headerbanner
Aanbevolen boeken en AV-media:
Rusland. Politiek, ideologie, nationaliteiten enz. in de Sovjetunie (J. van het Reve / red.)
Tussen hemel en hel / The Holocaust Experience; Joost Seelen en Oeke Hoogendijk; docu 2 DVD; 92 min
Wednesday 20 August 2008
Home
Actueel
Het Waanzinnige Rijk
Hitlers Handlangers
Hitlers Gewillige Beulen
Vergeten vervolgden
Ware Helden
Collaboratie in België
Het verzet in België
NS docs / wetten
Varia
Boekenbank
Link Partners
Gastenboek
Auteur
Contact
Advertisement
Advertisement
Advertisement
Advertisement
Advertisement
Advertisement
Camille Huysmans, Burgemeester van Antwerpen 1933-1940 (Rob Roemans en Hilda van Assche) PDF Afdrukken E-mail
Sunday 30 July 2006
Titel          Camille Huysmans
Auteur      Rob Roemans en Hilda van Assche
Uitgeverij © Uitgeverij Heideland Hasselt; 1961; 241 bladzijden
ISBN         D/1961
Synopsis
"In bewogen tijden gaat de beschaving dikwijls van humaniteit naar nationalisme, en van nationalisme naar bestialiteit." (C. Huysmans 1938)
Reeds vroeg zegde JAN JOSEPH CAMILLE HUYSMANS (Bilzen 26 mei 1871 -- Antwerpen 28 februari 1968) vaarwel aan zijn academische carrière, die zich, door zijn bedrijvigheid op literair-kritisch, filologisch en toponomysch gebied, gunstig aankondigde. Huysmans, geboren in het Limburgse Bilzen, studeerde in Tongeren en Luik, gaf les in Ieper en Elsene, en engageerde zich in de politiek te Brussel. Al in 1887 sluit Camille Huysmans zich aan bij de toen nog zeer prille Belgische Werkliedenpartij (BWP), een vroege voorloper van de huidige SP.a/PS.

Hij werd journalist (1897-1904), Secretaris van de toen zieltogende Tweede Internationale (1905-1922), gemeenteraadslid van Brussel (1908-1921) en volksvertegenwoordiger voor Brussel (1910-1919). Camille Huysmans over zijn flamingantisme en tevens als overtuigd Belgicist: "Twee politieke problemen hebben mij vooral getroffen: de culturele minderwaardigheid van het Vlaamse volk en de sociale minderwaardigheid van de Belgische arbeiders." Daarom werd Huysmans een overtuigd flamingant en een overtuigd socialist. Samen met de katholiek Frans van Cauwelaert en de liberaal Louis Franck ('de drie kraaiende hanen') voerde hij een onafgebroken strijd voor de vernederlandsing van de Universiteit Gent die uiteindelijk tot stand kwam in 1930.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog keerde de flamingante Huysmans zich tegen het activisme (de collaboratie met Duitsland) die hij 'een dwaling' noemt. Huysmans in de Volksgazet op 4 januari 1919: "Ik verweet de activisten twee grove dwalingen: een dwaling van theorie en een dwaling van tactiek. In zake theorie, de reactionaire opvatting van een bestuurlijke scheiding in een economische ontwikkeld land. In zake tactiek, de gevaarlijke, tegen de borst stuitende politiek die erop neerkwam de oplossing der Vlaamse grieven te doen berusten op de goede of slechte wil van een vijandige, verdrukkende, bezettende macht", en verzet Huysmans zich tegen elke mogelijke samenwerking met de Duitse bezetter.

In 1920 verhuist Huysmans naar Antwerpen en wordt er vanaf 1921 gemeenteraadslid en Schepen van Onderwijs (1925-1927). In Antwerpen sluit de socialist Huysmans er met de katholiek Frans Van Cauwelaert een uniek bestuursakkoord (het "mystiek huwelijk" genoemd) dat zal standhouden tot 1933. Als Minister van Kunsten en Wetenschappen (1925-1927) laat hij de schoolwet van 1914, die de moedertaal als onderwijstaal verplicht, in de Brusselse agglomeratie toepassen. In de Vlaamse middelbare scholen laat hij voortaan twee derde van de vakken in het Nederlands geven en hij benoemt Nederlandstalige proffen aan de Gentse universiteit.

Na de gemeenteraadsverkiezingen van 1932 vormt Camille Huysmans een alternatieve coalitie met de liberalen en wordt zelf burgemeester van Antwerpen (11 jan. 1933-16 mei 1940). Daarnaast is hij tevens Voorzitter van de Kamer van Volksvertegenwoordigers (1936-1939) en Voorzitter en Secretaris van de Tweede Internationale (1939-1940).

