Veel van de uit de concentratiekampen teruggekeerde joden kregen in de zomer van 1945 te maken met negatieve reacties
vanuit de Nederlandse bevolking. In dit boek worden de vaak schrijnende situaties die zich bij de terugkeer in Nederland voordeden uitvoerig beschreven.
Met talrijke voorbeelden wordt aangetoond dat er vlak na de bevrijding van Nederland een opleving was van antisemitisme. Deze studie
werd in 1989 bekroond met de Hartog Beemprijs.
'Ontboezemingen over ongelooflijk wrede bejegening. Legio voorbeelden van antisemitisch of anderszins vijandig gedrag.' (Het Parool)
'Nederland had na de oorlog even genoeg van de joden.' (Nieuw Israëlitisch Weekblad)
Dr. D.G. 'Dienke' Hondius (º1960) doceert aan de Erasmus-universiteit in Rotterdam en is tevens Universitair Docent Nieuwste
Geschiedenis aan de Vrije Universiteit van Amsterdam. Zij publiceerde bij Sdu de boeken behalve
Terugkeer: Antisemitisme in Nederland rond de bevrijding – dat bekroond werd met de Hartog Beemprijs – ook
Absent - herinneringen aan het Joods Lyceum en
Gemengde huwelijken, gemengde gevoelens: Aanvaarding en
ontwijking van etnisch en religieus verschil sinds 1945.

De bevrijding van KZ Auschwitz-Birkenau. Velen zouden het niet meer meemaken...
"Mijn buurvrouw begroet mij vriendelijk maar verbaasd. Zij herkent mij en vraagt mij binnen. Zij bloost als zij naar mijn
ouders en onze huisgenoten vraagt. Mijn antwoord onthutst haar en zij probeert haar verwarring te verbergen door haar
echtgenoot te roepen. Als hij in de deuropening verschijnt stokt mijn adem. Nog voor ik zijn ogen zie, zie ik zijn pak.
Het is een pak van mijn vader, het grijze pak met het visgraatmotief." (G.L. Durlacher in 'Quarantaine')
"
De buurman heeft het pak aan van mijn vader" door André Horlings. Bron
A Dutch Courage's Site
Van de 110.000 uit Nederland gedeporteerde joden kwamen na de oorlog slechts 5000 terug. Ze werden niet met open armen
ontvangen. Hun terugkeer maakte latente anti-semitische gevoelens los en dat leidde soms tot uitermate pijnlijke reacties.
De meeste Nederlanders waren zo vervuld van hun eigen oorlogservaringen, dat ze maar weinig interesse toonden voor wat zich
buiten de landsgrenzen had voltrokken. Zij hadden de joden, die uit het straatbeeld verdwenen waren, kennelijk niet gemist.
"
Ik was de bijna-vreemdeling die alles aan moest horen wat ieder ander uitentreure had gehoord en ik kocht met mijn
gewillig oor en mijn discrete zwijgzaamheid aanvaarding", schreef
Gerhard Durlacher, die met zijn ouders in 1942 uit
Apeldoorn werd weggevoerd en er in 1945 als enige terugkeerde. Veertig jaar na de oorlog doorbrak hij zijn stilzwijgen in
autobiografische verhalen, waarvoor hij vorig jaar de Libris-literatuurprijs ontving. Citaten uit zijn boeken ondersteunen
hieronder het betoog van geschiedkundige Dienke Hondius, die eind jaren '80 als eerste wetenschapper onderzocht hoe de
teruggekeerde joden in Nederland werden ontvangen.
'Overlevenden' bij de bevrijding van KZ Mauthausen
Het was een simpele zin in de epiloog van een verbijsterend werk, 'Ondergang' van dr. J. Presser, waarin de verdelging
van 105.000 Nederlandse joden pas in 1965 voor het eerst in al zijn gruwelijke details werd besproken. "
Er zal echter
weinig twijfel aan bestaan, dat zeker in de eerste tijd na de bevrijding in Nederland tegenover de teruggekeerde Joden een,
laat ons zo neutraal mogelijk zeggen, negatieve houding is voorgekomen". "
Dat intrigeerde mij", zegt drs.
