprak op 16 oktober:
"De regering neemt nu de leiding van de strijd tegen al diegenen die ervan dromen België een regime
van diktatuur op te leggen.(..) Indien wij de essentie van onze tradities en onze politieke organisatie willen redden, dan moeten wij
in de eerste plaats de moed en de wil opbrengen om de staat te versterken en hem toe te laten de aanvallen af te slaan die tegen hem ondernomen worden. (..)
Ik vraag dus welbewust, dat de krachten veeleer gebundeld worden onder hetmotto van de verdediging der vrijheden dan onder het motto van de
verdediging van de democratische instellingen, zoals die nu bestaan.(..) Het lijdt volgens mij geen twijfel, dat Degrelle een
totalitaire staat in het leven wil roepen. Zijn ganse taktiek toont aan dat daar zijn doel ligt. Eén almachtige leider, geen politieke partijen, tenzij één
enkele: die van de leider zelf. Dat is de weg die leidt naar de dictatuur."
Paul Van Zeeland had eveneens de donderwolk zien aankomen en verbood prompt de aangekondigde betoging. Op 22 oktober, drie dagen voor
de mars moest plaatsvinden, verdedigde de premier zijn beslissing in een nieuwe radiorede. Van Zeeland gebruikte de klassieke
en populistische bliksemafleider 'het is allemaal de schuld van links' om aldus de rechtse leiders binnen de VOV-UFAC te lijmen
en benadrukte verscheidene malen dat de regering geen communistische dictatuur zou dulden: "Als ik het
goed heb, is de voornaamste motivatie, die u momenteel in beweging brengt, de onrust die een groot aantal onder u ertoe aanzet zich te verzetten
tegen het communistisch gevaar. Op dit punt wil ik twee precieze verklaringen afleggen. Ten eerste. De regering is gewapend tegen
elke poging tot communistische opstand of geweldpleging."
Van Zeeland waarschuwde ervoor om geen geweld te gebruiken om het communisme af te stoppen: "Geweld roept geweld, wanorde
roept wanorde op. De onwettelijkheid is een kwaad op zich. De ergst mogelijke aberratie zou erin bestaan de orde te willen verdedigen en bewaren door zelf als eerste de
agitatie en de wanorde uit te lokken." De dringende oproep van Van Zeeland om geen geweld te gebruiken en de orde en
kalmte te bewaren was niet lichtzinnig. De socialistische partij had als repliek op Rex, haar kaderleden en militanten opgeroepen
om op 24 en 25 oktober, de dag van de aangekondigde mars, om massaal deel te nemen aan een inderhaast bijeengeroepen congres dat
te Brussel werd gehouden.
Bovendien had ook de socialistische vakbond haar militanten, waaronder de goed getrainde Jeunes Gardes Socialistes en
de Union Socialiste Anti-Fasciste (USAF) geleid door Aimé Verneirt, opgeroepen om haar lokalen te bewaken tijdens de bewuste
meeting. Een groot deel van de USAF zal zich trouwens later, tijdens de bezetting, engageren in het verzet bij de
Gewapende Partizanen. Aimé Verneirt, zoon van een
metaalvakbondsleider, werd op 19 juli 1943 aangehouden en hij werd door de nazi's terechtgesteld in München op 27 oktober 1944.
Op 23 oktober deed zich nog een ander incident voor dat de spanning deed toenemen. Te Brussel werden een half dozijn militanten van
het Nationaal Legioen-Légion Nationale ingerekend, toen ze een groot aantal revolvers en geweren uit het locale wapenmuseum trachten
te stelen. Het gearresteerde LN-lid, de 24-jarige Raymond Leloup, verklaarde tegenover de politie dat de wapendiefstal werd beraamd
"omdat socialisten en communisten zich ook bewapenen."