Ook de eens zo gastvrije Verenigde Staten van Amerika zullen hun migrantenbeleid drastisch veranderen met de toestroom van joodse vluchtelingen
en voor hen haar grenzen sluiten. Tussen 1820 en 1933 bereikten meer dan 37.000.000 immigranten de Verenigde Staten van Amerika.
Gemiddeld 900.000 immigranten per jaar zochten hun heil en toekomst in de Nieuwe Wereld. Thomas Jefferson (1743-1826), de derde president van
de Verenigde Staten in 1801: "Zullen wij de ongelukkige vluchtelingen uit kommervolle omstandigheden
de gastvrijheid weigeren die de wilden uit het oerwoud onze vaderen boden toen zij in dit land voet aan wal zetten? Zal er geen
toevluchtsoord meer zijn op aarde voor de onderdrukte mensheid?"
Na het einde van de Eerste Wereldoorlog, volgde de Verenigde Staten de koers van het economische en politiek
isolationisme. In 1921 wordt een wet aangenomen die een eerste numerike beperking invoert ten aanzien van immigratie uit Europa.
Het aantal toelaatbare immigratie wordt vandanaf beperkt tot 3% van het aantal in het buitenland geborenen van Europese nationaliteit woonachtig in de VS in 1910. Er wordt geopteerd
voor de volkstelling van 1910 i.p.v. 1920 om immigratie uit Zuid- en Oost-Europa zoveel mogelijk te beperken. Het quotum werd op 355.000
per jaar gebracht. In 1924 werd de wet opnieuw scherper gesteld en het quotum op 153.774 gezet. Daarvan werd bij wet van 1 juli 1929
het overgrote deel toegekend aan burgers afkomstig uit Groot-Brittannië en Ierland, t.t.z. 83.575. Andere landen beschikten slechts over kleine quota:
Duitsland 26.000; Polen 6.000; Italië 5.500; Frankrijk 3.000; Roemenië 300. Deze quota werden aangehouden tot aan het tijdperk
van President Lyndon B. Johnson (president tussen 1963 en 1969).
Na de beurscrach van 1929 en de daaropvolgende zware economische crisis waarbij de werkloosheid van 2.500.000 naar 12 miljoen(!) sprong,
werd het aan de kandidaat-migranten alsmaar moeilijker gemaakt om naar de VS te
emmigreren. Op 8 september 1930 vaardigde President Hoover een nieuwe verklaring uit aan de consulaten: "
Alvorens visa af te geven, zou men zich zorgvuldig een oordeel moeten vormen over de vraag of de kans bestaat dat de aanvrager ten laste van de
gemeenschap zal vallen. Als de aanvrager de ambtenaar niet kan geruststellen, zal het visum moeten worden geweigerd." De immigratie tuimelde
prompt naar beneden: 241.700 in 1930; 97.139 in 1931 tot 35.576 in 1932. Na de machtsovername van Hitler op 30 januari 1933 trachten
de Duitse en Poolse joden zich tevergeefs uit de voeten te maken richting Amerika.
Het hoofd van de Visa-afdeling van het State Department, A. Dana Hodgdon, weerlegde de kritieken omtrent haar beleid ten opzichte van de Duitse joden die tevergeefs naar
de VS trachten te ontkomen: "Ik mag hier nog aan toevoegen met het oog op de beoordeling van een eventuele toename van de immigratie
uit Duitsland in verband met de daar gerapporteerde onlusten, dat de mogelijkheid bestaat dat allerlei ongewenste elementen,
waaronder communisten, dit land zouden binnenkomen; men zou deze laatsten waarschijnlijk daarginds tot emigratie
aanzetten." Amerika had haar poorten gesloten voor joodse vervolgden. Met mondjesmaat zouden zij nog de VS binnengeraken en dan nog
enkel zij die over voldoende eigen middelen beschikten en de juiste documenten konden voorleggen.
Juridisch adviseur van de regering, Green H. Hackworth in augustus 1933: "Wij zijn van mening dat het zuivere
feit dat een jood uit Duitsland of een ander land is verdreven, of er de voorkeur heeft aan gegeven Duitsland te ontvluchten om aan vervolging te ontsnappen, hem daardoor nog niet automatisch
ontheft van de verplichting de documenten te verkrijgen volgens sectue 7(c) over te leggen als er een redelijke kans bestaat die documenten te verkrijgen
door een aanvraag bij de daarvoor aangewezen Duitse autoriteiten."
In 1933 was Franklin Delano Roosevelt de 32ste president van de VS geworden en zal dat blijven tot aan zijn dood, op 12
april 1945, slechts vier weken voor het einde van WOII. Ook onder Roosevelt bleef, tot groot jolijt van Adolf Hitler en zijn nazi's,
de VS haar immigratiewetten alsmaar aanscherpen. In de jaren 1933 en 1934 diende er zelfs een zgn 'bewijs van goed gedrag en zeden' toegevoegd te worden bij de visa-aanvraag, die dan moest verkregen worden op de
politionele diensten in het land van origine. Op dat ogenblik waren de joden in Duitsland al zo goed als vogelvrij verklaard en
zaten als ratten in de val en het einde was nog lang niet in zicht, integendeel, het zou allemaal nog veel erger worden! Hitler
over deze Amerikaanse verstrenging van de wet: "In zijn immigratiewetgeving heeft Amerika de onwelkome
toevloed van rassen onmogelijk gemaakt die het in zijn midden niet kan dulden. En Amerika is al evenmin bereid de deuren te openen
voor de Joden die uit Duitsland wegvluchten."