
In 1985 verscheen het kleine indrukwekkende boek Strepen aan de hemel. G.L. Durlacher heeft hierin zijn persoonlijke
kampervaringen op schrift gesteld en is tevens op zoek gegaan naar het antwoord op de vraag hoe en waarom de catastrofe
heeft kunnen plaatsvinden die hem en met hem miljoenen andere joden heeft getroffen. Door de verbinding van de eigen
ervaringen met de 'grote' geschiedenis zijn momenten uit de oorlogsjaren invoelbaar gemaakt.
Boekbespreking door
Gie van den Berghe bron
Gerhard Durlacher (1928-1996), voormalig docent sociologie (Amsterdam), verzamelt en verwerkt sedert enkele jaren materiaal over overlevingsstrategieën van geïnterneerden in nazi-kampen. Hoe kon men en vooral, hoe kon hij deze Hades overleven? Door het 'waarom' en het 'hoe' van de catastrofe die hem en miljoenen anderen overkwam te achterhalen, door zijn eigen coördinaten te leren kennen, hoopt hij de verschrikkelijke kampervaring veertig jaar later een beetje te kunnen verwerken.
Het gezin Durlacher ontvluchtte nazi-Duitsland in 1937. Vijf jaar later werden de veertienjarige Durlacher en zijn ouders opgepakt en in Westerbork geïnterneerd. Later werden zij gedeporteerd naar Theresienstadt en Birkenau.
Strepen aan de hemel bestaat uit vier beklemmende, ingetogen en meesterlijk geschreven verhalen; het is een ongemeen ontroerend boek. De rijk geschakeerde en aangrijpende beeldspraak maakt doorlezen soms onmogelijk. Je krijgt meer dan eens een krop in de keel door de voortdurende tegenstelling tussen enerzijds de afschuwelijke nazi-praktijken en de onverschilligheid van de geallieerden voor het lot der joden en, anderzijds, de litteraire kracht en schoonheid waarmee bericht wordt over de wijzen waarop de slachtoffers dit ervoeren, ondergingen of - later - aan de weet kwamen.
Het eerste verhaal is in feite een uitgewerkte recensie van twee boeken waarin afdoend aangetoond werd dat de geallieerden zeer
vroeg en gedetailleerd op de hoogte waren van de Endlösung, en dat ze weigerden daadwerkelijk tussen te komen
(Walter Laqueur - Het gruwelijke geheim; Martin Gilbert - Auschwitz and the Allies). Ondanks alle dringende en dwingende smeekbeden
overwogen de geallieerden bijvoorbeeld nooit serieus om de spoorlijnen naar Auschwitz, de crematoria of de gaskamers te bombarderen.
Buna-Monowitz (het industrieel complex van IG-Farben - nu BASF - te Auschwitz III) werd wel succesvol
gebombardeerd. In 1944 zag de toen zestienjarige gevangene Durlacher de strepen die deze bommenwerpers aan de hemel trokken.
Veertig jaar later schrijft hij dat 'politiek cynisme, opportunisme, laksheid, onverschilligheid, haat en naïviteit tegenover
wanhoop en ondergang van de vervolgden stonden'. In een naschrift lijkt het er op dat hij deze laatste consequentie toch niet
volledig aanvaarden kan. Hij meent 'diepgaander', psychologistische verklaringen voor de geallieerde houding te moeten geven,
bijvoorbeeld dat de gruwelijke werkelijkheid van de uitroeiingskampen zo onvoorstelbaar en zo onverdraaglijk was dat ze niet
écht geloofd kon worden.
In een ander verhaal wordt de wordingsgeschiedenis gerecconstrueerd van de beruchte propagandafilm
Der Führer schenkt den
Juden eine Stadt (niet echt de titel van de film, de cynische titel is niet afkomstig van de makers/daders, maar van de joden
in het getto). Durlacher vond een vijftien minuten durend fragment van deze film terug in het Bundesarchiv te Koblenz (uittreksels
van deze propagandafilm werden overigens reeds verwerkt door Dieter Hildebrandt in zijn Der Gelbe Stern uit 1980).

