In de nasleep van deze pogroms van 1881 kondigde de regering van de nieuwe tsaar Alexander III de zogeheten Tijdelijke Besluiten
af, beter gekend als de beruchte Mei Wetten, die opnieuw een groot aantal beperkingen oplegden aan de
bewegingsvrijheid van de joden. Die Mei-wetten waren ontsproten aan het kwaadwillige brein van Graaf Ignatiev, de toenmalige minister van
Binnenlandse Zaken.
1. "Het is de joden voortaan verboden om zich te vestigen buiten de steden en gemeenten."
2. "De registratie van eigendommen en hypotheken op naam van joden wordt tijdelijk stopgezet. Joden is het verboden om de adminstratie
van dergelijke eigendommen te regelen."
3. "Het is de Joden verboden om handel te drijven op zondagen en andere Christelijke hoogdagen."
De historicus Berel Wein schrijft hierover in zijn werk 'Triumph of Survival' over het beleid van tsaar Alexander III:
"Verbanning, uitsluiting, deportatie, arrestaties en aframmelingen werden het dagelijkse lot van de joden, niet enkel
de lagere klasse maar ook de middenklasse en de joodse intelligentsia werden hiervan het slachtoffer. De regering van Alexander II
voerde een ware oorlogscampagne tegen de joodse bevolking. De joden werden opgejaagd en verdreven en emigratie bleek uiteindelijk
de enige oplossing om te ontkomen aan de verschrikkelijke tirannie van de Romanovs."
Als rechtstreeks gevolg van de pogroms van 1881 en '82 komt er een eerste exodus van Russische joden op gang, ook gekend
als de eerste Alijah. Tussen 1881 en 1914 ontvluchtten ongeveer 2,5 miljoen joden Oost-europa en zij zullen zich voornamelijk
vestigen in de Verenigde Staten en West-europa. Vele joden trokken naar Argentinië en Palestina, waar zij eveneens hun Jiddische
cultuur met zich meenamen. De Russische pogroms hebben ervoor gezorgd dat er einde kwam aan de emancipatie van de Joden (1791).
Na de bloedige pogroms zette tsaar Alexander III en zijn kabinet de 'koude pogroms' onverminderd verder. In 1887 voerde de tsaar
een numerus clausus in, die het aantal joodse leerlingen op de scholen beperkte. Door dit decreet werd het aantal joodse studenten
op middelbare scholen en universiteiten in de steden van het Woongebied (=Tsjerta), waar de joodse bevolking dertig tot tachtig
procent van de bevolking vormde afhankelijk van de regio, beperkt tot tien procent van alle studenten. Buiten het Woongebied werd
hun aantal beperkt tot vijf procent en in Sint Petersburg en Moskou zelfs tot drie procent. Vele joden trokken naar de universiteiten
van West-Europa om daar hun dorst naar kennis te lessen. Wanneer ze echter na hun studies terugkeerden naar hun land, werden ze volledig door de Mei-wetten gemuilkorfd en gebroodroofd.
Zo werd in 1884 de joodse beroepsschool in Zhitomir gesloten die daar 23 jaar lang had bestaan, zogezegd op grond van het feit dat
de joden een meerderheid vormden onder de arbeiders in die streek en daardoor 'de ontwikkeling van arbeiders onder de
oorspronkelijke bevolking' in de weg stonden. In 1889 volgde een nieuw decreet van de tsaar die het joodse juristen verbood om
nog langer hun beroep uit te oefenen en er mocht ook geen arbeiders meer geworven worden onder de joodse bevolking.
Intussen was in het westen het nieuws van de bloedige pogroms onder het wrede regime van tsaar Alexander III doorgedrongen. Onder het voorzitterschap
van Sir Joseph Savory, de toenmalige Lord Mayor [=burgemeester] van Londen, werd op 10 december 1890 in de Britse hoofdstad een imposante protestvergadering gehouden. De veradering nam een resolutie aan
waarin men 'de strenge en buitensporige maatregelen en achteruitzetting van de joden in Rusland' betreurde en dat 'de religieuze
vrijheid een principe is dat door elke Christelijke gemeenschap als een natuurlijk menselijk recht moet woorden erkend.' De Britse
regering stuurde een memorandum aan de tsaar waarin hem werd verzocht 'die speciale wetten en ongelijkheden die nu uw joodse
onderdanen drukken af te schaffen'.
