headerbanner
Aanbevolen boeken en AV-media:
Israël in het geweer (Jan P. de Graaf en Robbert Keegel)
The Story of Fascism; Gianni Ubaldo Canale; docu; 2008 ; 2 DVD's; speelduur 300 minuten; zw/wit
Sunday 20 July 2008
Home
Actueel
Het Waanzinnige Rijk
Hitlers Handlangers
Hitlers Gewillige Beulen
Vergeten vervolgden
Ware Helden
Collaboratie in België
Het verzet in België
NS docs / wetten
Varia
Boekenbank
Link Partners
Gastenboek
Auteur
Contact
Advertisement
Advertisement
Advertisement
Advertisement
Advertisement
Advertisement
Geschiedenis van de Joden in Antwerpen (Ephraïm Schmidt) PDF Afdrukken E-mail
Sunday 17 December 2006
Titel          Geschiedenis van de Joden in Antwerpen
Auteur      Ephraïm Schmidt
Uitgeverij © Uitgeverij S.M. Ontwikkeling, Antwerpen; dit ingetekend exemplaar draagt het nr 33/400; 1963; 356 bladzijden
ISBN         D/1963 NR.268
Synopsis
Samen met Sylvain Brachfeld is Ephraïm Schmidt ongetwijfeld één van de beste Joodse auteurs/historici die ons een briljant overzicht geven van de geschiedenis van het Antwerpse Jodendom. Schmidt begint in de 13° eeuw en beschrijft de 16° eeuw als een hoogtepunt. De 2° Wereldoorlog vormt uiteraard het dieptepunt en neemt ook veruit de meeste plaats in. De ellende begon nog niet meteen in mei 1940, maar wel en in steeds ergere vormen, vanaf 28 oktober 1940: er kwamen verordeningen, plunderingen, brandstichtingen, diamantdiefstallen, beroepsverboden, razzia's, deportaties naar Mechelen of Breendonk en vandaar naar werk- of uitroeiingskampen.

Ephraïm Schmidt telde in de oorlogsjaren 55.000 Joden in België waarvan 49.700 vreemdelingen. Samen met 1.017 Belgische joden werden 24.543 van hen gedeporteerd vanuit Mechelen om in KZ Auschwitz-Birkenau vermoord te worden. Van de ruim 25.000 Joden die tussen 4 augustus 1942 en 31 juli 1944 uit Mechelen weggevoerd werden tijdens 26 treintransporten, kwamen er slechts 1.244 terug.

De geschiedenis van 1945 tot 1963 wordt erg summier weergegeven. Het stevig en luxueus uitgegeven album eindigt met statistieken van Joodse verenigingen, scholen, kranten, tijdschriften, een literatuurlijst, vele foto's en een register.
Het Jeruzalem van het westen. Joden en goyim in Antwerpen bron: NEDWEB/Onderwijsmateriaal

Het eerste officiële document waarin de joodse gemeenschap in Antwerpen wordt vermeld, dateert van 1261. Het is het testament van hertog Hendrik III van Brabant en tevens markgraaf (markies) van Antwerpen, waarin hij zijn wil uitdrukt de joden uit zijn gebied te verdrijven. De tekst op de afbeelding hierboven luidt: "Joden en Kawersijnen moeten uit Brabant verdreven en geheel uitgeroeid worden, zodat er geen enkel overblijft, tenzij slechts diegenen, die zoals kooplieden zonder lening en woeker zouden willen handel drijven."

Zijn weduwe raadpleegde Thomas van Aquino, die haar antwoordde dat het verkeerd zou zijn joodse kinderen onder dwang te bekeren, aangezien dat tegen de goddelijke en natuurlijke rechten van hun vaders zou ingaan. Maar hij achtte het wel correct de joden aan hogere belastingen te onderwerpen, aangezien hun geld naar zijn mening meestal van bedrog afkomstig was. Dit tweesnijdende advies zou tot 1348 de relatie tussen de Antwerpse overheid en de joden bepalen. Toen werden de joden van Antwerpen en van andere grote steden er echter van beschuldigd de bronnen vergiftigd te hebben en zwaar gestraft.

