Walthère Joseph-Charles Dewé werd op 16 juli 1880 geboren te Luik. Hij studeerde in 1904 af aan de universiteit
van Luik als burgerlijk mijningenieur en een jaar later als electrisch ingenieur aan het Montefiore Instituut. Dewé zal zijn
ganse beroepscarrière werkzaam blijven aan de R.T.T. (Regie voor Telefonie en Telegrafie), een voorloper van het huidige
Belgacom. In 1913, aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog, is hij Ingenieur 1ste klas aan de R.T.T., hoofdingenieur dus.
Dewé was een typische Luikenaar van de vuurstede: flamboyant, innemend en bijzonder intelligent. Met zijn diepdoordringende
blauwe ogen, kort geknipte en korte zwarte baard bleek Dewé een groot organisator, maar hij kon tegelijk ook een streng en
autoritair leider zijn. Die kwaliteiten zullen niet enkel zijn bedrijf ten goede komen maar vooral tot uiting komen tijdens beide
wereldoorlogen.
Op het einde van 1914 heeft een neef van Dewé, Dieudonné Lambrecht, een inlichtingendienst opgezet in opdracht van de
geallieerden. Lambrecht wordt op 25 februari 1916 door de Duitsers gearresteerd en stierf op 18 april '16 te Chartreuse voor het
vuurpeloton. Dewé besluit om samen met zijn vriend, Herman Chauvin, om de fakkel over te nemen van Lambrecht.
Samen bouwen zij in opdracht van de Britse S.I.S. het inlichtingennetwerk La Dame Blanche uit dat
operationeel zal blijven tot aan het einde van de Eerste Wereldoorlog in november 1918. Het duo wordt ook nog vervoegd door
de jezuiet Pater Desonay (º1886) die echter op 14 juni 1917 wordt opgepakt en de gevangenis van Holzminden
zal uitzitten tot het einde van de oorlog.
Andere medewerkers dienen zich aan zoals bv Thérèse de Radiguès de Chennevière en Anatole Gobeaux, die
ook later in Clarence tijdens de Tweede Wereldoorlog opnieuw actief zullen worden wanneer ons land opnieuw door de Duitsers wordt aangevallen
en bezet.
De organisatorische aanpak van Dewé is fenomenaal. Dewé bouwt een stevig hiérachisch gestructureerde organisatie uit
die het ganse land bestrijkt en telt op haar hoogtepunt 1.084 agenten die elk zorgvuldig werden gescreend. Dewé speelde alle gegevens door naar
het War Office van de S.I.S. dat in Nederland een kantoor openhield. Nederland herbergde bij het uitbreken honderdduizenden vluchtelingen
afkomstig uit Vlaanderen en vanuit de rest van België en zal tijdens WOI niet bezet worden door de Duitsers. Met hun organisatie
La Dame Blanche zijn Dewé en Chauvin de eerste mannen die een compleet inlichtingennetwerk op de sporen zetten in bezet gebied.
Londen is enorm onder de indruk van de prestataties van Dewé en zijn team.
Maarschalk Sir Douglas Haig zal na de Wapenstilstand op 31 maart 1919
verklaren dat hij iedere ochtend een samenvatting onder ogen kreeg van de door La Dame Blanche bezorgde inlichtingen en dat hij er
gebruik van maakte om zijn legeroperaties te coördineren. ["J'avais tous les matins devant mes yeux le résumé des données d'observation du corps. Avant même d'ouvrir mon courrier, je
parcourais les 150 pages des trois rapports hebdomadaires de la Dame Blanche et je me servais constamment des renseignements
qu'ils contenaient pour la conduite des opérations militaires."]
Dankzij de perfecte organisatie en militaire discipline kan Dewé het aantal slachtoffers binnen La Dame Blanche beperken tot drie.
Een opmerkelijk feit! Na de oorlog neemt Dewé de draad van zijn gewone leven weer op en gaat opnieuw aan de slag bij de Regie
voor Telefonie en Telegrafie.
Op 31 januari 1920 vind in de zaal van het Luikse Conservatorium, in de aanwezigheid van de provinciegoeverneur Gaston
Grégoire en vele burgerlijke en militaire personaliteiten, een erehulde plaats voor Dewé en zijn team van La Dame Blanche.
De Engelse koning George de Vijfde is er speciaal voor naar België afgereisd om Dewé één van de hoogste onderscheidingen uit te reiken:
Commandant in de Orde van het Britse Rijk! Alle medewerkers van La Dame Blanche worden onderscheiden en ontvangen de Oorlogsmedaille (War Medal)
van het Britse Rijk.
De Belgische bureaucratie, behoudens de promotie van Dewé in de rang van kapitein-commandant, is minder gul
die dag. Het publiek gelooft haar ogen niet. Dewé krijgt van de Belgische staat slechts het ereteken van Ridder in de Leopoldsorde
met gouden franjes, een onderscheiding die elke burger krijgt na 20 jaar overheidsdienst... in vredestijd!