Op korte tijd werden drie politiepatrouilles van elk tien agenten naar het Joods Huis in
de Plantystraat gezonden en werd de ganse wijk afgezet. De politie van de eerste patrouille arresteerde onmiddellijk Singer Kalaman,
die door de kleine Henryk als zijn ontvoerder was aangeduid. De andere patrouille maakte een aanvang om het huis te doorzoeken. Het veeld van de kleine
Henryk die door de politie mee naar het huis werd getroond, trok uiteraard de aandacht van de wijkbewoners die massaal op straat
kwamen en samentroepten voor het Joods Huis om te kijken wat er gebeurde. De omstanders vroegen de agenten wat er aan de hand was
die op hun beurt het valse gerucht verspreidden dat de Joden een Poolse jongen in de kelder vasthielden en ze spraken ook over
een zoektocht naar mogelijk vermoorde Poolse kinderen in het Joods Huis. Het bloedsprookje deed de rest. Het centrum van Kielce
stond spoedig op z'n kop.
Intussen waren Severyn Kahane, de voorzitter van het Joods Commitee van Kielce, en een inwoner van het Joods Huis
naar het politiestation getogen om uitleg te vragen en de vrijlating te eisen van de gearresteerde Singer Kalaman. Aanvankelijk keek
de menigte passief toe hoe de politieagenten het huis doorzochten. In feite hadden ze toen al kunnen vaststellen dat het verhaal
van de kleine Henryk verzonnen was, want het huis had niet eens een kelder! Rond tien uur in de ochtend kregen de agenten het gezelschap van een gewapend contingent soldaten. Het honderdtal soldaten
en hun vijf officieren waren helemaal niet op de hoogte van wat voorafging en haalden hun informatie bij de bijeengepakte menigte
die voor het huis stonden en vernamen aldus dat er zogezegd Poolse kinderen werden gekidnapped en vermoord in het huis op
Plantystraat. Met de aankomst van deze troepen nam de spanning op straat zienderogen toe, de hel zou dra losbarsten.
De politieagenten en de soldaten, zelfs gewone burgers die elkaar niet eens kenden, drongen allemaal samen met geweld het
huis binnen. Een voor een werden de inwoners van het huis naar buiten gedwongen waar ze door een woeste menigte met pijpen, stenen
en zelfs met de blote handen werden vermoord. Eens dat de omstanders zagen dat de soldaten met geweld optraden tegen de inwoners,
was er geen houden meer aan. Een politieman zal later getuigen: "Joden werden buiten het gebouw gebracht en op het plein geduwd
waar de bevolking hen gruwelijk vermoordde, en de gewapende soldaten gingen opnieuw het huis binnen en brachten telkens weer
andere Joden naar buiten." Een joodse vrouw getuigde twee dagen later dat een politieman vanop de derde verdieping twee meisjes
van het balkon naar beneden gooide waar ze "op het binnenplein werden afgemaakt door de menigte".
De voorzitter van het Joods Commitee Severyn Kahane werd omstreeks 11 uur met een rugschot vermoord toen hij om hulp telefoneerde naar de
Veiligheidsdienst. Ondanks inspanningen van enkele individuele commandanten om de orde enigszins te herstellen, liep het geweld de hele
ochtend door. Tegen de middag aan waren een aantal bouwvakkers, die in de buurt aan het werk waren, op het tumult afgekomen en namen
hun luchpauze te baat om een handje toe te steken. Ondertussen werden gewonde Joden afgevoerd naar het locale ziekenhuis. Tijdens
hun vervoer werden ze geslagen en beroofd door begeleidende soldaten. Gewonde joden die het geluk hadden levend weg te komen,
werden, eens in het ziekenhuis aangekomen, aangevallen door andere patienten en zelfs door stafleden. Een Poolse verpleegster,
afkomstig van een dorp dat 70 kilometer verder was gelegen, was de enige samen met een Joodse dokter die bereid bleken om de
gewonden te verzorgen. Zij getuigde dat sommige van de patienten zo vreselijk waren toegetakeld dat wanneer zij hen de eerste zorgen
wilde toedienen, zij zich van angst onder hun bed verschuilden.
