Tot aan de machtsgreep in januari 1933 door de nazi's, leefden er ongeveer 523.000 Joden in Duitsland waarvan ruim eenderde in
de Berlijnse hoofdstad. Ondanks de rassenwetten van 1935 verkozen de meeste toch te blijven. Het is pas in 1938 dat er in Duitsland
en Oostenrijk een massale vluchtelingenstroom op gang komt. Eind jaren dertig was in nazi-Duitsland de Judenfrage
(Joodse kwestie) nog niet toe aan een finale oplossing (Endlösung). Op 31 augustus 1939 was het sterilisatieprogramma van
joden, zigeuners en andere ongewensten van het Derde Rijk stilgelegd en werden de gedwongen sterilisaties tot het einde van de
oorlog grotendeels gestopt. Vanaf dan maakte een brief van Hitler van 1 september 1939 de dood door euthanasie
(T4-programma) mogelijk. Echter, tot eind augustus 1940
overwogen de nazi's nog steeds om de joden in een aparte staat onder te brengen.
Tot aan de zomer van 1941 kaderden zij de tijdelijke oplossing van de jodenkwestie in een grootscheeps plan van evacuatie en
emigratie ergens buiten het Groot-Duitse Rijk, en circuleerde er in de SS-top lange tijd het zogeheten
'Madagaskarplan'. Na de aanvankelijk succesvolle verovering
van onmetelijke nieuwe gebieden in het Oosten (Operatie Barbarossa, ingezet op 22 juni 1941), zagen de nazi's definitief af van dit
'hervestigingplan' en besloten zij tijdens die woelige zomer van 1941 tot de volledige vernietiging van het Europese Jodendom. Een en ander
werd later binnenskamers bevestigd en de praktische richtlijnen ervan uitgezet tijdens de beruchte
Conferentie van Wannsee van 20 januari 1942.
Maar terug naar wat voorafging. Tegen september 1939 hadden ongeveer 282.000 joden Duitsland verlaten en ongeveer 117.000 Oostenrijk. Geschat wordt dat er sinds
1933 van deze groep er ongeveer 95.000 de VS wisten te bereiken, 60.000 naar Palestina, 40.000 naar Groot-Brittannië en ongeveer
75.000 naar Centraal- en Zuid-Amerika, voornamelijk naar Argentinië, Brazilië, Chili en Bolivië. Meer dan 18.000 joden
vonden hun weg naar Shangai in China, dat toen door Japan werd bezet. Tegen eind 1939 resten er nog 202.000 joden in Duitsland
en 57.000 in het geannexeerde Oostenrijk, waarvan vele bejaarden. Wanneer het de joden vanaf oktober 1941 officieel wordt verboden
om Duitsland (en de bezette gebieden) te verlaten, zal de grote meerderheid omkomen in de getto's en in de concentratiekampen.
In de aanloop naar deze finale dramatische ontknoping, bleven het Westen en de Verenigde Staten maar wat aanmodderen met hun
asielbeleid en waren na het mislukte internationale overleg op de
Conferentie van Evian (6 juli 1938) in een uitzichtloze impasse
beland. De nazi's profiteerden van deze patstelling om een aantal Duitse en Oostenrijkse joden te laten ontkomen ondermeer op schepen. Deze
strategie maakte deel uit van de Duitse propaganda om aan de wereld te laten zien dat de joden het land konden verlaten als zij dat
wensten. Echter wel nadat ze hen eerst volledig van hun laatste bezittingen en centen hadden beroofd. Zo circuleerden tientallen
schepen doelloos de Atlantische Oceaan rond, op zoek naar een veilige haven die hen zou toelaten. De meesten dienden echter
rechtsomkeer te maken en terug aan te leggen in de Duitse havens.
De meeste vluchtelingenschepen voeren naar de Cubaanse hoofdstad Havana of probeerden de havenautoriteiten in de havens van
Canada -zoals bijna steeds- tevergeefs te vermurven. Cuba was sinds 1938 geëvolueerd tot een soort wachtplaats voor joodse vluchtelingen
afkomstig uit Europa, die naar de Verenigde Staten wilden emigreren. Omwille van nogal wat misbruiken en corruptie binnen hun eigen
bureaucratie, verstrengden de Cubanen onder druk van de Amerikanen op 9 mei 1939 hun emigratiewetgeving waarbij de vluchtelingen tegenover de Cubaanse
autoriteiten met absolute zekerheid moesten kunnen aantonen dat ze in hun onderhoud konden voorzien. Geen eenvoudige opgave vermits
deze joden bij hun vertrek door de nazi's van hun laatste duiten waren beroofd.
Zo arriveerden in Havana twee vluchtelingenschepen, de pakketboot SS Flandre (!) en de SS Orduna. Slechts 80 van de 284 vluchtelingen op deze schepen,
kregen uiteindelijk de toelating om af te monsteren in Cuba. De rest kon rechtsomkeer maken. Doordat er op korte tijd drie
vluchtelingenschepen hadden aangelegd (de SS St Louis was het derde), geloofden de Cubaanse autoriteiten zowel als de publieke
opinie dat hun eiland overspoeld werd met vluchtelingen. De SS Flandre, gebouwd in 1914, zal in 1940 op een Duitse zeemijn varen en in de haven
van Gironde (F) vergaan.
Terwijl overal in het Westen, zowel in België, Nederland als in de Verenigde Staten
politiekers over het asielbeleid en het mogelijk opvangen van joodse vluchtelingen oeverloze en uitzichtloze discussies ontsponnen,
speelde er zich op volle zee een menselijk drama af dat de hele vrije wereld een spiegel zal voorhouden. De Verenigde Staten van
Amerika, toch al enkele eeuwen lang het land van immigratie bij uitstek, bleek niet in staat te zijn om bijna duizend mensen op
te nemen, die op het punt stonden om vermoord te worden.
In dat opzicht waren de Amerikanen niet veel beter dan de Duitsers. Ze hebben de vluchtelingen weliswaar niet met eigen handen
omgebracht, maar ze ook niet op tijd geholpen toen de nood het hoogste was. Uit een onderzoek dat in 1998 in opdracht van het
USHMM werd gehouden onder de Amerikaanse bevolking, wist slechts 29% dat de VS
voor of tijdens de Tweede Wereldoorlog niet alle joodse vluchtelingen werden toegelaten, 34% gaven toe helemaal niet op de hoogte
te zijn (geweest) van het Amerikaanse asielbeleid en 37% van de Amerikanen waren van mening dat de joodse vluchtelingen welkom
of wel waarschijnlijk welkom waren in de VS.