De Zwarte Honderd, ook de Heilige Brigade genoemd, onstond omstreeks 1900 en waren tsaristisch gezinde patriotten, in werkelijkheid
bleek het om het uitschot van de Russische maatschappij te gaan. Hun bekendste periodiek was de antisemitische Znamya. Hun
belangrijkst leiders waren Alexander Dubrovin, Vladimir Purishkevich, Nikolai Markov, Pavel Bulatzel, Ivan Vostorgov,
A.I.Trischatiy, de abt Iliodor, M.K. Shakhovskoy en anderen. De onderwereld kwam aan de oppervlakte en deed zich voor als de enige
'echte Russen'.
In 1905 vond er een minirevolutie plaats die het voorspel bleek van wat later in 1917 bekend zal worden als de Russische Revolutie wanneer
de Bolsjwisten de macht grepen. De tsaar richtte bij wijze van toegeving aan de opkomende socialisten en communisten het eerste Russische
parlement op, de Doema. Zij staken hun haat voor de revolutionairen niet onder stoelen of banken en waren
vastbesloten om de aanstokers ervan, die natuurlijk andermaal bij de joden moesten worden gezocht en gevonden, te vernietigen.
Volgens de Zwarte Orde waren de joden verantwoordelijk voor de Russische nederlagen het verre oosten, waarna soldaten en kozakken de joden in een aantal plaatsen zoals de
fabriekstenden Lodz en Bialystok aanvielen. In de zomer van 1905 begonnen leden van de Zwarte Orde met de generale repetitie en
drongen op afgelegen plaatsen joodse boerderijen binnen, mishandelden de bewoners en plunderden hun akkers.
Op 19 en 20 oktober 1905 voltrok zich een tweede grote pogrom. Deze keer begonnen de rellen als een politiek protest tegen de tsaar,
maar draaide al spoedig uit op een aanval op de joden, waar ze zich ook maar bevonden. Tegen het einde van de tweede dag bleven
19 joden vermoord en 56 gewonden achter. Joodse zelfverdedigingscomité's organiseerden het verzet en konden grotere
verliezen voorkomen.
Een van de verschrikkelijkste pogroms van 1905 vond plaats in Odessa op tussen 18 en 22 oktober. Op dat ogenblik leefden er ongeveer
175.000 joden in de stad. De pogrom raasde doorheen de ganse stad en het bloed verspreidde zich van de centrale straten tot
de buitenwijken van het district, vooral in Moldovanka, waar een grote verpauperde joodse bevolking woonde. Drie dagen en drie nachten
ging een uitzinnige massa, aangevuld met bewoners afkomstig uit de randsteden, daar als razende beesten te keer. Zij plunderden
joodse winkels, martelden en vermoordden joden met messen, dolken en geweren. Ouderen, vrouwen noch kinderen werden gespaard.
Ook de joodse gemeenschap in Rechitsa was tussen 21 en 24 oktober het toneel van bloedige pogroms. Tijdens de twee tot drie weken
die volgden op de eerste onlusten van 18 oktober 1905 raasden de volkswoede doorheen 660 gemeenten en steden. Het aantal slachtoffers was enorm.
Officiele statistieken trachtten de vernielingen te minimaliseren, waarbij ze beweerden dat er 'slechts' 810 mensen omkwamen, 1.770 gewonden
en dat er 325 weduwen en 1.363 wezen achterbleven. Cijfers van publieke organisaties spraken over 3000 tot 4000 doden en meer dan
10.000 gewonden. De materiele schade veroorzaakt door de pogroms van oktober 1905 werd geschat op 62.700.000 roebels.
De Zwarte Honderd, die zich nu de 'Bond van het Russische Volk' heetten, werden voor lange tijd in feite de tweede regering van
Rusland. Ook de joden stuurden hun eigen afgevaardigden naar de Doema, en op 10 mei 1906 zetelden 12 joodse afgevaardigden in de Doema.
Op 14 juni 1906 vond een nieuwe pogrom plaats in Bialystok. De uitbarsting, waarin de politie en het garnizoen de leiding hadden,
begon met een schot, afgevuurd door een agent-provocateur. In september 1906 zaten de Zwarte Honderd opnieuw achter een pogrom, deze
keer in Seidlitz die opnieuw werd aangestoken door een agent-provocateur. In de rechtzaken die volgden op deze orgieën van moord en geweld, werden de joodse
verdedigers gestraft, terwijl de schuldigen in het algemeen werden vrijgesproken of gratie verkregen.
Dit sinister luik van de geschiedenis van de Russische joden wordt vervolgd in de reeks:
'Stalin en de joden. Deel 1: De Russische Revolutie van november 1917'.