"
In bewogen tijden gaat de beschaving dikwijls van humaniteit naar nationalisme, en van nationalisme
naar bestialiteit." (C. Huysmans 1938)

Reeds vroeg zegde JAN JOSEPH
CAMILLE HUYSMANS (Bilzen 26 mei 1871 -- Antwerpen 28 februari 1968) vaarwel aan zijn academische carrière, die zich, door zijn
bedrijvigheid op literair-kritisch, filologisch en toponomysch gebied, gunstig aankondigde. Huysmans, geboren in het Limburgse Bilzen,
studeerde in Tongeren en Luik, gaf les in Ieper en Elsene, en engageerde zich in de politiek te Brussel. Al in 1887 sluit
Camille Huysmans zich aan bij de toen nog zeer prille
Belgische Werkliedenpartij (BWP), een vroege voorloper
van de huidige SP.a/PS.
Hij werd journalist (1897-1904), Secretaris van de toen zieltogende Tweede Internationale (1905-1922), gemeenteraadslid van Brussel
(1908-1921) en volksvertegenwoordiger voor Brussel (1910-1919). Camille Huysmans over zijn flamingantisme en tevens
als overtuigd Belgicist: "
Twee politieke problemen hebben mij vooral getroffen:
de culturele minderwaardigheid van het Vlaamse volk en de sociale minderwaardigheid van de Belgische arbeiders."
Daarom werd Huysmans een overtuigd flamingant en een overtuigd socialist. Samen met de katholiek Frans van Cauwelaert en de
liberaal Louis Franck ('
de drie kraaiende hanen') voerde hij een onafgebroken strijd voor de vernederlandsing van de
Universiteit Gent die uiteindelijk tot stand kwam in 1930.
Tijdens de Eerste Wereldoorlog keerde de flamingante Huysmans zich tegen
het activisme (de collaboratie met Duitsland) die hij 'een dwaling' noemt. Huysmans in de Volksgazet op 4 januari 1919: "
Ik verweet de activisten twee grove dwalingen: een dwaling van theorie en een dwaling
van tactiek. In zake theorie, de reactionaire opvatting van een bestuurlijke scheiding in een economische ontwikkeld land. In zake
tactiek, de gevaarlijke, tegen de borst stuitende politiek die erop neerkwam de oplossing der Vlaamse grieven te doen berusten op de goede of slechte
wil van een vijandige, verdrukkende, bezettende macht", en verzet Huysmans zich tegen elke mogelijke samenwerking
met de Duitse bezetter.
In 1920 verhuist Huysmans naar Antwerpen en wordt er vanaf 1921 gemeenteraadslid en Schepen van Onderwijs (1925-1927). In
Antwerpen sluit de socialist Huysmans er met de katholiek Frans Van Cauwelaert een uniek bestuursakkoord
(het "mystiek huwelijk" genoemd) dat zal standhouden tot 1933. Als Minister van Kunsten en Wetenschappen (1925-1927)
laat hij de schoolwet van 1914, die de moedertaal als onderwijstaal verplicht, in de Brusselse agglomeratie toepassen. In de
Vlaamse middelbare scholen laat hij voortaan twee derde van de vakken in het Nederlands geven en hij benoemt Nederlandstalige
proffen aan de Gentse universiteit.
Na de gemeenteraadsverkiezingen van 1932 vormt Camille Huysmans een alternatieve coalitie met de liberalen en wordt zelf
burgemeester van Antwerpen (11 jan. 1933-16 mei 1940). Daarnaast is hij tevens Voorzitter van de Kamer van
Volksvertegenwoordigers (1936-1939) en Voorzitter en Secretaris van de Tweede Internationale (1939-1940).

De verrechtsing van de
Vlaamse Beweging en het opkomend fascisme vond in hem een onmiddellijk en onverbiddelijk tegenstander. Na de
Reichskristallnacht in Duitsland van 9 november 1938 gaat het met het Antwerpse Volksverwering van René Lambrichts
van kwaad naar erger. Al de dag later, op 10 november, eisen op een meeting in het Sint Janspaleis te Antwerpen, Lambrichts,
Vanniesbecq en Van Dijck op tot het ontslag van de socialistische 'Jodenburgemeester' Camille Huysmans die geregeld uithaalde
naar de antisemieten van Volksverwering, REX, VNV en Verdinaso, en maakt Huysmans zich regelmatig de kop van jut van
extreemrechts.