Dienke Hondius uit Amsterdam. "
Ik studeerde geschiedenis en besloot mijn doctoraalscriptie aan dat onderwerp te
wijden". Zij was de eerste wetenschapper die diepgaand studie maakte van het anti-semitisme in Nederland rond de
bevrijding Haar doctoraalscriptie
Terugkeer verscheen in 1990 als boek.
Het is een beklemmend verhaal. Over de sluipende wijze waarop in de oorlog de maatschappelijke scheiding tussen joden en
niet-joden werd gerealiseerd en de joden geleidelijk uit het straatbeeld verdwenen. Over de deportatietreinen die vrij
onopgemerkt vertrokken. Over het verzet, dat pas echt op gang kwam als protest tegen de Arbeitseinsatz van Nederlanders,
toen het voor de meeste joden al te laat was. Over het gebrek aan belangstelling voor hun lot, bij de regering in Londen en
in de illegale pers. En over hun moeizame terugkeer na de bevrijding, toen de meesten bij gebrek aan opvang nog wekenlang
noodgedwongen in hun concentratiekampen moesten blijven.
"
De belangstelling voor de terugkeerders was bijzonder gering", constateert ze. "
In de jaren '30 was de
jodenvervolging in Duitsland als een joods probleem beschouwd; Westerbork is als opvangkamp voor joodse vluchtelingen gebouwd
met joods kapitaal. En in 1945 werd er aan de grens geen enkel onderscheid gemaakt tussen joden en niet-joden. Het gevolg
was dat mensen die naar verhouding zoveel méér hadden meegemaakt dan anderen nog eens extra in de kou kwamen te staan".
Haar voorbeelden getuigen van een nu onvoorstelbaar onbegrip. De Auschwitz-overlevende die aan de grens een toespraak aan
moest horen 'met veel clichés en veel Vaderland' en in de trein circa vijfmaal het Wilhelmus op een krassende
grammofoonplaat. De bus die bij Vaals werd tegengehouden, omdat de passagiers niet over geldige papieren beschikten; het
'maar we komen uit Dachau' beantwoord met 'niets mee te schaften!'. De school in Sittard, hekken en deuren op slot en bewaakt
door 15-jarige padvindertjes, die de mensen terugduwden in de rij. De hoofdkraan die door nonnen werd afgesloten toen een
vrouw uit Theresiënstadt, die geduldig haar beurt had afgewacht, zich na tien uur 's avonds nog wilde wassen.
De kampoverlevende die niet voor een schadevergoeding in aanmerking kwam omdat hij achter was met de premiebetaling.
Dienke Hondius is van ver na de oorlog, uit 1960. Ze heeft geen joodse achtergrond. "
Ik kom uit een gereformeerd nest.
Toen ik in Amsterdam ging studeren, raakte ik betrokken bij acties tegen racisme. Ik ging werken bij de Anne Frank-stichting
en kreeg er veel met overlevenden te maken. Ik ging materiaal verzamelen: oorlogsdagboeken, memoires van mensen die
terugkeerden, en ik vulde dat aan met archiefonderzoek. Hun boodschap was vaak: 'we kwamen weer terug, maar er was niet op
ons gerekend'. Ze hadden maar weinig mensen ontmoet die naar hen wilden luisteren'".
Het ernstigste incident in haar boek betreft de ontvangst van achttien statenloze joodse mannen in het kamp voor NSB'ers en
SS'ers 'Voor Galg en Rad' in Vilt bij Valkenburg. Ze moesten hun levensmiddelen en rookartikelen afgeven. Toen ze
protesteerden omdat een van hen werd gedwongen kniebuigingen te doen, werden ze als gevangenen beschouwd. In opdracht van de
commandant, die kenbaar maakte 'geen jodenvriend' te zijn, moesten ze de volgende dagen driemaal daags samen met de NSB'ers
en SS'ers op appèl verschijnen, dwangarbeid verrichten en exerceren, blootgesteld aan de spot van toekijkende buurtbewoners.
En toen ze uiteindelijk mochten vertrekken, bleek vrijwel al hun textiel, rokerij en etenswaren te zijn verdwenen.