De verrechtsing van de Vlaamse Beweging en het opkomend fascisme vond in hem een onmiddellijk en onverbiddelijk tegenstander. Na de Reichskristallnacht in Duitsland van 9 november 1938 gaat het met het Antwerpse Volksverwering van René Lambrichts van kwaad naar erger. Al de dag later, op 10 november, eisen op een meeting in het Sint Janspaleis te Antwerpen, Lambrichts, Vanniesbecq en Van Dijck op tot het ontslag van de socialistische 'Jodenburgemeester' Camille Huysmans die geregeld uithaalde naar de antisemieten van Volksverwering, REX, VNV en Verdinaso, en maakt Huysmans zich regelmatig de kop van jut van extreemrechts.

Op 6 december 1938 wordt andermaal een meeting in Borgerhout gehouden met als thema: "120.000 joden en 120.000 werklozen". Ook het Verdinaso bij monde van gouwleider Paul Persyn liet zich niet onbetuigd en riep op om het "door Huysmans aan de joden overgeleverde Antwerpen aan de Antwerpenaren terug te geven."

Camille Huysmans' repliek was kort en krachtig: "Nooit zullen wij dulden dat de kanker van rassenhaat zich bij onze medeburgers zou inwortelen, en dat er mensen door de straten zouden lopen om andersdenkenden na te schreeuwen, te beledigen of aan te vallen."

Lambrichts orakelde op 4 juli 1939 op een meeting in Borgerhout: "Genoeg Jodenbescherming! Eerst werk voor eigen volk!", zijn kompaan Kampens: "De Jodenplaag in het Diamantvak" en César Tiré: "De middenstand tegenover het jodengevaar." Op 2 augustus 1939 laat burgemeester Camille Huysmans andermaal een meeting verbieden van Volksverwering die als thema had "Tegen de Joodse invasie".

Zijn positie als Kamervoorzitter kon hem niet beletten daadwerkelijk steun te geven aan allerlei anti-facistische acties en aan het republikeinse Spanje. In januari 1937 reisde hij zelf naar het Spaanse front. Op meetings en voor de micro van radio Madrid nam hij onomwonden stelling tegen de non-interventiepolitiek. Een stijgend aantal politieke vluchtelingen kon bij Huysmans op hulp en bescherming rekenen. Zeker was dit het geval voor de joodse vluchtelingen.

De houding van Huysmans tegenover het joodse probleem verdient een afzonderlijke behandeling omdat het in gans zijn levensloop een constante is gebleven. Als jong secretaris van de Tweede Internationale werd hij vlug geconfronteerd met de tegenstellingen tussen de vrij machtige Joodse 'Bund' (Joodse arbeidersliga) en 'Poale Zion', de zionistische socialisten. In de bijzonder geanimeerde debatten ter zake ijverde Huysmans voor de opname van de zionistische organisatie. Zonder twijfel hebben de nauwe contacten met Kaplansky e.a. in Den Haag, 1916-1917, verder een stimulerende rol gespeeld in zijn sympathieën voor de zionistische zaak.

Het felle en verwoestende anti-semitisme van Hitler-Duitsland heeft deze 'vriendschap voor het leven' daadwerkelijk gestaald. Antwerpen kende vlak voor de Tweede Wereldoorlog 55000 joden onder zijn bevolking. Huysmans heeft in alle omstandigheden gepoogd dit bevolkingsdeel te beschermen. De Duitsers wisten bijzonder goed hoe Antwerpen aldus uitgroeide tot een belangrijk ontvangstcentrum voor anti-fascistische en joodse vluchtelingen. Op de achtergrond van soms hevige perscampagnes tegen Huysmans ontwikkelde zich trouwens een merkwaardig duel met Duitse diplomatieke diensten en partijinstanties om hem tot een andere en meer neutrale politiek te brengen.

Huysmans blijft Antwerps burgemeester tot aan de Duitse inval in mei 1940 en vlucht als parlementslid met de regering naar Londen. Zijn vlucht naar Londen krijgt echter een bijzondere politieke betekenis. Op regeringsvlak stelde zich voor België een moeilijk en delikaat probleem. De laatste uren van de achttiendaagse veldtocht waren uitgelopen op een scherp conflict tussen de regering Pierlot en koning Leopold III, die als legerchef weigerde zijn regering naar Frankrijk te volgen. Het verklaart de politieke ontreddering en aarzeling om vlug een beleidslijn in oorlogstijd uit te stippelen. Huysmans daarentegen wou onmiddellijk een voortzetting van de strijd aan de zijde van Engeland.

