Tussen 1936 en 1939 vond de Spaanse Burgeroorlog plaats die aan ruim
1 miljoen mensen het leven kostte. Het Franco-regime wist te laveren tussen de logistieke steun aan de Italiaanse en Duitse
oorlogsmachine en een zogenaamde politieke neutraliteit. Het virulent anti-communisme van Franco maakte hem een geschikt
bondgenoot in de koude oorlog.

De nationalisten onder leiding van Generaal Franco, proberen met alle geweld de gematigd linkse regering uit het zadel te
lichten. Franco kan rekenen op de actieve steun van Duitsland en Italië en in feite was de Spaanse Burgeroorlog de
generale repetitie voor de aanstaande Wereldoorlog. De overwinning van de nationalisten van Franco hadden veel te danken aan
het Duitse contingent, waaronder het 5.000 man sterke
Condor-legioen, een experimentele tank-, anti-tank en
luchtmachteenheid.
De Burgeroorlog had spoedig internationale allures aangenomen en vele communisten en andere linkse immigranten uit
België en Nederland vertrokken naar Spanje om samen aan de zijde tegen Franco te strijden. Zowat 2.000 Belgische
'Interbrigadisten' hebben deelgenomen aan de Burgeroorlog. Vele van deze Spanje-strijders zullen later terug opduiken bij
het verzet en vooral bij de Gewapende Partizanen. De Spaanse communiste Dolores Ibarurri (1895–1989), bijgenaamd
'La Pasionara', was de levende legende van die strijd en van haar zijn de legendarische woorden 'No pasaran!':
("Zij (=de fascisten) zullen er niet doorkomen")
Zelden sprak een oorlog zo tot de verbeelding als de Spaanse Burgeroorlog. Een oorlog die velen beschouwden als een
confrontatie tussen Goed en Kwaad, tussen democratie en fascisme. Een oorlog die vrijwilligers uit alle landen aantrok om aan
de zijde van de Spaanse arbeiders te strijden; een oorlog die talloze kunstenaars, schrijvers en dichters inspireerde. In
2006 is het zeventig jaar geleden dat de Spaanse burgeroorlog uitbrak.

Hij begon als een nationalistische militaire opstand
tegen de wettige republikeinse regering en eindigde drie jaar later met de overwinning van de nationalisten. Hun leider,
generaal Franco, hield Spanje tot zijn dood in 1975 in zijn greep. De burgeroorlog was geen interne aangelegenheid, Franco
kreeg steun van Italie en Duitsland, de republikeinen ontvingen voornamelijk steun van de Sovjetunie. De Spaanse burgeroorlog
van 1936-´39 kan dan ook gezien worden als een generale repetitie voor de Tweede Wereldoorlog. bron:
Pienternet: De Spaanse Burgeroorlog
Zeventig jaar geleden is het dat er in Spanje tegen de dictatuur van Franco werd gevochten. Over heel de wereld trokken
antifascisten naar Spanje die verenigd in de
Internationale Brigades ten strijde trokken tegen het fascisme.
De Spaanse Republiek kreeg steun van tienduizenden - al naargelang de bron tussen de 30.000 en 60.000 - buitenlandse
vrijwilligers. In deze internationale Brigades vochten ook Belgische antifascisten, onder hen ook naar schatting 1.700
Belgen. Eén van hen was
Albert De Coninck. Hij was destijds een jonge communistische militant,
die naar Spanje ging om tegen het fascisme te vechten. Hij maakte daar deel uit van een speciale guerrillaeenheid.
Albert De Coninck werd geboren in 1915. Liep school op het Atheneum van Mechelen. Werd in 1932 lid van de Kommunistische Partij.
Na vervulling van zijn legerdienst vertrok hij op 2 februari 1937 naar Spanje om als vrijwilliger deel te nemen in de Internationale
Brigaden. Pas terug uit Spanje werd hij gemobiliseerd in het Belgisch Leger. Tijdens de achttiendaagse veldtocht bevond hij zich
tussen de op Duinkerke terugtrekkende Britse troepen. Krijgsgevangen genomen, weet hij te ontvluchten en herneemt het kontakt met de K.P.
Duikt in augustus 1941 opnieuw op in West-Vlaanderen waar hij de klandestiene K.P. leidt. Na de arrestaties door de Gestapo in 1942,
die het Westvlaamse partizanenkorps treffen, neemt De Coninck het Commando van de Westvlaamse Partizanen op zich. Het korps
wordt gerorganiseerd als vrijkorps onder de codenaam B-3. Vervolgens wordt hij commandant voor de beide Vlaanderen en begin
1944 leidt hij de partizanen in alle Vlaamse provincies.