"
Dat dit geval bekend is geworden, is te danken aan het feit dat de verklaring van een van de betrokkenen op zijn
uitdrukkelijke verzoek schriftelijk werd vastgelegd", vertelt Dienke Hondius. "
Maar het staat niet alleen. Naar
aanleiding van mijn scriptie kreeg ik nog meer reacties over Vilt, en ook zijn er verhalen over joden en ex-politieke
gevangenen die in Vught samen met NSB'ers de nacht moesten doorbrengen en over NSB'ers die al in Westerbork werden gehuisvest
toen zich daar nog honderden statenloze joden bevonden".
Ze haalt een voorbeeld aan van een joodse legerkapitein, die in Maastricht zijn uit Bergen-Belsen teruggekeerde zieke vrouw
en twee kinderen zonder toestemming uit een primitief opvangcentrum haalde om ze naar een Amsterdamse verpleeginrichting te
brengen; een overtreding van de isolatieregels. Het leverde hem een forse reprimande op en deemoedig gaf hij toe 'onjuist te
zijn opgetreden en meer uit sentiment dan met verstand te hebben gehandeld'.
Zelfs een verzetskrant als
Het Parool ging in de fout, in een commentaar over de terugkeer van een joodse sociaal-democraat
als gedeputeerde van Noord-Holland: '
Dit bericht baart in breeden kring verwondering. De heer Polak heeft tijdens de
Duitsche inval in ons land zijn post verlaten, zonder dat daar bijzonder dringende redenen voor waren'. En als antwoord op
een woedende reactie wees de krant erop dat hij gemengd gehuwd was en dus weinig had te vrezen. 'Hoofdzaak is dat hij zich
niet heeft ingeschakeld in de voortgezette oorlogsvoering, maar een rustig leven is gaan leiden ergens in Zuid-Amerika.
Onder dergelijke omstandigheden lijkt het ons wat al te voortvarend van de betrokkene om nu maar kalmpjes weer zijn ouden
zetel op te eischen'.
Het verzetsblad
De Patriot vond dat de joden hun dankbaarheid moesten tonen. In een reactie op een brief over het opkomend
anti-semitisme schreef het blad: 'Tegenover de genoemde jodenhaat staat het feit dat alle ondergedoken joden, die thans
weer opduiken, hun leven te danken hebben aan Nederlanders die uit menslievendheid, met gevaar have, goed en leven te
verliezen, Joden verborgen hebben gehouden. De opgedoken Joden mogen God danken voor de in die vorm verleende hulp,
en zich klein voelen. Er zijn misschien veel betere mensen mee verloren gegaan. En ook dat mogen alle opduikers bedenken:
er is veel goed te maken. Legio zijn de gevallen van mensen, die in het ongerede geraakt zijn door den Joden geboden hulp'.

Het onbegrip snoerde velen de mond. De meeste Nederlanders kenden één oorlog: hun eigen. Voor wat zich buiten de landsgrenzen
had afgespeeld bestond nauwelijks interesse. Dat merken niet alleen de joden; ook de Indische Nederlanders, de dwangarbeiders
en vele anderen konden erover meepraten. Maar dat deden ze niet.
De bijna volmaakte desinteresse leidde tot fatale blunders, waarvoor gebrek aan kennis onmogelijk meer als excuus kan worden
aangevoerd. Zo kreeg een joodse vrouw, die bij het Rotterdamse weekblad 't Opfrissertje had geklaagd over anti-semitische
grappen, een brief terug die getuigde van een onvoorstelbare botheid: '
Wij kunnen ons zo voorstellen dat u in de moffentijd
ook van die vlammende protestbrieven schreef naar de Deutsche Zeitung over de gaskamers, Jodenster, vernietigingskampen,
deportatie, enz.'.
Een PvdA-blad maakte melding van een incident in een bus, waar een joodse passagier werd gemaand voor een dame op te staan.
Hij vertelde dat hij net uit het ziekenhuis kwam, waar hij na terugkomst uit een concentratiekamp in uitgeputte toestand was
opgenomen. 'Hadden ze jullie er maar gehouden', was haar reactie. 'Hier hebben we genoeg van jullie soort'.
