Na de Kristalnacht van 9 op 10 november 1938 komt opnieuw een grote golf Joodse asielzoekers
opgang en trokken er nog eens 30.000 de Duits-Belgische grens over, in de hoop een toevluchtsoord te vinden, wat vaak moeilijk, zoniet
onmogelijk zou blijken te zijn. De kandidaat-emigranten en 'economische asielzoekers' van toen kregen in Duitsland na de
Kristallnacht een gepeperde rekening voorgelegd : zij moesten een ‘vluchttaks’ betalen.
Deze werd reeds voor de machtsgreep van
Hitler ingevoerd (8 december 1931) en paste vanaf 1934 helemaal in de nationaal-socialistische ideologie : men wou geldelijk
voordeel halen uit het massale vertrek van de joden. Vóór zij het grondgebied verlieten, moesten de emigranten,
joden en niet-joden, een kwart van hun vermogen afstaan. Die maatregel bracht tussen 1933 en 1940 bijna 900.000.000 RM op en kan
gezien worden als een onderdeel van de verduistering van joodse bezittingen ten voordele van het Reich.
Wanneer hij zijn ‘plicht’ had gedaan, mocht de vluchteling, die wellicht reeds geleden had onder de ontjoodsing van de Duitse
economie (afzetting of ontslag; vrijwillige of gedwongen spoliatie van ondernemingen en participaties; vereffening; enz.) maar een
heel klein deel van zijn bezittingen meenemen: wat geld en de allernoodzakelijkste goederen. Wat hij niet had kunnen
meenemen zonder de wetgeving te overtreden, werd op termijn door het Derde Rijk geconfisqueerd.
Uit protest riep de Amerikaanse president Roosevelt zijn ambassadeur, Hugh Wilson, terug uit Berlijn, en geen enkele Amerikaanse
ambassadeur werd nog tijdens Hitler Duitsland gezonden. Roosevelt verlengde meteen 12.000 tot 15.000 visa's aan Duitse en Oostenrijkse
joodse vluchtelingen die reeds in de Verenigde Staten verbleven.
De relatieve openheid die de Belgische overheid aan de dag legde tegenover de vluchtelingen die tussen 1933 en 1940 het Reich
ontvluchtten, evolueerde mee met de internationale gebeurtenissen. Vanaf 1938 gingen de deuren geleidelijk aan dicht, zodat de
meeste vluchtelingen dan clandestien het land binnentrokken.
Op 17 mei 1939 was het andermaal een zwarte dag voor de joodse vluchtelingen afkomstig uit West-Europa. Op die dag publiceerden de Britten
hun 'Witboek' over Palestina. Van die dag werd de immigratie naar Palestina -dat onder Brits bestuur stond- aan banden gelegd en werd beperkt tot 75.000 personen
verspreid over een periode van vijf jaar(!) Net op het ogenblik dat vluchten uit Europa meer dan noodzakelijk was werd ook deze laatste
mogelijkheid afgesneden.
Vanaf september 1939, bij het uitbreken van de oorlog, voerden de Belgische overheden een versterkte politiebewaking in die de vluchtelingen strenger moest bewaken en de toegang tot het koninkrijk
beperken. Het Belgische vluchtelingenbeleid was aan de vooravond van WOII een vis noch vlees en kan in een notendop als volgt worden
samengevat: wie er in ondanks de fel opgedreven grensbewaking toch in slaagde om -al dan niet legaal- ons land binnen te raken
werd 'getolereerd' en de facto niet meer uitgewezen, de rest werd tegengehouden en teruggedreven.
Als op 1 september 1939 Duitsland Polen aanvalt verklaren Engeland en Frankrijk de oorlog aan het Derde Rijk. De Verenigde Staten
echter blijven op dat ogenblik nog steeds vasthouden aan hun neutraliteit. Dat zal pas veranderen wanneer op 7 december 1941 de Amerikaanse
basis in de Stille Oceaan, Pearl Harbor, wordt aangevallen en gebombardeerd door Japan, de bondgenoot van Duitsland. Vier dagen
later, 11 december 1941, verklaren Duitsland en Italië de oorlog aan de Verenigde Staten en worden de VS alsnog mee de
Tweede Wereldoorlog ingezogen. Het zal hun stricte vreemdelingenbeleid omtrent Joodse asielzoekers echter maar weinig beïnvloeden
zoals later zal blijken.