Op 13 mei 1939 schepen 931 joodse vluchtelingen in Hamburg in op het luxe-cruise schip de SS St Louis van
de Hamburg-Amerikalijn. Het schip stond onder het bevel van Kapitein Gustav Schröder en had als bestemming Havana in Cuba. Dit was
één van de laatste groepen vluchtelingen die op deze wijze aan de wurggreep van de nazi's waren ontsnapt. Voor deze overtocht had elke vluchteling 262 dollar neergeteld alsook 81 dollar als waarborg, voor het
geval Cuba of geen ander land hem of haar wilde opnemen, waarmee dan de terugreis kon bekostigd worden. Deze waarborgsom was in
feite slechts een formaliteit want elke vluchteling was in het bezit van een officieel landingscertificaat, ondertekend door
kolonel Manuel Benites, de Cubaanse directeur-generaal voor immigratie. Voor dat landingscertificaat moesten
de financieel uitgeschudde joden ook nog eens 150 dollar betalen, geld dat maar met veel moeite door achtergebleven vrienden en familieleden
bij elkaar was geschraapt.
Slechts weinigen bezaten meer dan 4 dollar op zak, het maximum contant bedrag dat de Duitsers hadden
toegestaan aan de vluchtelingen die Duitsland verlieten. Aangekomen op Cuba, zouden ze daar drie tot twaalf maanden moeten
verblijven, totdat de Amerikaanse immigratiedienst hun verblijfspapieren in orde had gebracht. Vol goede moed en hoop op een voorspoedige
toekomst zette de St Louis koers naar Cuba. Wat zij echter niet wisten was de president van Cuba, Federico Laredo Bru (1875-1946) acht dagen
eerder het decreet nr. 93 had uitgevaardigd dat al hun landingscertificaten ongeldig verklaarde. Vluchtelingen moesten vanaf dan een visum
hebben dat door het Cubaanse Ministerie van Buitenlandse Zaken, Arbeid en Financien werd uitgereikt en tevens kunnen aantonen dat ze na
hun aankomst op Cuba in hun eigen onderhoud konden voorzien.
Ongeveer 700 van deze bootvluchtelingen hadden wel een visum voor de Verenigde Staten, maar het overgrote deel onder hen moest wel nog een paar jaren wachten
op een quotanummer. Op 27 mei 1939 voer de St Louis de haven van Havana binnen en de vluchtelingen vernamen meteen het slechte nieuws van de nieuwe immigratiewetgeving
die hun afmonstering op Cuba verbood. Slechts 22 van de 931 vluchtelingen voldeden aan de nieuwe regeling en mochten voet aan land zetten. Voor de anderen werd het bang
afwachten. De Joint Distribution Committee zond op 28 mei twee vertegenwoordigers, Cecilia Razovsky en Lawrence Berenson, naar Havana
om met de Cubaanse regering te onderhandelen. Berenson was door het JDC gemachtigd om een som van 125.000 dollar te deponeren, als
waarborg dat geen van de vluchtelingen ten laste van de Cubaanse staat zou komen. De JVC deed eveneens de belofte dat de
vluchtelingen in afwachting van hun latere overtocht naar de VS, tussentijds geen werk in Cuba zouden aannemen.
Echter op 1 juni gaf President Bru de kapitein van de St Louis het bevel om te vertrekken. Uit wanhoop sneed
de advokaat Max Loewe, een joodse oorlogsheld uit WOI die nog een tijd lang in een concentratiekamp had vastgezeten,
zijn polsaders door en sprong overboord. Loewe werd bijtijds opgevist uit het water en in kritieke toestand naar het
Calixto Garcia-ziekenhuis aan de wal gebracht. Aldus werd hij de eerste van de vluchtelingen die zonder de vereiste dokumenten toch in Cuba aan land kon gaan. Zijn
vrouw en kinderen die ook aan boord waren van de St Louis, mochten ook nu het schip niet verlaten.
Ondertussen waren de Joodse vluchtelingenorganisaties vertwijfeld op zoek naar een oplossing en/of een mogelijke andere
landingsplaats. Het nieuws van deze onverwachte (alhoewel?) tragedie beheerste meteen alle frontpagina's van de kranten over de ganse wereldbol.
Met verschillende landen werden onderhandelingen aangeknoopt die een na een op niets uitliepen. Canada verweerde zich aldus:
"If these Jews were to find a home they would likely be followed by other shiploads. No country
could open its doors wide enough to take in the hundreds of thousands of Jewish people who want to leave Europe: the line must be
drawn somewhere." (Als we deze joodse vluchtelingen op ons grondgebied toelaten
zullen zij ongetwijfeld gevolgd worden door nog meer scheepsladingen met vluchtelingen. Geen land kan haar deuren ver genoeg openstellen om honderden en
duizenden Joodse mensen die Europa willen verlaten binnen te laten: we moeten ergens een lijn trekken.")
Vermits ook de Verenigde Staten en de meeste Zuid-Amerikaanse landen weigerden de vluchtelingen op te nemen, laveerde het schip
op 2 juni 1939 zich tot buiten de territoriale wateren van Cuba, in afwachting dat de onderhandelingen nog reslutaat zouden afwerpen. Tevergeefs dus
en op 6 juni zette de St Louis met haar 907 onfortuinlijke passagiers aan boord, onverrichterzake definitief koers terug naar
Europa.
De New York Times schreef op 9 juni in haar editoriaal de bittere woorden: "It is hard to imagine the bitterness of exile when
it takes place over a faraway frontier. Helpless families driven from their homes to a barren island in the Danube, thrust over the
Polish frontier, escaping in terror of their lives to Switzerland or France, are hard for us in a free country to visualize. But
these exiles floated by our own shores. Some of them are on the American quota list and can later be admitted here. What is to
happen to them in the interval has remained uncertain from hour to hour. We can only hope that some hearts will soften somewhere
and some refuge be found. The cruise of the St. Louis cries to high heaven of man's inhumanity to man."
(Het valt moeilijk zich voor te stellen hoe bitter de ballingschap moet zijn wanneer dit zich aan een verre grens afspeelt. Hulpeloze gezinnen,
uit hun huis verdreven naar een kaal eiland in de Donau, over de Poolse grens gezet, alle verschrikkingen trotserend van een vlucht
naar Zwitserland of Frankrijk, zijn dingen die wij ons in een vrij land moeilijk kunnen voorstellen. Maar deze ballingen zijn langs onze kust gevaren. Sommigen van hen staan op de
Amerikaanse quotalijst en kunnen hier later worden toegelaten. Wat in tussentijd met hen moet gebeuren, blijft van uur tot uur onzeker.
Wij kunnen slechts hopen dat ergens harten zich laten vermurwen en er een toevluchtsoord wordt gevonden. De reis van de St Louis
is ten hemel schreiend, een voorbeeld van de onmenselijkheid waarmee de mens zijn soortgenoten bejegend.")