Met een mandaat ter beveiliging van de Belgische (Antwerpse) diamantindustriebelangen, wist hij op 21 juni 1940 te Bayonne te ontschepen naar Engeland. Samen met de minister H.M. Jaspar peilde hij er dadelijk de mogelijkheden tot erkenning van een Belgisch nationaal comité dat zich in dienst zou stellen van de oorlogsinspanning. Hij is daar niet in gelukt bij gebrek aan voldoende politieke dosage onder de eerste kern Belgische emigranten te Londen en bij gebrek ook aan invloed op de zo vitale koloniale belangen. Onrechtstreeks echter heeft hij aldus de uiteindelijke oprichting van een Belgisch kernkabinet te Londen bespoedigd. Inmiddels had hij zijn inspanningen vooral gericht op het in werking stellen van een Belgisch parlementsbureau dat onder meer kon waken over het in stand houden van een parlementaire kontrole op het executieve gezag.

Een ander facet van zijn Londense activiteit betrof het lot van het internationaal socialisme. Sinds begin 1940 was hij immers voorzitter van de Socialistische Internationale geworden. Alhoewel zijn standpunt tegenover het oorlogsgebeuren duidelijk andere accenten vertoonde dan in de Eerste Wereldoorlog, wou hij niettemin de internationale contacten en consultaties onder socialisten levendig houden. De aard van de oorlog, de situatie in de bezette landen en de ongelijke representativiteit van de socialistische groepen in Engeland overtuigden hem er van dat een werking van de Internationale onmogelijk was geworden. Toch wist hij gedurende gans de oorlog op eigen initiatief een permanent contact in stand te houden met alle aanwezige socialistische groepen en tendenzen.

Camille Huysmans over Wereldoorlog Twee in 'België in den Storm' (1945): "Moest met het eindigen van deze oorlog ook de theorie zegevieren, dat macht recht is, -dat de sterkeren over de zwakken mogen heersen,- dan kon men evengoed de wolf in de schaapskooi zetten en hem rustig zijn gang laten gaan."

Kort na de Bevrijding wordt hij op 12 september 1944 opnieuw Burgemeester van Antwerpen tot 2 aug 1946 waarna hij op 3 aug 1946 een eigen regeringskabinet vormt en Eerste Minister is van 3 aug 1946 t/m 20 maart 1947. Sinds 3 sep 1945 is hij Minister van Staat, en Minister van Openbaar Onderwijs in de regering Spaak-Eyskens tussen 20 maart 1947 en 11 aug 1949. Opvallend bleef zijn hartstochtelijke genegenheid voor het zionisme. Hij had in 1947-1948 al zijn invloed aangewend opdat België in de algemene UNO-vergadering voor het bestaan van Israël zou stemmen. Zijn eerste politieke rustpunt nam hij waar om in maart en april 1950 Israël te bezoeken. Hij kreeg er een bijzonder hartelijk onthaal. Israël werd nadien trouwens nog verschillende keren zijn uitgelezen reisdoel.

Camille Huysmans' grondige kennis van de Belgische parlementaire geschiedenis, zijn ruime belangstelling voor intellectuele problemen, zijn scherp inzicht in de sociale noden, zijn weergaloos debaterstalent, zijn onbegrensde durf, zijn ongewoon zelfvertrouwen bij de uitoefening van zijn politiek mandaat en bij het bekleden van zijn hoge ambten wekken de verbazing van voor- en tegenstanders op. Diegenen die met de volledige werkzaamheid van Camille Huysmans vertrouwd zijn, worden daarenboven getroffen door die levenslange trouw aan zijn universitaire vorming, waaraan zijn studies te danken zijn over het middeleeuws en rederijkerstoneel, het volkslied, Reinaert en Ulenspiegel, - studies die steeds door een persoonlijke kijk uitmuntten.

Zijn politieke loopbaan eindigt met een incident van formaat. In 1965 is de dan 94-jarige Huysmans zo kwaad omdat de Antwerpse BSP hem niet meer op een verkiesbare plaats wil zetten op de Kamerlijst, dat hij zich kandidaat stelt met de eenmanslijst De Socialist. En bijna 15.000 voorkeurstemmen haalt...

Op 25 februari 1968 sterft Camille Huysmans in zijn appartement aan de Belgiëlei te Antwerpen, bijna 97 jaar oud. Hij laat een 45-jarige weduwe na, Ida Smissen, met wie hij huwde in 1957.

