Walthère Dewé (1880-1944) is zonder twijfel, de grootste verzetstrijder van België.
Zelfs één van de grootste van gans Europa. Hij is de enige man in de wereld die tijdens de Twee Wereldoorlogen van de vorige
eeuw, er telkens in slaagde om een succesvolle clandestiene inlichtingendienst op te zetten: La Dame Blanche (1914-18) en
Clarence (1939-1944). Tot twee maal toe werd ons land bezet door Duitsland, twee maal gingen vele landverraders de
collaboratie aan met de bezetter (bv. Dr. August Borms) maar ook twee keer bond Walthère Dewé de strijd aan tegen hen beide. Een fenomeen!
Inlichtingendiensten waren gewoonlijk op militaire leest geschoeid en werden ook meestal geleid door hoge officieren van de Belgische
Strijdkrachten. De taak van de inlichtingendienst was vooral het vergaren van informatie die belangrijk kon zijn voor de geallieerde strijdkrachten. Vooral
vanaf de landing in Normandië op 6 juni 1944 werd hun informatie als cruciaal beschouwd. Inlichtingen werden verzameld over vijandelijke
troepenbewegingen, wapentransporten, treinkonvooien, allerhande installaties en fabrieken die rechtstreeks wapens en materiaal produceerden
voor de oorlogsindustrie enz. werden doorgespeeld aan de Britse Geheime Diensten in Londen. Die informatie was cruciaal bij het uitkiezen
van doelwitten die door de geallieerde strijdkrachten moesten worden uitgeschakeld. Ook collaborerende bewegingen zoals de Vlaamse SS en
in Wallonië vooral REX van Léon Degrelle werden geïnfiltreerd om hun plannen te achterhalen.
In België waren tijdens de Tweede Wereldoorlog verschillende inlichtingendiensten actief die op het terrein ook dikwijls
samenwerkten en dat ook deden met andere vormen van verzet o.m. ontsnappingslijnen zoals Comète van Andrée de Jongh,
of informatie doorgaven aan met andere verzetsgroepen zoals het
Geheim Leger, de
BNB, de
NKB enz. Naast Clarence van
Dewé en Demarque, bestond er ook Mill, van Anatole Gobeaux en van Capitaine Mill -alias van Adrien Marquet. In juli
1940 had Fernand Kerkhofs samen met Jean Moens, William Ugueux, majoor Lerot, majoor Lescornez en rijkswachtluitenant Van Caster
de groep Zéro opgericht, die opmerkelijke successen zal boeken.
Georges Leclercq runde de dienst Luc, die haar naam
in het voorjaar van 1942 naar Luc-Marc wijzigde en vanaf de zomer van 1942 in
Marc. In juni 1942 richtten Antoine Jooris en Auguste Dubuisson de groep Bayard op die in alle
onafhankelijkheid werkte om de pakkans aldus aanzienlijk te verkleinen. Tegen 1944 waren er in België uiterlijk 37 inlichtingendiensten actief die samen zo'n 18.000 leden telden.
Agenten moesten opgeleid en getraind worden en werden uitgezonden over de bezette gebieden en zelfs tot diep in Duitsland toe.
Het was levensgevaarlijk en de kans op betrapping was reeël. Vele agenten en belangrijke leiders van de inlichtingendiensten
werden opgepakt en werden na keihard verhoor, waarbij de nazi's al hun kennis over martelpraktijken uit de kast haalden om
bekentenissen af te dwingen, onverbiddellijk afgemaakt.
Het einde van een dergelijk agent was voorspelbaar: executie op de Nationale Schietbaan van Schaarbeek. De schietbaan werd aan de Reyerslaan in 1886 aangelegd zodat de schutters van
de Burgerwacht hun schietkunsten op 600 meter konden oefenen. De vorige schietbaan bevond zich op het Daillyplein.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog voerden de nazi's er talloze executies uit. In 1963 werd de Nationale Schietbaan afgebroken en moest plaats maken voor de gebouwen van de nationale omroepen BRT/RTBF, thans VRT.
Andere gearresteerden verzetslui en politieke gevangenen werden als Nacht und Nebel-gevangene naar één van de vele concentratiekampen in
Duitsland afgevoerd, waar ze na een schertsproces door een of ander Volkstribunaal, werden opgesloten en stierven aan honger,
ontbering en hard labeur. Anderen die meer 'geluk' hadden werden meteen tot de doodstraf veroordeeld en werden uit hun lijden
verlost door het vuurpeloton, door ophanging of onder de valbuil.