Daarna zou het bijna 150 jaar duren vooraleer weer joden in Antwerpen leefden. De uitdrijving van joden uit Spanje en Portugal in 1492 en 1497 bracht een nieuwe golf van immigratie. Deze sefardische joden - handelaars, wetenschappers en vooral diamanthandelaars - kwamen precies op het verkeerde ogenblik in de Lage Landen aan: ze raakten immers verwikkeld in de bittere strijd tussen de katholieke overheden en hun protestantse vijanden. Veel joden, die al met de meedogenloze onverdraagzaamheid van de katholieke kerk kennis hadden gemaakt, konden zich goed inleven in de situatie van de ‘ketters’. Toen de grotendeels calvinistische stad Antwerpen in 1585 weer in Spaanse handen viel, emigreerden veel joden dan ook samen met hun medeburgers naar Amsterdam en andere noordelijke steden. De minderheid die in Antwerpen bleef, bestond uit maranen, joden die deden alsof ze zich tot het katholicisme bekeerd hadden, maar in het diepste geheim nog steeds probeerden de joodse godsdienst na te leven.

Hoewel het gematigde stadsbestuur van Antwerpen herhaaldelijk probeerde de joden - die bijdroegen tot de Antwerpse economie - tegen de Spaanse overheid en de inquisitie te beschermen, moest de joodse gemeenschap net als in de meeste West-Europese landen tot de Verlichting wachten op een nieuwe tolerante houding. In de loop van de achttiende eeuw werden zij officieel als gelijkwaardige burgers aanvaard en konden zij geleidelijk aan religieuze vrijheid verwerven. Onder Napoleon werd voor het eerst geprobeerd de joodse burgers in België te organiseren en te controleren door middel van een vertegenwoordiging van religieuze leiders in de zogenaamde ‘Consistoire’. Eindelijk hadden de joden het recht verworven synagoges te bouwen en aan het politieke en civiele leven deel te nemen - ook al waren in Antwerpen maar vijftig families geregistreerd.

Op het einde van de negentiende eeuw vond een derde immigratiegolf plaats, die van Antwerpen het ‘Jeruzalem van het westen’ zou maken: deze keer ging het om Oost-Europese joden, die op de vlucht waren voor de pogroms tussen 1885 en 1905, en die op hun weg naar de Verenigde Staten en Canada in de Antwerpse haven kwamen. Een verrassend aantal van hen vestigde zich echter in de stad en ontwikkelde daar een bloeiende diamanthandel en -nijverheid. Enkele cijfers: tussen 1880 en 1901 nam de joodse gemeenschap toe van 1 000 tot 8 000; tegen 1913 was dit cijfer al gestegen tot 13 000 en tegen 1927 tot 35500. Tussen 1933 en 1940 groeide de joodse gemeenschap tot 55 000, in hoofdzaak omwille van de anti-semitische maatregelen in Duitsland en Oostenrijk.

