Het verhaal van de slager. Moord en antisemitisme in Duitsland, 1900, originele titel: "The Butcher's Tale. Murder and anti-semitism in a German Town"
In maart 1900 wordt in het Duitse stadje Konitz (nu in Polen gelegen) aan de oever van een meer het lichaam gevonden van een achttienjarige
jongen. Hij is vermoord en in stukken gesneden. Algauw gaan er geruchten dat de jongen het slachtoffer is geworden van een joodse rituele moord.
Als de christelijke slager de joodse slager ervan beschuldigt de jongen geslacht te hebben, wakkert dat een golf van antisemitische gevoelens aan. De joodse
bevolking van Konitz wordt belasterd, beschimpt en bedreigd - en in het kielzog van de slager ontvlucht in de volgende twee jaar bijna
de helft van de joden de stad uit.
Het verhaal van de slager is geschreven als een detectiveverhaal, waarin het tot het einde spannend blijft wat de ware toedracht is van de moord.
Tegelijk is het een onderzoek naar de historische verzinsels rondom de joodse rituele moord, en laat het zien hoe weinig er nodig is
om latente gevoelens van onvrede om te zetten in daden van verderf.
Dr. Helmut Walser Smith is hoogleraar geschiedenis aan Vanderbilt University in Nashville, Tenessee. Het verhaal van de slager werd bekroond met
de Fraenkel Prize voor het beste boek over contemporaine Europese geschiedenis.
Recensie door Gie van den Berghe, bron Serendib
Bloedsprookje
In 1900 was Konitz, een stadje van zo'n tienduizend inwoners waaronder een driehonderdtal joden, samen met enkele andere
provinciestadjes in het uiterste oosten van het Duitse keizerrijk, het toneel van drie golven van antisemitische volkswoede.
Het begon allemaal met de moord, op 11 maart, op Ernst Winter, een negentienjarige gymnast uit een protestants gezin.
Zijn lijk werd in stukken en brokken teruggevonden. Romp, hoofd en ledematen waren op vakkundige wijze van elkaar gescheiden.
Het werk van een chirurg, maar die hadden ze niet in Konitz, of een slager, daar hadden ze er twee van. Gustav Hoffmann, die
als christen en eerzaam burger boven alle verdenking verheven was, en Adolph Lewy, de joodse slager, maar die had een
sluitend alibi.
Andere voor de hand liggende verdachten of motieven waren er niet en het politieonderzoek stokte. De onrust nam zienderogen
toe, almaar meer mensen schonken geloof aan het gerucht dat het om een rituele moord ging, gepleegd door joden. Pasen was
tenslotte niet meer zo ver af en volgens de legende is dat het moment waarop joden christelijk bloed nodig hebben voor hun
rituelen. Enkele mensen herinnerden zich nu ook dat op de avond van de moord kreten hadden gehoord die uit de synagoge
leken te komen.
De autoriteiten schonken weinig of geen geloof aan wat enkelen 'belachelijke roddels' noemden. Maar toen op Paasdag het hoofd
van Winter gevonden werd, was er geen houden meer aan. Groepen jongeren beledigden en bedreigden joden, stenen vlogen in het
rond, ruiten sneuvelden, de antisemitische kreet 'hep-hep' galmde door de straten. Duitse antisemitische partijen grepen de
zaak aan om hun afkalvende aanhang op te krikken; de antisemitische pers goot olie op het vuur.
Er doken almaar meer en steeds beslister getuigen op. Veel verhalen en getuigen waren ongeloofwaardig, maar dat deed er niet
toe. Ze werden geloofd omdat en in de mate dat ze aansloten bij de eigen vooroordelen, het collectieve verhaal, de
collectieve herinnering. Toen de politie alle joodse voorzangers en slagers uit de streek ondervroeg en een joodse vilder
arresteerde die op de bewuste avond gezien was met een zak over de schouder, kregen roddels en geklets de status van
bewijsmateriaal. Men zocht een schuldige en vond een zondebok. Toen ook dit spoor doodliep, richtten plaatselijke
antisemieten een officieus burgercomité op om bewijsmateriaal te verzamelen, zeg maar te creëren. De in het
vooruitzicht gestelde beloning werd stelselmatig verhoogd tot 20.000 mark, de prijs van een mooie burgerwoning. De gegadigden
kwamen van heinde en ver, en het regende aantijgingen.
Een gespecialiseerd onderzoeker uit Berlijn, een buitenstaander, legde de christelijke slager op de rooster. Hoffmann zou
Ernst Winter met zijn dochter betrapt hebben en hem daarop gedood hebben. Toen het gerucht ging dat Hoffmann gearresteerd
zou worden, zwollen de verdachtmakingen aan het adres van de joodse slager aan. Er kwamen rellen van, men dreigde ermee alle
joden te doden en om een lynchpartij te voorkomen werd het leger er bijgehaald.
Bloed
Frontpagina uit 1939 van Der Stürmer, de antisemitische krant van Julius Streicher.
