headerbanner
Aanbevolen boeken en AV-media:
Israël in het geweer (Jan P. de Graaf en Robbert Keegel)
The Story of Fascism; Gianni Ubaldo Canale; docu; 2008 ; 2 DVD's; speelduur 300 minuten; zw/wit
Sunday 20 July 2008
Home
Actueel
Het Waanzinnige Rijk
Hitlers Handlangers
Hitlers Gewillige Beulen
Vergeten vervolgden
Ware Helden
Collaboratie in België
Het verzet in België
NS docs / wetten
Varia
Boekenbank
Link Partners
Gastenboek
Auteur
Contact
Advertisement
Advertisement
Advertisement
Advertisement
Advertisement
Advertisement
Ooggetuigeverslag van Kurt Gerstein over massavergassingen PDF Afdrukken E-mail
Tuesday 15 August 2006
Artikel index
Ooggetuigeverslag van Kurt Gerstein over massavergassingen
Pagina 2
Pagina 3

 

 

 

 

Kurt Gerstein

Een belangrijk en verschrikkelijk getuigenis omtrent het gebruik van gaskamers is dat van SS-Obersturmführer Kurt Gerstein (1905-1945). Gerstein was in 1931 afgestudeerd als ingenieur en had samen met zijn vader en vier broers in 1933 de NSDAP vervoegd. In 1937 huwde hij Elfriede Bensch. De zuster van Elfriede, Bertha Ebeling, werd in het kader van het euthanasieprogramma «T4» in Hadamar (D) vermoord.

In augustus 1940 meld hij zich vrijwillig aan bij de Waffen SS. Hij krijgt zijn SS-opleiding in maart 1941 Hamburg, Arnhem (NL) en Oranienburg. In juni 1941 kan hij aan de slag bij het Instituut voor Hygiëne van de Waffen-SS. Zijn opdracht bestaat erin de waterbedeling te controleren en desinfecteerinstallaties te ontwikkelen. In januari 1942 wordt Gerstein chef van de afdeling 'Gezondheidstechniek'. Hij ontwikkelt een apparaat voor ontluizen en wordt tot officier bevorderd.

In augustus 1942 wordt Gerstein met een lading cyaanwatersof (Zyklon-B) naar Polen gezonden om er na te gaan of dit gas de bezinemotoren kon vervangen die in verschillende concentratiekampen gebruikt werden. In het vernietigingskamp van Belzec is hij getuige van hoe tot dan met uitlaatgassen de joden werden omgebracht. Met de chronometer in de hand neemt hij de tijd op hoe lang het duurt eer al de de slachtoffers dood zijn.

Op zijn terugreis op 20 augustus 1942 ontmoet hij op de nachttrein de Zweedse consul, baron Göran von Otter en doet hem compleet overstuur en al huilend het hele relaas van wat hij gezien en gehoord heeft in Belzec en verzoekt hem met aandrang de hele operatie van de massamoord te onthullen. Von Otter brengt hiervan later verslag uit op het Zweedse gezantschap in Berlijn, maar de boodschap werd blijkbaar pas na de oorlog (5 aug. 1945) aan de geallieerden bekend gemaakt.

Kurt Gerstein blijft zijn verhaal verder doorvertellen. Zo sprak hij met de protestantse bisschop Otto Dibelius en met de pauselijke nuntius kardinaal Cesare Orsenigo die hem niet gelooft en prompt aan de deur zet. Gerstein neemt ook contact op met het Nederlands verzet om zijn bericht naar Londen door te seinen maar Gerstein werd verzocht om 'geen verhalen over wreedheden te verzinnen'.

Kurt Gerstein ging daarna gewoon verder met zijn werk, bleef officier bij de SS en leverde tussen 1943 en 1944 Zyklon B aan vele concentratiekampen waaronder ook dat van KZ Auschwitz-Birkenau. In april 1945 geeft Gerstein zich in Württemberg aan bij de Franse troepen. Hij wordt opgesloten in de gevangenis van Rottweil en schrijft daar zijn ervaringen neer omtrent de massavergassingen in de concentratiekampen. Hij herschreef een zes-tal keer zijn getuigenis zowel in het Frans als in het Duits. Tussen mei en juli wordt hij overgebracht naar Langenargen (Bodensee) en later naar Parijs. In afwachting van zijn proces wordt hij meermaals verhoord en aangeklaagd voor oorlogsmisdaden. Op 25 juli 1945 verhangt Kurt Gerstein zich in zijn cel in de gevangenis Cherche-Midi van Parijs.

Alhoewel zijn rapport een aantal niet-essentiële fouten bevat (en elke fout -hoe klein het detail ook mag zijn- is voor negationisten de gedroomde aanleiding om gelijk alles te verwerpen), en dat omtrent verkeerde dienstgraden en namen, een fictief verhaal dat hij hoorde over een bezoek van Hitler aan Lublin, wordt zijn verhaal toch bevestigd door de Zweedse consul von Otter en de Zweedse ambassadeur Eric von Post.

Baron von Otter getuigde na de oorlog over dit gesprek met Gerstein van 20 augustus 1942: "Ich bot ihm eine Zigarette an. Er dankte, gab Feuer und fragte im gleichen Atemzug, ob er mir eine schlimme Geschichte erzählen dürfe. 'Geht es um die Juden?', 'Ja um die Juden, die im Osten umgebracht werden.' Gerstein war nur mit Mühe zu bewegen, leise zu sprechen. Er schluchzte und schlug die Hände vors Gesicht. Ich dachte, er wird diese Gewissensqualen nicht mehr lange aushalten. Er wird sich verraten und sie werden ihn dann verhaften."