Ook in de Verenigde Staten werd geprotesteerden in het Congres een protestresolutie ingediend. De toenmalige Minister van
Buitenlandse Zaken en 'Secretary of State' James Gillespie Blaine (1830-1893), droeg de Amerikaanse gezant in Rusland op om al zijn
invloed aan te wenden om verdere maatregelen tegen de joden tegen te houden en/of ongedaan te maken. Verder dan deze zwakke en
huichelachtige verklaringen zal het vanuit het westen nooit komen. Het effect was nagenoeg nihil en in de lente van 1891 werden
andermaal duizenden joden manu militari uit Kiev, Moskou en Sint Petersburg verdreven.
Die eerste golf van pogroms die eind 19de eeuw doorheen het tsaristische Rusland raasde kende echter ook het ontstaan van een
heel ander idee met verstrekkende gevolgen voor de geschiedenis van het joodse volk en gaf een eerste impuls aan het ontstaan van
de staat Israël, wanneer door David Ben-Goerion (1886–1973) en Chaim Weizmann(1874-1952) op 15 mei 1948, de onafhankelijke
joodse staat werd uitgeroepen.
Omstreeks 1880 leefden er ongeveer 125.000 joden in Palestina, dat toen nog -en dat sinds 1517- deel uitmaakte van het
Turks-Ottomaanse Rijk dat pas in 1914 uit elkaar zal vallen. Als gevolg van de moord op de Russische Tsaar Alexander II en de daarop volgende pogroms ontstaat
wat nu bekend is als de 1ste Aliyah (1882-1903), aliyah=de terugkeer van joden naar Israël of naar het Beloofde Land.
Mede onder impuls van Judah Leib 'Leon' Pinsker (º1821-1891), een joodse arts uit Odessa, komt deze eerst
vlucht naar het oude moederland Palestina op gang. Pinsker was een van de stichters van de 'Vereniging ter verspreiding van de joodse cultuur onder de Joden van Rusland'
en onder de Russische pogroms had hij zijn aanvankelijke idee, van emancipatie, assimilatie en russificatie voor het heil van de
joden, van zich afgeworpen. Pinsker werd een van de medeoprichters van Hovevei Zion, een vroege voorloper van de
huidige Zionistische beweging.
In september 1882 publiceerde hij zijn brochure 'Auto-emancipatie' waarin hij verklaarde dat de enige oplossing voor het joodse volk om te ontkomen aan vervolging, discriminatie
en moord, dat zijn volk opnieuw een natie moest worden en een eigen staat moest hebben. Zijn ideeën waren revolutionair en baanden
veel verbazing en opzien. Hij benaderde het antisemitisme als arts en definieerde het als een 'psychische afwijking' die erfelijk en ongeneeslijk was en
die werd ingegeven door 'de spookachtige verschijning van een volk zonder land of zonder andere binding, dat niet langer in leven is en dat
zich toch beweegt onder de levenden'. Elke poging om over het antisemitisme redelijk te spreken vond hij zinloos omdat 'vooroordeel
of instinctieve kwaadwilligheid men door geen enkele redenering, hoe krachtig en duidelijk ook, kan opheffen'.
Tussen 1882 en 1903 vluchten ongeveer 25.000, hoofdzakelijk Oost-Europese joden waarvan het merendeel Russen zijn, hun
land van oorsprong uit en vestigden zich in Palestina, waar ze onder primitieve omstandigheden de eerste kolonies opzetten.
Volgelingen van Pinskers Hovevei Zion zullen in 1882 de eerste joodse kolonie Rishon Le Zion in Palestina stichten.
Pinsker stierf in 1891 in Rusland en zijn stoffelijke resten werden in 1934 overgebracht naar Eretz-Israel en bijgezet in de kelders
van Nicanor nabij de Scopusberg in Israël.
Het zal echter nog vele
verschrikkelijke pogroms duren vooraleer een echte impuls (o.m. door Theodoor Herzl) wordt gegeven en begin 20ste eeuw een ware exodus naar het
Beloofde Land op gang zal komen. De shoah, de judecide door de nazi's tussen 1933 en 1945, zal de uiteindelijke massale kolonisatie
van Palestina onafwendbaar maken en de onafhankelijkheid van Israël in een ultieme stroomversnelling brengen.