Tussen 80 en 85 % van de joden waren betrokken bij de diamanthandel; de anderen waren te vinden in de kleinhandel en andere diensten, en in religieuze betrekkingen. Aangezien de leden van de joodse gemeenschap heel uiteenlopende strekkingen vertegenwoordigden, van vurige zionisten tot even fanatieke anti-zionisten, van atheisten tot ultra-orthodoxen, en van communisten tot conservatieven, kon men er meer concurrerende organisaties en verenigingen aantreffen dan in de Vlaamse gemeenschap. Alle Vlaamse politieke partijen (op de katholieke partij en enkele kleine, maar luidruchtige fascistische groeperingen na) telden actieve en vaak prominente joodse leden; tijdens de Tweede Wereldoorlog zou dit een belangrijke rol spelen in het overleven van een groot aantal joden. Alle rivaliserende joodse groepen hadden hun eigen kranten en tijdschriften. Binnen de joodse gemeenschap bestond een overweldigend liberale en wereldlijke groep; ongeveer 85 % van de kinderen gingen naar niet-joodse scholen en hadden dus veel niet-joodse vrienden en kennissen. Ook dat zou in de volgende jaren van vitaal belang blijken. De inwoners van Antwerpen, van de katholieken tot de grote Vlaams-nationalistische organisaties - en Antwerpen was sinds het einde van de eeuw een bastion van Vlaams nationalisme - waren in het algemeen verdraagzaam tegenover de joodse gemeenschap en namen zelfs deel aan solidariteitsacties voor de onderdrukte joden in nazi-Duitsland. Onvervalst anti-semitisme was echter aanwezig bij bepaalde relatief kleine fascistische organisaties die zich inspireerden op hun Duitse politieke vrienden.

Op 10 mei 1940 veranderde de Duitse inval in België deze situatie. Omdat hij een mogelijk vijandige reactie van de niet-joodse bevolking vreesde, wachtte SS-majoor Ehlers, het hoofd van de Sicherheitsdienst, nog een jaar met het invoeren van de verplichting de gele davidster te dragen. Toen werd echter ook in België het mechanisme van de holocaust in gang gezet. Van de meer dan 50 000 joden in België werden er slechts 42 000 officieel geregistreerd. 25 600 joden werden naar de dodenkampen gedeporteerd. Daarvan keerden er slechts 1244 terug. Ongeveer 25 000 joden werden verborgen of het land uit gesmokkeld. Dit was het resultaat van een opmerkelijke samenwerking tussen het uitgebreide netwerk van katholieke instellingen en het hoofdzakelijk communistische verzet. Een belangrijk aantal joden, meestal politieke vluchtelingen van het Derde Rijk of van het door de nazi’s bezette Oost-Europa, waren actief betrokken bij de gewapende strijd en vormden uiteindelijk hun eigen militaire eenheid binnen de nationalistische coalitie van verzetsgroepen. Ondanks hun heldenmoed bleek de bloeiende joodse gemeenschap in Antwerpen bij het einde van de Tweede Wereldoorlog nagenoeg vernietigd.

Toch begonnen de overlevenden al in 1946 met de heropbouw van de economische en sociale structuur van het joodse leven in de stad. De samenstelling van de Antwerpse joodse gemeenschap was echter radicaal anders geworden door de overweldigende komst van orthodoxe, en in het bijzonder chassidische, families uit Polen en Hongarije. Deze chassidische joden vonden werk in de diamanthandel en slaagden erin van Antwerpen opnieuw een van de belangrijkste diamantcentra in de wereld te maken. Tegelijkertijd vestigden zij hun eigen religieus en sociaal ghetto, bijna alsof ze een Oost-Europese shtetl (Jiddisch voor ‘kleine stad’) herschiepen in het centrum van een twintigste-eeuwse stad. Het is echter ingewikkelder dan dat: hoewel de meerheid van hun kinderen joodse scholen bezoeken en hoewel zij buiten de diamantbeurs nauwelijks contact hebben met de niet-joodse bevolking, dragen deze chassidim bij tot ongeveer 5 % van het Belgische BNP en verschaffen zij werkgelegenheid voor circa 20 000 niet-joodse medeburgers. Deze feiten zijn essentieel voor een begrip van de relatie tussen de Antwerpse joden en de extreem-rechtse racisten. Hoewel de chassidim niet meer dan 40 % van de joden in Antwerpen vertegenwoordigen, blijkt hun religieuze en economische invloed veel groter dan men zou verwachten. De Antwerpse joden die niet tot de chassidische en orthodoxe gemeenschappen behoren, beschouwen zichzelf als traditionalisten. Er is geen enkele hervormde synagoge in de stad.