Op 6 december 1938 wordt andermaal een meeting in Borgerhout gehouden met als thema:
"120.000 joden en 120.000 werklozen". Ook het Verdinaso bij monde van
gouwleider Paul Persyn liet zich niet onbetuigd en riep op om het "door Huysmans aan de joden overgeleverde Antwerpen
aan de Antwerpenaren terug te geven."
Camille Huysmans' repliek was kort en krachtig: "
Nooit zullen wij
dulden dat de kanker van rassenhaat zich bij onze medeburgers zou inwortelen, en dat er mensen door de straten zouden lopen
om andersdenkenden na te schreeuwen, te beledigen of aan te vallen."
Lambrichts orakelde op 4 juli 1939 op een meeting in Borgerhout: "Genoeg Jodenbescherming! Eerst werk voor eigen volk!", zijn
kompaan Kampens: "De Jodenplaag in het Diamantvak" en César Tiré: "De middenstand tegenover het
jodengevaar." Op 2 augustus 1939 laat burgemeester Camille Huysmans andermaal een meeting verbieden van Volksverwering die
als thema had "Tegen de Joodse invasie".
Zijn positie als Kamervoorzitter kon hem niet beletten daadwerkelijk steun te geven aan allerlei anti-facistische acties en
aan het republikeinse Spanje. In januari 1937 reisde hij zelf naar het Spaanse front. Op meetings en voor de micro van radio
Madrid nam hij onomwonden stelling tegen de non-interventiepolitiek. Een stijgend aantal politieke vluchtelingen kon bij
Huysmans op hulp en bescherming rekenen. Zeker was dit het geval voor de joodse vluchtelingen.
De houding van Huysmans tegenover het joodse probleem verdient een afzonderlijke behandeling omdat het in gans zijn levensloop een
constante is gebleven. Als jong secretaris van de Tweede Internationale werd hij vlug geconfronteerd met de tegenstellingen tussen
de vrij machtige Joodse 'Bund' (Joodse arbeidersliga) en 'Poale Zion', de zionistische socialisten. In de bijzonder geanimeerde
debatten ter zake ijverde Huysmans voor de opname van de zionistische organisatie. Zonder twijfel hebben de nauwe contacten met
Kaplansky e.a. in Den Haag, 1916-1917, verder een stimulerende rol gespeeld in zijn sympathieën voor de zionistische zaak.
Het felle en verwoestende anti-semitisme van Hitler-Duitsland heeft deze 'vriendschap voor het leven' daadwerkelijk gestaald.
Antwerpen kende vlak voor de Tweede Wereldoorlog 55000 joden onder zijn bevolking. Huysmans heeft in alle omstandigheden gepoogd dit
bevolkingsdeel te beschermen. De Duitsers wisten bijzonder goed hoe Antwerpen aldus uitgroeide tot een belangrijk ontvangstcentrum
voor anti-fascistische en joodse vluchtelingen. Op de achtergrond van soms hevige perscampagnes tegen Huysmans ontwikkelde zich
trouwens een merkwaardig duel met Duitse diplomatieke diensten en partijinstanties om hem tot een andere en meer neutrale politiek
te brengen.
Huysmans blijft Antwerps burgemeester tot aan de Duitse inval in mei 1940 en vlucht als parlementslid met de regering naar
Londen. Zijn vlucht naar Londen krijgt echter een bijzondere politieke betekenis. Op regeringsvlak stelde zich voor
België een moeilijk en delikaat probleem. De laatste uren van de achttiendaagse veldtocht waren uitgelopen op een scherp
conflict tussen de regering Pierlot en koning Leopold III, die als legerchef weigerde zijn regering naar Frankrijk te volgen.
Het verklaart de politieke ontreddering en aarzeling om vlug een beleidslijn in oorlogstijd uit te stippelen. Huysmans
daarentegen wou onmiddellijk een voortzetting van de strijd aan de zijde van Engeland.

