De dag van de begrafenis op 26 mei 1936 tot een spontane 24 uren staking aan de haven
van Antwerpen. De lont was met deze zinloze weerzinwekkende moorden op Pot en Grijp in het kruitvat gestoken. De staking breidde zich al spoedig uit
naar andere sectoren. Scheepsherstellers, diamantbewerkers en de arbeiders van het transport gaan mee in staking. Op 2 juni bezetten
de dokwerkers verschillende boten waarop nog gewerkt wordt. Aan de Paardenmarkt, lokaal van de BTB, ziet het op 3 juni zwart van de
stakers. 's Avonds luisteren 10.000 arbeiders in het Sportpaleis naar de stakingsleiders. De vakbond dreigt achter de feiten aan te lopen
en erkent de staking.
Onder leiding van de communistische leider Julien Lahaut breidde de staking zich nog verder uit en op 12 juni
gaan ook de mijnwerkers mee in staking en op de schachten van de mijnen in Henegouwen en luik zowel als op de terrils wapperden
rode vlaggen. In Herstal, in de FN-fabriek zijn het de vrouwen die de fabriek stilleggen.
De grootste algemene staking tot dan was een feit: op 21 juni zijn er 500.000 stakers. Het eisenprogramma: 1. Teniet doen van
de loonsverlagingen. 2. Aanpassing van de lonen. 3. Een minimumloon van 32 frank. 4. 40-urenweek. 5. Volledige syndicale vrijheid.
6. Een week betaald verlof. Onder druk van deze tweede algemene stakingsgolf sinds 1932 kwam er al op 13 juni 1936 een nieuwe
regering van nationale eenheid tot stand, andermaal onder leiding van Paul Van Zeeland. De regering zet ondertussen de zware
repressiemiddelen in.
Op 16 juni komt het tot zware gevechten met de stakers van Klein Moskou in Quaregnon. De stakers zijn er samengekomen in het
Volkshuis en worden een half uur lang beschoten door de rijkswacht. Er zijn meerdere gewonden. Dan ontruimt de rijkswacht het
Volkshuis en valt de huizen binnen. Vrouwen, zieken, kinderen, iedereen krijgt van de matrak in zijn eigen huis. Weduwe Boitel wordt
aan haar voordeur door de gendarmerie doodgeschoten.
In Henegouwen zijn vanaf 17 juni alle meetings, betogingen, debatten in open lucht, samenscholingen op de
openbare weg verboden. Een feitelijke staat van beleg! Ook is het weer verboden te fietsen in en rond Charleroi. Tijdens
confrontaties met de ordestrijdkrachten vallen overal gewonden en zelfs doden. De sfeer is grimmig, de politieke schandalen legio.
Geen wonder dat Degrelle met Rex het goed doet bij het publiek.
Onmiddellijk na haar eedaflegging riep de regering Van Zeeland II onder grote druk van deze staking, voor het eerst in de
geschiedenis een Nationale Arbeidsconferentie samen, waaraan werd deelgenomen door afgevaardigden van het patronaat en de vakbonden.
De stakingseisen worden op tafel gelegd en gedeeltelijk ingewilligd door de regering. Op 21 juni 1936 riep het vakbondsfront het
einde van de staking uit. De mijn- en havenarbeiders haalden gedeeltelijk hun slag thuis: de 40-urenweek werd een feit, het stelsel
van zes betaalde verlofdagen werd ingevoerd alsook dat van de verplichte ziekteverzekering.
Een jaar later maakt de communistische partij (KPB) het bilan op van de staking. De 40-urenweek is nog altijd geen feit, ze werd
enkel toegezegd aan de mijnwerkers en de Antwerpse havenarbeiders. 1936 leverde toch een aantal belangrijke verworvenheden op
voor de arbeiders. De syndicale vrijheden bleven echter even minimaal als voorheen. Na de staking was er zelfs een wetsvoorstel
van minister van Justitie François Bovesse (1890-1944) die artikel 130 wil doorvoeren waardoor iedereen die een staking op gang trekt die niet via de
overlegorganen tot stand gekomen is, kan veroordeeld worden. De arbeidersbeweging laat duidelijk horen dat dit niet kan en
Bovesse moet zijn wetsvoorstel intrekken. In 1937 werd Bovesse gouverneur van de Provincie Namen. Na de bezetting door de nazi's
werd hij door de bezetter ontzet uit al zijn functies ontzet en herneemt zijn beroep van advocaat. Hij pleitte zonder enige toegeving
noch voor de bezetter noch voor de collaborateurs. Deze laatsten zullen hem dat niet in dank afnemen. François Bovesse werd op 1 februari
1944 vermoord door de rexisten.
Eén van de belangrijkste stakingsleiders van de Groote Staking van 1936, de communist Julien Lahaut, zal na de Tweede Wereldoorlog
naar aanleiding van de koningskwestie, op 18 augustus 1950 worden doodgeschoten. Tijdens die Hete Zomer van 1950 werden op 30 juli
1950 in Grâce-Berleur vier stakers door rijkswachters doodgeschoten: Albert Houbrechts, Henri Vervaeren en Pierre Cerepana stierven
ter plekke. Joseph Thomas bezweek zes dagen later aan zijn verwondingen. De dreiging van een nakende burgeroorlog in België
werd door deze brutale slachting reeël en bracht de ontknoping van de koningskwestie in een ultieme stroomversnelling.
Op 1 augustus 1950 deed koning Leopold III troonsafstand. Op 11 augustus legde Boudewijn van Saksen-Coburg de eed af. Vlak
voor de kroonprins de eed wilde afleggen riep Julien Lahaut, voorzitter van de Communistische Partij,
luid: "Leve de Republiek!" Zeven dagen later werd Julien Lahaut met vijf schoten uit een
Amerikaanse Colt .45 dodelijk getroffen en zeeg bloedend neer in het gat van zijn voordeur. Het onderzoek wees spoedig uit dat de
daders in het extreemrechtse kamp moesten gezocht worden, maar ze werden nooit opgepakt en dus ook nooit veroordeeld of gestraft.