Men kan gerust zeggen dat de relatie tussen de joodse gemeenschap in Antwerpen en hun hoofdzakelijk niet-joodse, katholieke medeburgers in de loop van de geschiedenis in grote mate werd bepaald door geld: voor zover de joden economisch nuttig waren voor de stad, werden ze beschermd tegen de inquisitie en de Spaanse overheid. Na hun emancipatie op het einde van de achttiende eeuw nam hun invloed in de samenleving, en dus ook hun veiligheid, toe met hun financiële en economische macht. Op dit ogenblik genieten zij totale godsdienstvrijheid en onderhouden zij uitstekende relaties met de overheid en de grote politieke partijen.

Sinds 1980 zijn er echter twee factoren die op lange termijn een bedreiging kunnen vormen voor de bijna idyllische situatie in het ‘Jeruzalem van het westen’, zoals de orthodoxe joden Antwerpen noemen. De eerste factor is de geleidelijke wereldwijde achteruitgang van de diamantsector en de groeiende opkomst van de Indische handelaars, met wiens lage productiekosten de traditionele Antwerpse huizen niet kunnen concurreren. Het gevolg hiervan is dat bijna de helft van de diamanthandel niet langer in handen is van de joden, die zo economisch kwetsbaarder zijn geworden. De tweede factor is nog meer alarmerend: omwille van enkele economische, politieke en etnische ontwikkelingen is het extreem-rechtse Vlaams Blok/Belang nu de grootste partij in Antwerpen. De partij, die bestaat uit een allegaartje van nationalistische separatisten, openlijk fascisten en militante xenofoben, heeft voordeel gehaald uit de combinatie van economische recessie en grootschalige immigratie van niet-Europese arbeiders en hun families, vooral uit Marokko en Turkije. In het besef dat de geestdrift van de kiezers makkelijker tegen de Marokkanen en de Turken gekeerd kan worden dan tegen de respectabele en sociaal invloedrijke joden, hebben de leiders van het Vlaams Blok zich onthouden van openlijke anti-semitische opmerkingen. Sommige van hun meer gedreven aanhangers in andere steden hebben echter wel brochures verspreid waarin opgeroepen wordt tot een land dat ‘bevrijd is van arabieren en joden’ en waarin de holocaust wordt ontkend. De leiders van het Vlaams Blok hebben zelf bovendien contacten met internationaal bekende anti-semieten en neo-nazis.

De hamvraag is of het Vlaams Blok/Belang de welwillende houding tegenover de joden zal blijven aannemen, ook als de sociaal-economische positie van de joodse gemeenschap die houding niet langer lijkt te rechtvaardigen. De combinatie van beide factoren - economische stagnatie en recessie in de diamantsector en het extreem-rechtse succes - maakt een nieuwe golf van anti-joodse onverdraagzaamheid mogelijk, hoewel die op dit ogenblik zeker nog vermeden kan worden.

Gebaseerd op het artikel ‘The Jerusalem of the West. Jews and Goyim in Antwerp’, van Ludo Abicht, verschenen in The Low Countries. Arts and Society in Flanders and The Netherlands. A Yearbook. 1995-1996, pp. 21-26
Kroniek van de Jodenvervolging in België

Lees ook deze artikels op Verzet.org:
•  De Dossin Kazerne, verzamelplaats voor deportatie van de Belgische joden
•  De Hel van Breendonk. En wat deed mijn Eigen Volk?
•  De Vervolging van de Joden in België, en de rol van de collaboratie
•  Mala Zimetbaum, Joodse verzetsheldin in KZ Auschwitz-Birkenau
•  Hoe Zuster Marie-Aurélie 14 joodse meisjes redde uit de klauwen van Dikke Jaak
•  De reddingsactie van Dom Bruno (E.P. Bruno Reynders)
•  De Overval op het XXste Konvooi naar Auschwitz-Birkenau
•  Het Joods Verdedigingscomiteit (JVC/CDJ)