Het geweld verspreidde zich nu door de ganse stad. Volgens een historicus was ruim een kwart van de volwassen bevolking van Kielce
betrokken in de pogrom. Elke jood verkeerde direct in levensgevaar. De incidenten die de auteur Gross beschrijft in zijn boek,
zijn ondraaglijk om te lezen. Regina Fisz, een moeder met haar pasgeboren baby en haar vriend, werden uit hun woning gesleurd
door een vierkoppige bende waaronder een politie korporaal. Ze wisten eerst niet goed wat ze met hun prooi moesten aanvangen en
hielden een vrachtwagen tegen voor een lift. Ze vroegen hem -in de woorden van de korporaal: "We hebben
Joden die we buiten het dorp willen doden. De chauffeur was akkoord op voorwaarde dat hij een paar duizend zloty kreeg, en ik antwoordde
hem, 'Ok, akkoord.' De vrachtwagen voerde hen vervolgens naar een bos aan de rand van het dorp, waar Fisz en haar baby werden doodgeschoten. Haar vriend
kon ontkomen. Na de moordpartij liet het viertal de ontzielde lichamen achter die door locale inwoners werden verbrand en
trokken met de vrachtwagenchauffeur naar een restaurant, waar ze een uitgebreide maaltijd genoten die ze betaalden met de op hun
slachtoffers buitgemaakte waardevolle spullen.
Dergelijke incidenten bleven niet beperkt tot het stadscentrum. Een student die voorbij een vijver wandelde aan de rand van Kielce
was er die namiddag getuige van hoe een jonge Joodse man door een woeste menigte werd gestenigd. "Ik herinner
me dat hij een vest en een wit hemd droeg, en dat hij niet schreeuwde en ook niet meer bewoog. Hij stond bewegingloos in het midden
van de vijver met zijn hoofd slap naar beneden. De mensen gooiden aldoor stenen naar hem op zo'n nonchalante wijze -een steen vloog
weer- en de mensen keken toe wanneer de man zou vallen, tot iemand weer een steen gooide. De hele tijd keuvelden ze onder elkaar
alsof ze op een picknick waren. Ze deelden hun indrukken, observaties, hoe iemand deze Jood had gevangen, en dat iemand ergens anders...
ze raapten aldoor stenen van de grond en gooiden ze kalm naar de man in de vijver alsof... de dood van een menselijk wezen er hier
helemaal niet meer toe deed. Het was het vreselijkste wat ik ooit heb gezien."
Wanneer de hysterie zich over het treinstation verspreidde, werden zelfs joodse passagiers die doorheen Kielce passeerden, potentiële
slachtoffers van de hysterische massa. Jan T. Gross beschrijft hoe padvinders op de trein Joodse passagiers aanwezen, die of direct
uit de treincoupe werden gesleurd en in het station werden vermoord of anders van de trein werden gegooid wanneer een trein uit de andere richting
het station passeerde. In zeker één geval is bekend van een treindispatcher die een trein langer tegenhield dan het
schema gebood, dit om de massa de kans te geven hun geweld bot te vieren. Een man die iemand opwachtte in het station en enkele
slachtoffers ter hulp schoot werd door een woedende menigte bedreigd met de woorden: "Joden hebben onze
kinderen vermoord en jij durft het voor hen op te nemen!"
Een historicus herinnert zich nog goed een beeld van hoe de trein halt hield en een tienjarige jongen de deur van zijn
compartiment opentrok en snel alle passagiers aandachtig bekeek. Een groep gewapende bewakers daagden even later op en namen een
man mee die door de jongen werd aangewezen. De man werd naast het treinperron zonder onderzoek of proces prompt doodgeschoten.
Het geweld dat was begonnen omstreeks 10 uur in de ochtend eindigde vijf uren later in de namiddag. De balans was verschrikkelijk. Meer dan veertig mensen werden vermoord tijdens deze pogrom,
sommigen stierven later in het hospitaal. Ruim tachtig mensen werden zwaar tot lichtgewond. Onder de doden bevonden zich ook twee
Polen. Onder de slachtoffers bevond zich Severyn Kahane de voorzitter van het Joodse Commitee van Kielce, een
aantal joodse soldaten alsook verscheidene voormalige concentratiekampgevangenen. De Poolse Estera Proszowska, werd
zonder pardon vermoord omdat ze gewonde Joden hielp, en een vijftal jonge Zionisten van de Ihud-organisatie die hun vertrek naar
Palestina voorbereidden werden eveneens vermoord.