Het Linkse Verzet in België

Lees ook deze boekbesprekingen op Verzet.org:

•  Door arm Vlaanderen (Auguste De Winne)
•  Zou men armoe lijden? Een eeuw kroostrijke gezinnen in Vlaanderen (Vic De Donder)
•  Alles is omgekeerd. Hoe de werklieden vroeger leefden 1848 - 1918 (Pol De Witte)
•  De volle vrijheid (Frans Boenders)
•  De Antwerpse dokwerker 1830-1940 (Karel Van Isacker s.j.)
•  Afscheid van de havenarbeider 1944-1966 (Karel Van Isacker s.j.)
•  Wat zoudt gij zonder 't werkvolk zijn? Anderhalve eeuw arbeidersstrijd in België. Deel 1: 1830-1966 (div. auteurs)
•  Madame est servie. Leven in dienst van adel en burgerij (1900-1995) (Diane De Keyzer)
•  Pamflet over een verborgen verleden - Links en de Vlaamse Beweging(1780-1914) (Walter Debrock)
•  Jef Van Extergem en de Vlaamse Beweging (Christian Dutoit)
•  Herman Vos. Van Vlaams-nationalisme naar Socialisme (Bernard Van Causenbroeck)
•  De Antwerpse burgemeesters van 1831 tot 2000 (Lode Hancké)
•  Edward Anseele. Ter ere (div. auteurs)
•  Eeuwige dilemma's - Honderd jaar socialistische partij (Brepoels, Huyse, Schaevers)
•  Van Verzet tot Koude Oorlog 1940-1949: machtsstrijd om het ABVV (Rik Hemmerijckx)
•  Vereenigd zijn we alles, onvereenigd zijn we niets. 100 jaar socialistisch textielsyndicalisme 1898-1998 (Ludion/AMSAB)
•  Wording en strijd van het socialistisch vakverbond van Antwerpen (Geert Van Goethem)
•  Vaandels ruisen, vuisten groeten 1 & 2. Honderd jaar socialistische beweging in Sint-Niklaas (Geert van Goethem/AMSAB)
•  100 jaar 1 mei. De geschiedenis van een strijddag (Denise de Weerdt, Frank Vandenbroucke e.a.)
•  1885-1985: Honderd jaar Socialisme een terugblik (AMSAB)
•  Geschiedenis van de Socialistische Partij. Sint-Truiden (Paul Butenaerts, Paul Goyens e.a.)
•  20 jaar syndicale kroniek (Vic Thijs)
•  Beelden van een staking (Fernand Demany)
•  De januari-revolte te Leuven (Pol Goossens e.a.)
•  De socialistische partij. Geschiedenis, mythen en feiten (Serge Deruette en Kris Merckx)
•  Stockholm 1917. Camille Huysmans in de schaduw van titanen (Wim Geldolf)
•  Camille Huysmans, Burgemeester van Antwerpen 1933-1940 (Rob Roemans en Hilda van Assche)
•  Camille Huysmans. Het enfant terrible. 1871-1968 (Jan Hunin)
•  Camille Huysmans en Lode Craeybeckx 1922-1968 (Wim Geldolf)
•  De moord op Lahaut - Het communisme als binnenlandse vijand (Rudi Van Doorslaer - Etienne Verhoeyen)
•  Zij droegen de rode vlag - De legendarische leiders van de socialistische strijd (Nic Bal)
•  Mijn wankele wereld. Vier jaar in het socialistisch verzet (Nic Bal)
•  De mens is wat hij doet. BRT-memoires (Nic Bal)
•  De Belgische radio-omroep tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het NIR-INR in het verzet, 1939-1944 (Greta Boon)
•  Van Bevrijding naar Vrijheid. De media tijdens en na de Tweede Wereldoorlog (red. W. Calewaert)
•  België in de Tweede Wereldoorlog. Delen 1 t/m 10 (Maurice De Wilde en vele anderen)
•  Jaarboek van de Vlaamse Televisie 1959-1960 (Jef Anthierens)
•  Het Mijnalarm, een dossier (Maurice De Wilde)
•  De fakkel in het oor. Media, democratie en commercie (Mark Van de Voorde, Guido Vanheeswijck, Hendrik Opdebeeck en Ernest Henau)
•  De Verenigde Naties. Ideaal en werkelijkheid (P.R. Baehr en L. Gordeneker)
•  Het Parlement 1831-1981. Exponent van een democratische samenleving (Kamer en Senaat)
•  Anatomie van de gummiknuppel (Wolf Kielich)
•  Macht zonder gezag. Democratie: holle leuzen of bloedige ernst? (George Jeunhomme)
•  We leven toch in een vrij land? Rechten en vrijheden in België (Colette Braeckman en Marc De Kock)
•  Over de doodstraf. Het recht op leven als mensenrecht (Karel Oosting)
•  De Rechten van de Mens (M.B.W. Biesheuvel en C. Flinterman)
•  Mensenrechten Hier en Nu. 100 jaar mensenrechtenbeweging in België 1901-2001 (diverse auteurs)
•  De Internationale Bescherming van Minderheden (James Fawcett en Leo Kuper)



Laatst geupdate op ( Wednesday 09 July 2008 )
 
addtofav
Verzet.org maakt dankbaar gebruik van Joomla! en krijgt de technische ondersteuning van Antifa.net, Ahmad Al Kasim en VEDEZE van Blokwatch.
Ga naar top pijltje