
Wat er tot nog toe (1968) is gepubliceerd over het vernietigen van zes miljoen Joodse levens door de nazi's, is in wezen een
verhaal over de moordenaars en hun slachtoffers. In dit verpletterende, dramatische en uitdagende boek, houdt Arthur Morse zich bezig
met een ander aspect van Hitlers pogingen om een heel volk uit te roeien. Zijn aandacht gaat meer naar de omstanders dan naar de moordenaars en de vermoorden.
Hij stelt en beantwoordt aan de hand van onaanvechtbaar feitenmateriaal -grotendeels uit tot nog toe geheime en ongepubliceerde stukken- drie hoogst
belangrijke vragen. Wat wist men in de andere landen, en meer speciaal in de Verenigde Staten en Groot-Brittannië, over de plannen
van de nazi's om de joden uit te roeien? Hoe reageerden ze op de feiten voor zover ze die kenden? En, ten slotte, had men méér
kunnen doen om te voorkomen dat er zes miljoen mannen, vrouwen en kinderen werden vermoord?
Arthur Morse verklaart dat zowel het State Department als het Foreign Office lang voor het uitbreken van de oorlog Hitlers plannen kende. Hij toont
aan dat beide zowel voor als tijdens de oorlog hebben geaarzeld met het treffen van maatregelen om die plannen uitvoerbaar te maken. Sterker nog,
hij verklaart dat er door beide landen veel méér had kunnen worden gedaan om de omvang van de gruwelijke misdaad die werd gepleegd te beperken.
Zijn verslag van de officiële reacties op het vluchtelingenprobleem aan beide kanten van de Atlantische Oceaan vormt dan ook een schril contrast
tot wat hij vertelt over individuele gevallen van heldenmoed en opofferingsgezindheid.
In sommige opzichten is dit boek een veroordeling van de westerse democratieën. Het is bovendien een zeer belangrijk boek, want om de genocide
in de toekomst te kunnen voorkomen, moeten wij begrijpen hoe zoiets in het verleden mogelijk is geweest, niet alleen in termen van
de beulen en hun slachtoffers, maar ook in die van hen die toezagen. Prof. Dr. J. Presser schreef een ten geleide voor de Nederlandse uitgave.
Arthur D. Morse over het Uitroeiingsplan [blz. 15]: "O
p 1 augustus 1942 legde de geschiedenis een zeer zware last op de schouders van Gerhart Riegner, de Zwitserse vertegenwoordiger van
het World Jewish Congress. Die dag hoorde Riegner, die zelf uit Nazi-Duitsland was gevlucht, van een vooraanstaande Duitse industrieel, dat Hitler al
vele maanden eerder bevel had gegeven voor het uitroeien van alle Joden in Europa. Dit bericht, dat door de Duitser met levensgevaar was doorgegeven aan
Lausanne, vermeldde zelfs de methode: Pruisisch zuur, het dodelijke bestanddeel van Zyklon B-gas.
Onder alle andere omstandigheden zou Riegner dit rapport als een lugubere overdrijving hebben beschouwd, maar de gegevens die hij op zijm luisterpost in
Geneve had verzameld, dwongen hem de onthulling van de Duitser ernstig te nemen. Riegner had evenals de regering van de Verenigde Staten en Groot-Brittannië
een stroom van informatie ontvangen over het deporteren van Joodse mannen, vrouwen en kinderen naar Polen. Hij en zij wisten van de massale executies waarbij
grote groepen Joden in Polen en Rusland om het leven waren gekomen: sinds de Duitsers in juni 1941 de Sowjetunie waren binnengevallen, waren honderdduizenden
Joden doodgeschoten door de Einsatzgruppen, de mobiele moordkolonnes, die de Nazi-troepen voor dit speciale doel volgden. Er was op zo'n massale schaal
gemoord dat de slachting niet geheim kon worden gehouden, ook al trof men de strengste voorzorgsmaatregelen. Gedetailleerde rapporten van dit optreden
hadden de Verenigde Staten en hun bondgenoten bereikt en waren zelfs in de kranten verschenen..."
Arthur D. Morse (1920-1971) is zijn carriere begonnen als freelance schrijver voor nationale tijdschriften. Zijn werk op dit gebied heeft veel
waardering gevonden; hij werd door Sigma Delta Chi in haar jaarlijkse beoordeling geprezen als iemand die „hoogstaande artikelen van algemeen belang"
schreef. In 1953 kwam hij bij CBS News, waar hij verslaggever-regisseur werd voor Edward R. Murrow's programma
See it Now.
Hij droeg de verantwoording voor een aantal van de meest geruchtmakende afleveringen, o.a. de eerste documentaire van CBS over de sigaretten-longkanker
controverse. Na te hebben gewerkt als producer van CBS Reports is hij Fred Friendly opgevolgd als chefproducer van deze pioniersgroep. Zijn documentaires
zijn meerdere malen onderscheiden, o.a. met de Robert E. Sherwoodprijs en de George Foster Peabodyprijs. Hij is de auteur van Schools of Tomorrow - Today.
De heer Morse nam in 1965 ontslag bij de CBS om dit boek te kunnen schrijven. Hij woonde tot aan zijn dood in 1971, samen met zijn vrouw en twee kinderen
in Scarsdale, New York.