Voor wie naar parallellen zoekt inzake vluchtelingenbeleid anno 2006, zal niet
ver moeten zoeken, want zeventig jaar geleden hebben we het allemaal al eens voorgedaan. Tegen het einde van de jaren dertig waren de meeste Europese landen, alsook de Verenigde Staten,
uitgekeken op de stroom vluchtelingen afkomstig vanuit Oostenrijk en Duitsland. Ook België en Nederland sloten, onder toenemende
druk van de publieke opinie en aanhoudende stemmingmakerij door extreemrechts, definitief hun grenzen. Voor België gebeurde dit op
30 april 1939. Ook aan het zogenaamde 'tolerantiebeleid' was een einde gekomen.
Enkel diegenen die vóór 1 mei 1939 illegaal het land waren binnengekomen werden nog 'getolereerd' en kregen een tijdelijke verblijfsvergunning toegekend maar wel met het oog
op verdere immigratie naar een ander land. Bijkomende voorwaarde was wel dat enkel geregulariseerd werd voor wie België het eerste asielland was. De Oostenrijkse
en Duitse joden die, na de rassenwetten van Neurenberg van september 1935 en de Rijkskristalnacht van 9 november 1938, hun land
ontvluchtten en aanvankelijk eerst naar Zwitserland of Italië waren ontkomen, werden manu militari terug over de grenzen gedreven. Ook de joden die bijvoorbeeld eerst naar
Nederland emigreerden en later naar België, werden vanaf 2 juni 1939 hardhandig aangepakt, gearresteerd en uitgeleverd aan de
Nederlandse politie.
Op 20 augustus 1939 herzag België opnieuw de asielprocedure zogenaamd om 'misbruiken' tegen te gaan:
"Onder degenen die beweerden uitgewekenen te zijn, werden er heel wat ongewenschten aangetroffen met een
bedenkelijk zwaar strafregister of ook wel personen die wenschten te verbergen dat zij op een onwettelijke wijze in het land waren gekomen.
Aan den anderen kant, stelde men in de jongste jaren een onophoudelijke stijging vast van het aantal diergenen [sic] die zich voor uitgewekenen
pogen te doen doorgaan, maar die zich vooral wegens de gunstige economische of sociale conjunctuur in België wenschen te
vestigen."
De stroom vluchtelingen bleef echter aanhouden en in mei en juni 1939 waren nog eens drieduizend gevluchte joden ons land binnengeraakt. Tegen juli 1939 werden
er zo ongeveer zevenduizend vluchtelingen gesteund te Brussel en zesduizend te Antwerpen. Uiteraard zorgde deze toevloed voor vertragingen
in de afwikkeling van de asielprocedure wat bij de onfortuinlijke vluchtelingen de valse hoop deed ontstaan op een voorspoedige regularisering
van hun hachelijke situatie. Het BS van 28 augustus 1939 sloeg ook die hoop de bodem in: "Het mag niet gebeuren dat de berekende
traagheid bij de afwikkeling van de procedure een van de middelen zij om, door verjaring, recht van verblijf te verkrijgen."
Ook de Waalse katholieke senator Joseph Hanquet wijzigde midden 1939 zijn standpunt ten aanzien van de vluchtelingen en verschool zich achter het
argument dat een en ander het antisemitisme zou kunnen doen oplaaien: "Het opnemen
van sommige vreemde elementen levert moeilijkheden op en veroorzaakt gevaar door den financielen last wegens het onderhoud van onbemiddelde
vluchtelingen... Laten wij er op waken dat ons land geen gewest worde van landverhuizers en dat geen antisemitische volksactie tot stand
komt."
In Polen was intussen het antisemitisme tot een officiële staatsdoctrine geworden. Om nazi-Duitsland te 'lijmen', dat klaar
stond om hun land binnen te vallen, werd door de Poolse regering besloten om de joden te slachtofferen in de hoop alsnog een Duitse invasie te voorkomen.
De joden werd massaal hun Poolse nationaliteit ontnomen en werden prompt over de grenzen gezet. Ook deze groep Ostjuden konden niet op de minste sympathie van het Westen
rekenen en werden zonder pardon terug over de grenzen gedreven. Wanneer de nazi's even later op 1 september 1939 Polen binnenvallen
zaten de meeste Poolse joden in de val en kon het drama van de vernietiging van drie miljoen Poolse joden zich voltrekken.
De mogelijkheden om voor joden (maar ook! zigeuners, asocialen, communisten enz.) legaal te emigreren werden veder beperkt. Vluchtelingen
trachten wel naar een ander land te trekken, maar de Verenigde Staten hielden zich nauwgezet aan hun verstrengde asielwetgeving met
als voornaamste eis 'dat ze niet ten laste van de Amerikaanse schatkist zouden vallen' en de Amerikaanse consul in België eiste hiervoor
sterke waarborgen wat de procedure nog verder vertraagde. Het asielland bij uitstek was Groot-Brittannië en Palestina, dat toen
nog een Brits protectoraat was. In mei 1939 konden zo nog 36 joden vanuit België legaal naar Engeland vertrekken maar vanaf
juli 1939 werd ook deze mogelijkheid door de Britse autoriteiten stopgezet.
Tussen 1938 en 1939, werd met het speciaal programma -ook bekend als het Kindertransport- 10.000 onbegeleide joodse kinderen
op basis van hoogdringendheid opgevangen in Groot-Brittannië. Voor het eerst verplichtten de Verenigde Staten er zich in 1939
toe om de asielquota voor Duitsers en Oostenrijkers vol te maken, maar tegen het einde van 1939 hadden zich 309.000 Duitse, Oostenrijkse en Tsjechische
vluchtelingen gemeld en dat voor slechts 27.000 plaatsen(!)
Intussen bleef de illegale emigratie naar Palestina maar toenemen en ook hier werden vele joden door de Britten onderschept en hardhandig
teruggestuurd naar hun land van herkomst, d.w.z. terug in de klauwen van hun vervolgers. Aldus konden tegen het uitbreken van de
oorlog in Polen de kandidaat-vluchtelingen geen kant meer op en werden de facto gedwongen om in hun onafwendbare lot te berusten.
Alhoewel er toen al genoeg voortekenen waren van wat komen ging, wist op dat ogenblik nog niemand hoe erg het allemaal
nog zou worden.