Dit indrukwekkend everlag van de joodse holocaust in Odessa kon pas vijftig jaar na de Tweede Wereldoorlog gepubliceerd worden.
Nadat overlevende David Starodinski dit boek in 1944 had afgerond, is er tot 1991 niets mee gebeurd. De regeringspolitiek was anti-joods;
over de grote aantallen joodse oorlogsslachtoffers mocht niet gerept worden. Zelfs het hebben van een dagboek was al verdacht.
Pas na de recente politieke omwentelingen heeft de schrijver een poging ondernomen tot publicatie door zijn manuscript op
te sturen naar de Anne Frank Stichting. En met succes: dit is het eerste ooggetuigenverslag dat in de Sovjetunie verscheen over het lot
van de joden in de Tweede Wereldoorlog. Het is tevens het eerste dagboek over dit thema dat in het Nederlands verschijnt.
Moord in de Oekraïne (1941-'44) synopsis door
Otto van de Haar.
Bron:
Grenzeloos

Met zijn pas onlangs uitgegeven, ongekompliceerde getuigenis 'Het getto van Odessa' lijkt David Starodinski onbewust een
indringende, regionale onderstreping te hebben gegeven van wat de historikus Isaac Deutscher ooit opmerkte over de
nazi-politiek in het algemeen: "
een degeneratie van alle menselijkheid die voor altijd de mensheid zal verontrusten en
verbijsteren."
Ook al waren de onderzoeksthema's voorspelbaar, werden boeken, films en televisieprogramma's gecensureerd en was de toon
vaak simpel-heroïes, aan de Grote Vaderlandse Oorlog werd in de Sovjet-Unie op het uitbundige af aandacht besteed. De
hoeveelheid informatie over het - extra zware - lot dat de joden trof in de genazificeerde Sovjetrepublieken, zoals in de
Oekraïne, was daarentegen tamelijk schaars.
Of de thans in de voormalige Sovjet-Unie ingeslagen weg voor de joden een werkelijke verbetering van hun toestand inhoudt,
is een andere vraag. Maar het is wel winst dat nu vrijelijk over deze specifieke periode gepubliceerd kan worden. Een goed
voorbeeld zijn de aangrijpende mémoires Het getto van Odessa van de nu 67-jarige joodse overlevende David Starodinski.
Vrijwel direkt na de bevrijding door het Rode Leger van Transnistrië (het gebied ten oosten van Roemenië), in de lente van
1944, had Starodinski - amper twintig jaar oud - zijn herinneringen al geordend en op papier gezet. Maar pas vorig jaar kon
Starodinski ze in Odessa het licht doen zien. Mede door financiële steun uit het buitenland.
Starodinski's chronologies opgebouwde 'oorlogsnotities' zijn vooral geschreven vanuit een memento-motief. Toen Odessa en het
gebied eromheen na ruim 900 dagen werd bevrijd "
voelde ik dat datgene wat ik had gezien en meegemaakt, niet vergeten mocht
worden. Het was mijn plicht tegenover de doden de herinnering levend te houden." Onder de vermoorden bevonden zich
bekenden en familieleden van de auteur, zoals zijn moeder, op wie hij erg gek was. Aan haar is het boek dan ook opgedragen.
Davids vader, een stalinisties kommissaris, die kort na 22 juni 1941 in Duitse handen viel, overleefde de oorlog.
Treblinka en het getto van Warschau zijn namen die geen toelichting vergen. Maar wie heeft wel eens gehoord van de
Zuidoekraïnse arbeids- en vernietigingskampen Domanjovka en Achmetsjetka? Een enkeling. Dit hiaat hebben de uitgevers terecht
willen opheffen. Hiermee wil niet gezegd zijn dat het bestaan van genoemde dodenplekken nergens gedokumenteerd is.
Ze zijn bijvoorbeeld terug te vinden in een beknopte passage in het standaardwerk van de Noordamerikaanse politikoloog
Raul Hilberg: The destruction of the European Jews, stammend uit de jaren zestig. Maar wie van de gruwelijke gebeurtenissen
in en rond Domanjovka, Achmetsjetka en het getto van Odessa een unieke, persoonlijke uitvergroting wenst moet Starodinski's
boekje lezen. De nu beschikbare Nederlandse vertaling lijkt me dan ook prima op zijn plaats.
Vanuit het 'verzamelgetto' van Odessa werden tienduizenden joden, waaronder Starodinski, door de nazi's naar de
koncentratiekampen (stallen is een beter woord) gedeporteerd en omgebracht. Het waren trouwens voornamelijk Roemenen die in
Transnistrië van Adolf Hitler de dienst mochten uitmaken. Starodinski slaagde er langzaam maar zeker in hardheid en
doorzettingsvermogen te ontwikkelen. Maar hij vertelt ook zonder gêne over de momenten van totale psychiese ontreddering,
variërend van zenuwkrises, hysteriese huilbuien, tot aan een doodsverlangen toe. Dat hij toch macht over de miserabele en
angstaanjagende omstandigheden behield, kwam mede door een wonderbaarlijke dosis geluk.
Over de toekomst dacht Starodinski begrijpelijk genoeg niet na. Als hij plannen maakte, dan was het om te ontkomen aan een
dreigende exekutie, de vrieskou of de hongerdood. Deze voordurende gerichtheid op primaire zaken doet je soms snakken naar
meer analytiese gedeeltes. Maar de frisse schrijfwijze en het ontbreken van autobiografiese zelfgenoegzaamheid maken veel
goed.
Het is interessant om in deze oorlogsmémoires (1941-1944) ook nog een onverwachte glimp op te vangen van gebeurtenissen
voorafgaand aan de bezettingstijd, zoals van het 'rampjaar' 1937. Of over de intense woede van grootvader Sjomik over
Stalins landbouwkollektivisatie uit het begin van de jaren dertig. Jammer is dat in de noten die door de redaktie zijn
toegevoegd, deze 'dekoelakisering' slechts omschreven wordt in termen van 'deportatie'. Alsof het daarbij gebleven is.
Anno 1992 verwacht je een dergelijke onverkwikkelijke bagatellisering niet meer.