Details uit Gersteins getuigenis worden ook later bevestigd door Prof. Wilhelm Pfannenstiel die samen met Gerstein KZ Belzec had bezocht en in 1950 en 1952 daarvoor getuigde op de beruchte Belzec-processen, alsmede briefwisseling tussen het Zweedse Ministerie van Buitenlandse Zaken en Léon Poliakov van het Centre de Documentation Juive Contemporaine te Parijs.

In 2002 werd dit getuigenis van Kurt Gerstein verfilmd door Costa Gavras in de film "Amen", in het Duits "Der Stellvertreter" en het Engels "Eyewitness". Gavras kreeg voor die film ondermeer de César, de hoogste Franse filmonderscheiding. Bron: IMDB.

Vernietigingskamp Belzec

Op 13 oktober 1941 gaf Heinrich Himmler de SS- en Polizeiführer voor het District Lublin, Odilo Globocnik, de opdracht om een concentratiekamp te bouwen; correctie: vernietigingskamp.  Net  zoals Treblinka, Sobibor en Chelmno werd Belzec uitgekozen als locatie omdat uiterst afgelegen was, en geen 'lastige' pottekijkers op de loer lagen. Het verschil van een vernietigingskamp met een concentratiekamp lag hierin dat een vernietigingskamp een 'fabriek' was, waar aan de lopende band mensen werden vermoord. Er waren helemaal geen barakken waar, zoals in de concentratiekampen, mensen werden vastgehouden, uitgehongerd en waar zij zware arbeid moesten leveren tot de dood erop volgde of omkwamen door het gebrek aan elementaire (geneeskundige) zorgen. 

In een vernietigingskamp zoals Belzec werden enkel een beperkt aantal joden vastgehouden om de gestolen bagage van de aangekomen slachtoffers uit te sorteren en de goederen te recupereren voor de schatkist van het Derde Rijk. Andere joden dienden in een zgn 'Sonderkommando', wiens enige taak erin bestond om de slachtoffers te plunderen van hun bezittingen, ze de gaskamers in te drijven en hun stoffelijke resten te verbranden.  Al de rest - het overgrote deel dus- werd regelrecht de gaskamers ingedreven en vermoord. Vernietigingskampen bestonden ook erg kort: gemiddeld vijftien maanden en waren erg effectief. KZ Majdanek en vooral het beruchte KZ Auschwitz-Birkenau, waren zowel concentratie- als vernietigingskampen.

het op de grens van twee districten (Lublin en Galicië) lag. In november 1941 begon SS-Hauptsturmführer Richard Thomalla met de bouw, geholpen door Poolse burgers en joodse arbeiders. Het kamp werd in maart 1942 voltooid. De leiding over Belzec werd gegeven aan Christian Wirth en Gottlieb Hering, die beide bij de Duitse politie hadden gewerkt en actief betrokken waren geweest bij het euthanasieprogramma «T4» van het Derde Rijk. Wirth was verantwoordelijk geweest voor het vergassen van gehandicapten in Brandenburg tijdens de jaren '30.

In Belzec werd gekozen voor vaste gaskamers, die gebruik maakten van koolstofmonoxide, uitlaatgassen van dieselmotoren geproduceerd door vrachtwagen- of tankmotoren. De drie gaskamers werden van het kamp werden op 17 maart 1942 in gebruik genomen. Het vernietigingsproces verliep niet zonder problemen: het mechanisme dat het gas naar de gaskamers pompte ging vaak stuk, en de lijken, die in massagraven gestort werden, zwollen op door de warmte van het ontbindingsproces en kwamen bloot te liggen.

De eerste gaskamers werden uiteindelijk vervangen door zes nieuwe, die een veel grotere capaciteit hadden. Begin augustus 1942 werd de voorkeur gegeven aan Zyklon-B. Zo'n duizend mensen konden nu per keer vergast worden. Desondanks arriveerde in december 1942 het laatste transport in Belzec, omdat tegen die tijd de joodse bevolking van Lublin en Galicië vrijwel geheel was uitgeroeid. De nazi's begon met de ontruiming van het kamp in november 1942 en probeerden daarbij alle sporen van de massamoord uit te wissen. Zo hadden zij al de lijken heropgegraven, de lichamen verbrand en de botten verpulverd in grote daartoe speciaal aangevoerde machines. De asse en de vermaalde botten werden opnieuw verbrand tot er niets meer overbleef. Het terrein werd geëffend en beplant met groen.

De overgebleven gevangenen werden naar KZ Auschwitz-Birkenau overgebracht en daar vermoord. Het aantal slachtoffers in Belzec wordt geschat tussen 436.000 en 600.000 mensen. Nagenoeg niemand -op 2 slachtoffers na- overleefde Belzec. Het merendeel van de slachtoffers was joods, maar ook een aantal zigeuners werd in het kamp omgebracht. SS-Sturmbannführer Christian Wirth, de hoofdcommandant, werd in 1944 in Italië vermoord. Gottlieb Hering stierf in de herfst van 1945 in een veldhospitaal in Heilbronn. Slechts één SS'er die in het kamp had gewerkt, Josef Oberhauser, werd voor een rechtbank gebracht. In 1965 werd hij tot viereneenhalf jaar cel veroordeeld. Hij stierf in 1979. Bron



Laatst geupdate op ( Sunday 20 August 2006 )
 
addtofav
Verzet.org maakt dankbaar gebruik van Joomla! en krijgt de technische ondersteuning van Antifa.net, Ahmad Al Kasim en VEDEZE van Blokwatch.
Ga naar top pijltje