Bewariërs
Talrijk zijn de verhalen dat teruggekeerde joden hun spullen niet of slechts na veel moeite terugkregen. Tot ver in de jaren
vijftig werden daarover processen gevoerd. "
Veel 'bewariërs', zoals deze bewaarders al snel werden genoemd, hadden
vaak spullen doorverkocht of opgebruikt", schrijft Dienke Hondius. "
Waarom moest nu juist 'hun jood' terugkomen?"
"
We hebben veertig jaar lang een vrij statisch beeld gehad van Nederland tijdens de oorlog; een land verdeeld in 'goed'
en 'fout'. De laatste tien jaar blijkt het allemaal wat ingewikkelder te liggen. Er komen steeds meer nieuwe feiten los; we
komen er steeds meer achter hoe tegenstrijdig de achtergronden zijn. Ik geloof dan ook niet dat we na vijftig jaar over de
oorlog uitgepraat zijn", zegt Dienke Hondius. Ze waarschuwt ervoor de negatieve reacties van vlak na de oorlog per
definitie antisemitisch te noemen. "
Veel mensen hadden er geen idee van wat er precies gebeurd was; zelfs als ze van de
verschrikkingen hadden gehoord, konden ze het zich niet voorstellen".
Kroniek van de Jodenvervolging in Nederland
Lees ook deze boekbesprekingen op Verzet.org (eigen collectie):
• Arthur Seyss-Inquart - Het leven een Duits onderkoning in Nederland (Neuman)
• De drie van Breda. Duitse oorlogsmisdadigers in Nederlandse gevangenschap, 1945-1989 (Hinke Piersma)
• Ooggetuigen van de Tweede Wereldoorlog (Conny Kristel)
• Roof. De ontvreemding van Joods bezit tijdens de Tweede Wereldoorlog (Gerard Aalders)
• Berooid. De beroofde Joden en het Nederlandse restitutiebeleid sinds 1945 (Gerard Aalders)
• Het Achterhuis. Het dagboek van Anne Frank
• De laatste zeven maanden. Vrouwen in het spoor van Anne Frank (Willy Lindwer)
• Settela (Aad Wagenaar)
• Onbekende Kinderen. De laatste trein uit Westerbork (Daphne Meijer)
• Krijgen zal ik je. Pijn en angst van een overlevende Jood (Karel Logher)
• Collaboratie en Verzet 1940 - 1945. Delen 1, 2 en 3 (Friedrich Weinreb)
• Het verstoorde leven. Dagboek van Etty Hillesum, 1941-1943 (Etty Hillesum)
• De tas van Eva. Een uniek dagboek van een Joodse heldin (Donald Speelman en Dick Schaap)
• Goethe in Dachau. Literatuur en werkelijkheid (Nico Rost)
• Boulevard des Misères. Het verhaal van doorgangskamp Westerbork (Jacob Boas)
• Concentratiekampen. Systeem en de praktijk in Nederland (C.J.F. Stuldreher en H.A.V.M. van Stekelenburg)
• Ondergang - De vervolging en verdelging van het Nederlandse jodendom 1940-1945 (Jacques Presser)
• Kroniek der Jodenvervolging 1940-1945 (Abel J. Herzberg)
• Studies over de Jodenvervolging (B. A. Sijes)
• Geschiedschrijving als opdracht. Abel Herzberg, Jacques Presser en Loe de Jong over de Jodenvervolging (Conny Kristel)
• Strepen aan de hemel (Gerhard L. Durlacher)
• Terugkeer. Antisemitisme in Nederland rond de bevrijding (Dienke Hondius)
• Na het kamp - Overlevenden en de strijd om herinnering (Jolande Withuis)
• U wordt door niemand verwacht. Nederlandse joden na kampen en onderduik (Michal Citroen)
• Om erger te voorkomen (Nanda van der Zee)
• Tegen beter weten in. Zelfbedrog en ontkenning in Nederlandse geschiedschrijving over Jodenvervolging (Ies Vuijsje)
• Na de ondergang. De herinnering aan de Jodenvervolging in Nederland 1945-1995 (Ido de Haan)
• Voorbij de verboden drempel - De Shoah in ons geschiedenisbeeld (H.W. von der Dunk)