Advokaat in nacht en nevel '40-'45. Herinneringen aan drie jaar gevangenissen en concentratiekampen van de nazi's door
Bert Aerts verteld aan Jos de Man. Advocaat
Bert Aerts werd na zijn aandeel in het ondergrondse verzet in de zomer van 1942 opgepakt en
sleet zijn oorlogsjaren als Nacht und Nebel-gevangene in verschillende concentratiekampen.
Zo o.m. in Dachau,
Natzweiler-Struthof, Mauthausen en het kamp in Melk tot hij er
op 3 mei 1945 door de Amerikanen werd bevrijd. Na de oorlog werd hij een bekend strafpleiter voor collaborateurs en een gedreven
voorvechter voor amnestie voor collaborateurs waarvan hij vele van de dood en van de galg heeft bevrijd totdat hij er in 1954 om gezondsheidsredenen mee ophield.
Bert Aerts vertelt zijn wedervaren aan Jos De Man:
In 1939 werd ik doctor in de rechten. Veel tijd om me aan weduwen en wezen te wijden kreeg ik niet, want de oostgrens des lands
werd door de Teutonen bedreigd en voor we het goed en wel wisten dat er een oorlog aan de gang was, zat ik in het gevangenenkamp
van Greiswald nabij de Baltische Zee.

Op zekere dag kwam daar een delegatie uit Vlaanderen aan die aangeduid werd als de Kommissie-Ward Hermans. De heren hadden de verre
tocht ondernomen om mij te spreken. Er was geweldig veel werk te doen in Vlaanderen vertelden ze en ik die voor de oorlog een leider was geweest,
moest nu terugkeren en mijn plaats innemen inde Nieuwe Orde.
Ze hadden een lijst bij zich van Vlamingen uit katholieke kringen, die waren toegetreden tot een soort Vlaamse concentratie en zich hadden
ingeschakeld in de Nieuwe Orde. Dat idee van een concentratie van Vlaamse leerkrachten leefde voor de oorlog al in het VNV (Vlaams Nationaal Verbond) en
in de rechtse vleugel van de katholieke partij. Ik las namen van dokters en advocaten uit mijn streek die nu zeker niet trots zouden zijn, als ze eraan herinnerd zouden worden
dat ze ooit op zo'n lijst van nazi-sympathisanten hebben gefigureerd. Hun houding was zoniet goed te praten, dan toch uit te leggen. In 1940
was ongeveer iedereen ervan overtuigd dat Duitsland de oorlog gewonnen had en dat ze een periode van nationaal-socialistisch bewind tegemoet gingen.
Ik heb de heren verteld dat hun bezoek een heel vriendelijke attentie was, maar dat er naar mijn smaak wel teveel hakenkruisen
in België zouden wapperen, hetgeen mijn werkcapaciteit aanzienlijk zou belemmeren. Dat ik er daarom de voorkeur aan gaf bij
mijn kameraden te blijven en dat ik geen dag eerder wenste te vertrekken dan mijn strijdmakkers. En dat ik in geen geval
een plaats wenste in te nemen in de Nieuwe Orde.