Lees ook deze boekbesprekingen op Verzet.org:
•  150 jaar Belgisch Jodendom (Centraal Israëlitisch Consistorie van België)
•  Geschiedenis van de Joden in Antwerpen (Ephraïm Schmidt)
•  De Joden in België (Pieter Dewever)
•  De Joden van België (Ludo Abicht)
•  Vreemdelingen in een Wereldstad. Een geschiedenis van Antwerpen en zijn joodse bevolking (1880-1944) (Lieven Saerens)
•  Gewillig België. Overheid en Jodenvervolging tijdens de Tweede Wereldoorlog (Van Doorslaer e.a.)
•  Meesters van het Diamant. De Belgische diamantsector tijdens het nazibewind (Erik Laureys)
•  De Jodenjagers van de Vlaamse SS. Gewone Vlamingen? (Lieven Saerens)
•  Joods Actueel / maandblad (Terry Davids, Michael Freilich en Louis Davids)
•  Niet opnieuw. Jongeren ontmoeten de laatste overlevenden van de kampen (School Zonder Racisme en laatstejaars SAM Menen)
•  KZA 5148 (Regine Beer)
•  Schrijven in de schaduw van de dood. Over thuiskomen, opduiken en achterblijven 1940-1955 (Marc Verschooris)
•  Het XXe transport (Corinne Vermeulen)
•  Stille Rebellen-De overval op de 20ste deportatietrein naar Auschwitz (Marion Schreiber)
•  Terug op de plaats die ik nooit heb verlaten (Tobias Schiff)
•  Ongewenste gasten - Joodse vluchtelingen en migranten in de dertiger jaren (Frank Caestecker)
•  Tranen onder het masker. Ondergedoken kinderen (Viviane Teitelbaum-Hirsch)
•  Een kind in oorlog. Het ware verhaal van Hortense Daman (Mark Bles)
•  Schimmen met een ster. Het bewogen verhaal van joodse ondergedoken kinderen tijdens WOII (Hanne Hellemans)
•  Brabosh, een sjtetl aan de Schelde. Beelden uit het Antwerps Joods verleden (Sylvain Brachfeld)
•  Van binnen weent mijn hart. De vervolging van de Antwerpse Joden (Jan De Volder en Lieve Wouters)
•  Uitroeiing, Redding en Verzet van de Joden van België (Maxime Steinberg)
•  De Curatoren van het Getto (R. Van Doorslaer en J.P. Schreiber)
•  Dossier Auschwitz Brussel (Maxime Steinberg)
•  DORA 1943-1945 (Brigitte D'Hainaut en Christine Somerhausen)
•  Geheime routes en netwerken - Joodse kinderen op de vlucht voor de holocaust (Joost Loncin)
•  Kinderen van het getto. Joodse revolutionairen in België, 1925-1940 (Rudi Van Doorslaer)
•  De Wereld van Anne Frank in België 1929-1945 - Een dagboek voor de toekomst (diverse auteurs)
•  De Jodenverordeningen en de Antwerpse Balie (Jan Verstraete)
•  Als Jood geboren - Een Joodse familie in de Tweede Wereldoorlog (Marcel Liebman)
•  Voor God, Kerk en Vaderland, Belgische Religieuzen in Wereldoorlog II (Gabriel Verbeke)
•  Zeg nooit dat je Rachmil heet - Een joodse jongen overleeft de oorlog in een Vlaams gezin (R.De Dijn)
•  In naam van de Führer (Lydia Chagoll)
•  Breendonk, 1940-1945 De geschiedenis (Patrick Nefors)
•  En wat deed mijn eigen volk? Breendonk, een kroniek (Jos Vander Velpen)
•  Ze hebben het overleefd (Sylvain Brachfeld)

Laatst geupdate op ( Saturday 03 May 2008 )
 
addtofav
Verzet.org maakt dankbaar gebruik van Joomla! en krijgt de technische ondersteuning van Antifa.net, Ahmad Al Kasim en VEDEZE van Blokwatch.
Ga naar top pijltje