De geruchten en aanklachten gingen terug op een eeuwenoud bloedsprookje. De grote lijnen ervan lagen al vast in de oudste
overgeleverde versie, een rituele moord in 1150: joden die kort voor Pasen, het feest van de kruisiging en opstanding van
Christus, een christenkind vermoorden om de moord op Christus heruit te beelden, de godsmoord waarvoor het Nieuwe Testament
hen verantwoordelijk stelt. Van sommige christenkinderen werd gezegd dat ze gekruisigd werden vooraleer hun bloed werd
afgetapt. Kindmartelaren die het lot van Christus ondergingen. In de Middeleeuwen circuleerden veel volksverhalen over de
magische kracht van het bloed. Van joden werd gezegd dat ze christenbloed gebruikten voor de bereiding van hun matse
(paasbrood) en sausen voor het Pesachfeest. Joden wasten zich met christenbloed om hun stank te verdrijven of zich van zonden
te reinigen. Het was een krachtige remedie tegen gevaar en ziekte, bracht verlichting bij de bevalling, deed de wonde van de
besnijdenis sneller helen. Christenbloed maakte jonger en verliefd. Hierbij wordt steevast uit het oog verloren dat bloed
voor joden onrein, taboe is. Bemerk ook hoe in deze christelijke legendes de christelijke zelfoverschatting zonder meer op
joden wordt geprojecteerd. Wat daar verder ook van zij, eeuwenlang hebben deze katholieke fantasieën en schrikbeelden
de verdrijving van en de moord op joden in de hand gewerkt en gerechtvaardigd.
In
Het verhaal van de slager legt
Helmut Walser Smith, een Amerikaans hoogleraar geschiedenis, het
patroon bloot van dit antisemitisme van het dagelijkse leven. Een proces waardoor hatelijke geruchten en borrelpraat
uitgroeien tot een publiek schouwspel, plaatselijke emoties en vijandigheden omslaan in krachtiger symbolen die naar ruimere
tegenstellingen verwijzen, dat alles 'gestuurd' door politieke en religieuze overtuigingen. Een dynamiek die mensen zozeer
meesleurt, dat ze hun eigen bedenksels en leugens voor objectieve waarheid verslijten. Aan de hand van archiefstukken over de
zaak-Konitz gaat Smith na hoe de geruchten en verhalen groeiden, wie ze rondvertelde en waarom - antisemitisme aan het werk.
Een kleinsteedse christelijke gemeenschap die zichzelf herdefinieert, banden verbreekt, buren tot vreemdelingen maakt. Van
groot belang daarbij zijn de van generatie op generatie overgeleverde collectieve verhalen, die ons zelf- en wereldbeeld mee
bepalen. Het antisemitische ritueel - argwaan, beschuldiging, agressie - moest niet ingestudeerd worden, het volgde de
uitgesleten 'karrensporen in de paden van de geest'.
Motieven
Veel getuigen waren op geld en aandacht uit; anderen werden bewogen door rancune of wraakgevoelens; velen werden aangestoken
door de antisemitische sfeer. Zogenaamde rituele moorden dienden ook vaak om kindermishandeling, zuigelingenmoord en seksuele
moord te verhullen. Smith hecht weinig belang aan het nochtans duidelijke verband met economische depressie en verpaupering.
De beschuldigingen hadden volgens hem meer te maken met 'warrige persoonlijke relaties'. Maar het één sluit
natuurlijk het ander niet uit. Beschuldigingen zijn doorgaans persoonsgericht, maar wanneer ze op een bepaald moment massaal
worden geuit, heeft dat meestal met grootschaliger factoren te maken.
In de archieven vond Smith geen algemene formule terug. Het waren niet altijd armen die rijken beschuldigden, onderdrukten
die onderdrukkers aanklaagden, en er was niet altijd sprake van een antisemitische ideologie. Toch viel er een bepaald
patroon waar te nemen: voor individuen uit de gemeenschap waren de beschuldigingen een manier om macht uit te oefenen over
joden, meer bepaald joden die ze kenden. De verdachtmakingen waren vaak, zij het niet altijd, een omkering van een
machtsverhouding. Een omkering die ook te vinden is in de beschuldiging van rituele moord. Het zijn niet de joden die ritueel
moorden, maar de christenen. Het rituele-moordverhaal is de geritualiseerde expressie van een symbolische moord van
christenen op joden.
Grenzen
Smith noemt de Konitzer-verhalen een allegorie 'over de gemeenschap, over de scheidslijnen die mensen trekken tussen
zichzelf en hun naasten'. Ze beschrijven veelal overtredingen en grensoverschrijdingen; bijvoorbeeld Ernst Winter die het met
joodse meisjes deed. De verhalen hebben een vermanende functie, herdefiniëren het wij in zijn tegenstelling tot het zij, de
anderen. Ze waarschuwen tegen 'sociale bezoedeling'. Verhalen over rituele moorden en hostieprofanatie (het lichaam van
Christus) bevestigen en verscherpen de scheidslijnen tussen christenen en joden, symboliseren de sociale uitsluiting en
verdrijving van deze laatste.