Kort samengevat ontstond de propagandafilm als volgt: van bij het begin verzette bijna alle Denen zich moedig tegen deportatie van
'hun' joden. Toen de concrete deportatieplannen uitlekten, kwam in een mum van tijd een ondergrondse actie op gang waardoor bijna
achtduizend joden en verwanten konden ontkomen (onderduik, overgevaren naar Zweden). De nazi's deporteerden de 477 joden die ze
nog te pakken kregen naar het concentratiekamp en getto
Theresienstadt.
Deense autoriteiten bleven onvervaard druk uitoefenen opdat
vertegenwoordigers van het Deense en van het Internationale Rode Kruis zich ter plekke zouden kunnen vergewissen van de
levensomstandigheden van deze gevangenen. De nazi's zwichtten en brachten een 'saneringsoperatie' van Theresienstadt op gang.
Gevangenen werden ingezet om de in het kamp uitgestippelde bezoeksroute een reusachtige oplapbeurt te geven. Er werd geschilderd,
gepoetst, getimmeerd, gemeubileerd en speciaal uitgekozen gevangenen moesten antwoorden instuderen.
Aan de overbevolking van het
getto werd 'verholpen' door 7.500 joden af te voeren naar een familiekamp in Birkenau. Onder hen het gezin Durlacher. Dit
familiekamp werd in stand gehouden met het oog op een eventueel bezoek van het IRK aan Auschwitz. het raakte toen overvol en een
groot aantal van de eerder uit Theresienstadt aangevoerde joden werd uitgeroeid. Op 23 juni 44 bezocht de IRK-commissie
Theresienstadt. De vertegenwoodiger van het hoofdbestuur in Genève liet zich om de tuin leiden. Zijn naïef rapport
zorgde ervoor dat de druk van het IRK om ook Birkenau te inspecteren afnam. Het familiekamp verloor zijn 'bestaansreden'. Alle
werkonbekwame joden werden omgebracht, daaronder moeder en vader Durlacher.
De SS-ers wilden nog meer munt slaan uit de in Theresienstadt opgetrokken spookstad. Duizenden gevangenen werden gedwongen
figuranten, en onder leiding van vooraanstaande joodse kunstenaars werd van 16 augustus tot 11 september '44 een film gedraaid
die binnen- en buitenland moest overtuigen dat de joden humaan behandeld werden. Enkele weken later werden 17.520 filmers, spelers
en figuranten naar Auschwitz getransporteerd. Slechts 1.496 overleefden het kamp.
Onbegrijpelijk blijft dat de Denen zoveel druk konden uitoefenen, ook al stipt Durlacher aan dat de verantwoordelijke nazi's
vreesden dat stakingen en sabotage de enorme voedselleveranties aan Duitsland in gevaar konden brengen. Ook het feit dat de
propagandafilm nooit in roulatie gebracht werd (alle kopies vernietigd), wordt niet verklaard.
Aan zijn bevrijding en aan de, achteraf bekeken, teleurstellende terugkeer en ontgoochelende 'thuiskomst', wijdt Durlacher enkele
aangrijpende bladzijden, nergens pathetisch, dikwijls ontroerend mooi. Over zijn bevrijding door Russische soldaten schrijft hij
bijvoorbeeld: 'Willoos, een kleuter gelijk, laat ik alles over mij komen, val in de truck in slaap met het brood dat ik gekregen
had als een teddybeer in mijn armen'.
Lees ook
hier
Strepen aan de hemel op scholieren.samenvattingen.nl
Op deze website:
-
De redding van de Deense Joden door het volk van Denemarken
-
Theresienstadt, de Führer schenkt de joden een stad
- Boek
Theresienstadt. De geschiedenis van het 'modelkamp' van de nazi's (George E. Berkley)
- Film DVD
Un Vivant Qui Passe. (C. Lanzmann) 1 DVD; speelduur 65 minuten; kleur/zw-wit