Stalins dood op 5 maart 1953 gaf aanleiding tot een korte maar hevige machtsstrijd, waaruit Chroestjov als overwinnaar te
voorschijn trad. Zijn tegenstander, Beria, sinds 1936 hoofd van Stalins geheime politie [Cheka], moest het onderspit delven en
werd terechtgesteld.

Tot nu toe lag over de gevreesde ondergang van Beria een waas van geheimzinnigheid. De schrijver van dit boek, de Joegoslavische ambtenaar
Anton Kolendic, was de eerste die erin slaagde Beria's eigen archief te raadplegen. Hij vergeleek de getuigenissen van Chroestjov
en die van Stalins dochter met de onbekende en ongepubliceerde bronnen die hem ter beschikking stonden.
Het resultaat van zijn onderzoek werd een kroniek van de dramatische dagen die een einde maakten aan het terreurregime van Stalin.
Een verslag dat leest als een roman. Vierentwintig uur na verschijning [in 1982] in Joegoslavië werd het boek onder druk van de Russische
ambassade uit de handel genomen. Door de nieuwe openheid die de Gorbatsjov-lijn kenmerkte, kon het boek terug verschijnen.
De belangrijkste en beruchtste medewerker van Stalin was lange tijd Lavrenti Beria (1899-1953). Net zoals de 21 jaar oudere
Stalin, was hij een Georgiër. Samen spraken ze soms Georgisch, tot groot ongenoegen van de andere partijbonzen die vaak
alleen maar Russisch kenden. Van 1925 tot 1950 vormden zij een hecht duo; na 1950 vreesde hij door Stalin gelikwideerd te
worden, maar Chroesjtsjov nam deze karwei op zich.
Beria leidde de geheime dienst tussen 1938 en 1953 en in 1945 was hij supervisor van het atoomproject. Beria was immoreel,
meedogenloos, cynisch, sadistisch. Tot 1950 had hij meer macht dan Molotov, Malenkov of Chroesjtsjov. Maar hij heeft ook
méér op zijn geweten: de marteldood van duizenden, zowel tegenstanders als medewerkers; de leiding van de
Goelag-kampen en het ongenadig opdrijven van de productiviteit van de dwangarbeiders; de massagraven in Katyn, waar volgens
Knight 15.000 mensen vermoord werden, maar volgens de recentste gegevens waren het er ca. 22.000; de onmenselijke
deportaties van Polen en Balten, Wolga-Duitsers, Krim-Tataren, Tsjetsjenen en andere volkeren; de arrestatie van de in
1945 vrijgelaten Russische krijgsgevangenen.
Bovendien was Beria in zijn vette jaren een walgelijk en afstotelijk brasser en een schofterige seksmaniak, die door zijn
assistenten mooie meisjes liet ontvoeren, om ze dan te verkrachten en daarna in werkkampen monddood te maken. In 1953 werd
hij gelikwideerd door Chroesjtsjov en Malenkov, mogelijk wegens zijn plannen om Duitsland te herenigen of omdat zijn
liberaliseringspolitiek in de DDR tot een opstand leidde, die dan weer met veel geweld onderdrukt moest worden.
Bron