Met een mandaat ter beveiliging van
de Belgische (Antwerpse) diamantindustriebelangen, wist hij op 21 juni 1940 te Bayonne te ontschepen naar Engeland. Samen met
de minister H.M. Jaspar peilde hij er dadelijk de mogelijkheden tot erkenning van een Belgisch nationaal comité dat
zich in dienst zou stellen van de oorlogsinspanning. Hij is daar niet in gelukt bij gebrek aan voldoende politieke dosage
onder de eerste kern Belgische emigranten te Londen en bij gebrek ook aan invloed op de zo vitale koloniale belangen.
Onrechtstreeks echter heeft hij aldus de uiteindelijke oprichting van een Belgisch kernkabinet te Londen bespoedigd.
Inmiddels had hij zijn inspanningen vooral gericht op het in werking stellen van een Belgisch parlementsbureau dat onder
meer kon waken over het in stand houden van een parlementaire kontrole op het executieve gezag.
Een ander facet van zijn Londense activiteit betrof het lot van het internationaal socialisme. Sinds begin 1940 was hij immers
voorzitter van de Socialistische Internationale geworden. Alhoewel zijn standpunt tegenover het oorlogsgebeuren duidelijk andere
accenten vertoonde dan in de Eerste Wereldoorlog, wou hij niettemin de internationale contacten en consultaties onder socialisten
levendig houden. De aard van de oorlog, de situatie in de bezette landen en de ongelijke representativiteit van de socialistische
groepen in Engeland overtuigden hem er van dat een werking van de Internationale onmogelijk was geworden. Toch wist hij gedurende
gans de oorlog op eigen initiatief een permanent contact in stand te houden met alle aanwezige socialistische groepen en tendenzen.
Camille Huysmans over Wereldoorlog Twee in 'België in den Storm' (1945): "
Moest met het eindigen
van deze oorlog ook de theorie zegevieren, dat macht recht is, -dat de sterkeren over de zwakken mogen heersen,- dan kon men evengoed
de wolf in de schaapskooi zetten en hem rustig zijn gang laten gaan."

Kort na de Bevrijding wordt hij op 12 september 1944 opnieuw Burgemeester van Antwerpen tot 2 aug 1946 waarna hij op 3 aug 1946 een eigen regeringskabinet
vormt en Eerste Minister is van 3 aug 1946 t/m 20 maart 1947. Sinds 3 sep 1945 is hij Minister van Staat, en Minister van
Openbaar Onderwijs in de regering Spaak-Eyskens tussen 20 maart 1947 en 11 aug 1949. Opvallend bleef zijn hartstochtelijke
genegenheid voor het zionisme. Hij had in 1947-1948 al zijn invloed aangewend opdat België in de algemene
UNO-vergadering voor het bestaan van Israël zou stemmen. Zijn eerste politieke rustpunt nam hij waar om in maart en
april 1950 Israël te bezoeken. Hij kreeg er een bijzonder hartelijk onthaal. Israël werd nadien trouwens nog
verschillende keren zijn uitgelezen reisdoel.
Camille Huysmans' grondige kennis van de Belgische parlementaire geschiedenis, zijn ruime belangstelling voor intellectuele problemen, zijn
scherp inzicht in de sociale noden, zijn weergaloos debaterstalent, zijn onbegrensde durf, zijn ongewoon zelfvertrouwen bij de uitoefening
van zijn politiek mandaat en bij het bekleden van zijn hoge ambten wekken de verbazing van voor- en tegenstanders op. Diegenen
die met de volledige werkzaamheid van Camille Huysmans vertrouwd zijn, worden daarenboven getroffen door die levenslange
trouw aan zijn universitaire vorming, waaraan zijn studies te danken zijn over het middeleeuws en rederijkerstoneel, het volkslied,
Reinaert en Ulenspiegel, - studies die steeds door een persoonlijke kijk uitmuntten.
Zijn politieke loopbaan eindigt met een incident van formaat. In 1965 is de dan 94-jarige Huysmans zo kwaad omdat de
Antwerpse BSP hem niet meer op een verkiesbare plaats wil zetten op de Kamerlijst, dat hij zich kandidaat stelt met de
eenmanslijst De Socialist. En bijna 15.000 voorkeurstemmen haalt...
Op 25 februari 1968 sterft Camille Huysmans in zijn appartement aan de Belgiëlei te Antwerpen, bijna 97 jaar oud. Hij
laat een 45-jarige weduwe na, Ida Smissen, met wie hij huwde in 1957.