
"
Ieder mens houdt op het einde van zijn weg een bijzondere periode over die een dieper stempel op
hem heeft gedrukt dan de overige. Als ik terugkijk op de afgelopen zeventig jaren van mijn leven vind ik hetgeen me tussen
mijn dertigste en veertigste is overkomen - de tijd van het Rode Orkest- het belangrijkste. Zeker, op alle hoeken wachtten
me rampen, he gevaar was mijn trouwste metgezel, maar als ik het over moest doen, zou ik het met vreugde overdoen! Nu heb ik
-eindelijk- niets meer te verbergen; ik streef er slechts naar de waarheid te vertellen over de vijftig jaren van
mijn militante leven. Hier komt de waarheid...."
Leopold Trepper (2 februari 1904-19 januari 1982) was de 'Grote Baas' van het Rode Orkest, het door de Russen in
de Tweede Wereldoorlog opgezette spionagenetwerk dat opereerde vanuit Brussel, Parijs, Lyon, Marseille en... Berlijn. Rondom de
persoon van Trepper heeft zich een soort mythe gevormd; keer op keer wist hij de dans te ontspringen nadat in 1942 de Gestapo de klopjacht
op de diverse afdelingen van het Orkest met succes bekroond zag.
Leopold Trepper doet in zijn memoires gedetailleerd verslag van zijn activiteiten als chef van het Rode Orkest in bezet
Europa. Eind 1942 werd Trepper gearresteerd en leek het Rode Orkest ten dode opgeschreven, maar Trepper bracht de Gestapo
op een dwaalspoor met zijn geraffineerd gespeelde Grote Spel (Le Grand Jeu). Terwijl zijn superieuren op de hoogte waren,
slaagde hij erin de de Duitsers te misleiden en hen in de waan te brengen dat hij met hen wilde samenwerken. Aldus kon hij
het contact met Moskou voortzetten en zo vele mensenlevens redden. Admiraal Canaris, hoofd van de Duitse
contraspionage, schatte het aantal Duitsers dat door toedoen van Treppers netwerk het leven liet op 200.000!
Trepper beschrijft in deze memoires ook zijn jeugdjaren in Polen, de roerige jaren in Palestina, Frankrijk en Moskou en
zijn lijdensweg na 1945 toen hij door een noodlottige wisseling in de top van de Sovjet-inlichtingendienst tot 1954 gevangen
werd gehouden. Zijn vergeefse pogingen om van de Poolse regering een visum voor Israël te krijgen bracht de wereldopinie
in beweging. Onder internationale pressie liet men Trepper in 1973 vrij. Trepper overleed in januari 1982 in Israël.
•
Die Gedenkstätte Deutscher Widerstand
“Die Rote Kapelle” te Oostende door
Maurice Ferier.
In 1988/1989 werd het Rode Orkest verfilmd door Jacques Rouffio. Gilles Perrault schreef het script (en ook een boek zie onderaan), met Claude Brasseur
in de hoofdrol als Leopold Trepper. In 2003 werd door Stefan Roloff Die Rote Kapelle als TV-documentaire uitgebracht en in Hollywood
genomineerd voor Beste Buitenlandse Film.
Leopold Trepper was geboren in Polen in 1904 uit een typisch Joodse familie, in een streek waar de Joodse gemeenschap
ongeveer 3000 mensen omvatte. Zijn vader was een kleine winkelier, die er een soort bazaar op nahield op de gelijkvloerse
verdieping van hun bescheiden woning. Vader stierf op 47 jarige leeftijd aan een hartaanval en liet zijn gezin onbemiddeld
achter. Vanaf de middelbare school voelde Trepper zich aangetrokken tot het communisme van Marx. Hij verliet deze school
voortijdig om achtereenvolgens allerlei stielen uit te oefenen. In dezelfde periode liet hij zich inschrijven aan de
Universiteit van Krakau, doch hij hield zich meer onledig met betogingen en onlusten, zodat hij vroegtijdig moest
onderduiken.
Na een tijdlang in Palestina te hebben gewoond vertrok hij naar Marseille, alwaar hij in contact kwam met de Russische
spionagedienst. Daarna verbleef hij nog een tijdje in Parijs om dan naar Moskou te trekken, alwaar hij zich liet inschrijven
in de Joodse universiteit. Hij liet zich bijzonder opmerken door zijn studie over het racisme en het antisemitisme, waarbij
hij het nazisme als duidelijkste mechanisme van het antisemitisme aanzag. Daardoor kwam hij in contact met het hoofd van
de inlichtingendienst van het Russische leger, generaal Berzin. Deze laatste aanzocht Trepper deel te nemen aan deze
dienst en bood hem het leiderschap van de Europese afdeling aan.

In 1938 vertrok Trepper, met de graad van kolonel op zak, naar België, alwaar hij te Antwerpen, in de Russische Ambassade,
een paspoort kreeg op naam van Adam Mikler, Canadees industrieel, die zich in België wou vestigen. Hij ging meteen op zoek
naar zijn oude Palestijnse vriend, Leo Grossvogel, die intussen opgeklommen was tot directeur van de firma
“Au Roi du Caoutchouc”, met zetel te Brussel, doch met bijhuizen in verschillende steden van België, onder andere
in de Kapellestraat 83 te Oostende.
Samen met Grossvogel zou hij zijn spionagegroep, die naderhand door de Duitsers “Die Rote Kapelle” werd genoemd, verder
uitbouwen. Grossvogel stelde hem voor een import- en exportmaatschappij te stichten die, via haar filialen in het buitenland,
de regelmantels van de firma “Au Roi du Caoutchouc” in de handel zou brengen. Daartoe stichtte Trepper, in de herfst van
1938, de firma “The Foreign Excellent Trench-Coat”, waarvan de leiding werd toevertrouwd aan de heer Jules Jaspar, voormalig
Consul Generaal van België in Indochina en in Scandinavië. Gezien de reputatie van de heer Jaspar meende het duo
Trepper – Grossvogel aldus alle verdenkingen te weren. Intussen had Trepper opdracht gekregen, van uit Rusland, om hulphuizen
te stichten van zijn maatschappij, onder andere in Oslo, Copenhagen, Stockholm en Oostende.