De rellen in Konitz en omliggende stadjes, waar meer dan duizend mensen bij betrokken waren, waren meer dan angstaanjagend
maar ontaardden niet in een storm van vernietiging. Wat een verschil met de slachting die Poolse burgers op 10 juli 1941 in
Jedwabne aanrichtten onder hun joodse buren! Dat heeft vooral te maken met de houding van de staat. In Konitz keerde de
overheid zich tegen het geweld, het leger beschermde de joden. In Jedwabne zette de Duitse bezetter het licht op groen voor
een afrekening onder de plaatselijke bevolking.
De politie in Konitz heeft geklungeld. Van bij het begin werd aangenomen dat Winter was doodgebloed nadat, zoals bij een
koosjere slachting, zijn keel was overgesneden (niet makkelijk vast te stellen bij een onthoofd lijk). In werkelijkheid was
Winter de verstikkingsdood gestorven. De politie hield ook geen rekening met de spermasporen op Winters kleding die erop
wezen dat hij tijdens of kort voor de moord geslachtsgemeenschap had gehad. Mogelijk een afrekening in het prostitutiemilieu,
waar Winter een welkome gast was, en een indicatie dat het verhaal over de christelijke slager en diens dochter niet zo
onwaarschijnlijk was.
Smith besluit zijn voortreffelijke studie met een verwijzing naar 'de katholieke kerk die eeuwenlang voedsel heeft gegeven
aan het sprookje van de rituele moord', maar in zijn werk belicht hij de rol van de kerk niet echt. Smith noemt de moord in
Konitz een voorafschaduwing van de jodenuitroeiing, al was die voor Duitsers uit die tijd volkomen ondenkbaar. Zo goed als
niets wees er op dat Duitsland afstevende op de joodse catastrofe. Integendeel, Duitsland was toen zowel op economisch,
cultureel als wetenschappelijk vlak een van de meest vooruitstrevende staten van de wereld.
Omtrent antisemitisme
Lees ook deze artikels op Verzet.org:
• Moslims in de Waffen-SS: de Handschar en Kama Divisie
• Protocollen van de Wijzen van Zion, brandstof voor antisemieten
• Negationisten voor de rechter en achter de tralies
Lees ook deze boekbesprekingen op Verzet.org:
• De ontkenning van de Holocaust. Antisemitisme, racisme en Nieuw Rechts (Gill Seidel)
• Film-DVD: Protocols of Zion. Did you hear no jews died on 9/11? (Marc Levin) 1 DVD 2006, 92 min zw-wit/kleur
• Anatomie van een vervalsing - De protocollen van de wijzen van Sion (Ben-Itto Hadassa)
• De mythe van het Joodse kannibalisme (Prof. dr Pieter W. van der Horst)
• Het Sacrament van Mirakel. Jodenhaat in de Middeleeuwen (Luc Dequeker)
• Van jodenhaat naar zelfmoordterrorisme. Islamisering van het Europees antisemitisme (Dr. Hans Jansen)
• ANGST. Antisemitisme in Polen na Auschwitz. Een historische interpretatie (Jan T. Gross)
• De Gele Ster - De jodenvervolging in Europa 1933-1945 (Gerhard Schoenberger)
• De Davidster. De geschiedenis van een symbool (Gerbern S. Oegema)
• Antisemitisme - In ons? (Dr. M. Albinski)
• Antisemitisme: een geschiedenis in beeld (Anne Frank Stichting)
• Diagnose van racisme en antisemitisme in Europa (Dr. Hans Jansen)
• Jodenhaat en Jodenangst - Over meer dan twintig eeuwen antisemitisme (Dr. C.P. van Andel)
• Wat is antisemitisme? Een benadering vanuit vier disciplines (van Arkel e.a.)
• Christelijke oorsprong van racistische jodenhaat (Dr. Hans Janssen)
• Vijftig vragen over antisemitisme (Anne Frank Stichting en Jaap Tanja)
• Daders, slachtoffers, omstanders. De Joodse catastrofe 1933-1945 (Raoul Hilberg)
• Vreemdelingen in een wereldstad (Lieven Saerens)
• Gewillig België. Overheid en Jodenvervolging tijdens de Tweede Wereldoorlog (Van Doorslaer e.a.)
• Ondergang - De vervolging en verdelging van het Nederlandse jodendom 1940-1945 (Jacques Presser)
• Kroniek der Jodenvervolging 1940-1945 (Abel J. Herzberg)
• Duitsland en zijn joden van 1743 tot 1933 (Amos Elon)
• Het verhaal van de slager. Moord en antisemitisme in Duitsland, 1900 (Helmut Walser Smith)
• Nazi-Duitsland en de Joden. Delen 1 en 2 (Saul Friedländer)