Albert De Coninck werd op 9 oktober 1915 geboren in Alderley Edge ten zuiden van Manchester,
als derde telg van het gezin van Frans Hendrik De Coninck en Maria Maes. Het gezin was tijdens de Eerste Wereldoorlog Mechelen ontvlucht naar Groot-Brittannië en zal
pas na het einde van De Groote Oorlog weerkeren naar Mechelen. Albert volgt enkele jaren onderwijs aan het Atheneum van Mechelen en blijkt maar
een middelmatige student te zijn. Hij schoolt zich nog wat in automekaniek maar een echte job zal hij nooit uitoefenen. Hem staan
belangrijkere taken te wachten.
Van kindsbeen is hij maatschappelijk geïnteresseerd. Hij wordt echter vroeg ontgoocheld in de Belgische Werkliedenpartij, wordt begeesterd
door de Russische Oktoberrevolutie van 1917 en sympathiseert met het anarchisme. Na de grote mijnstaking van 1932 in Charleroi, woont hij in Mechelen
een meeting bij van de flamingante communist Jef Van Extergem. Albert wordt prompt lid van de KPB (Kommunistische Partij van België) en hij zal
dat blijven tot aan het einde van zijn leven. Van Extergem zal later op 24 januari 1937 in Vlaanderen de VKP
(Vlaamse Kommunistische Partij) oprichten en geeft verscheidene bekende periodieken uit zoals Het Vlaamsche Volk en
Uilenspiegel.
De Communistische partij van België leidde in de eerste jaren na de Eerste Wereldoorlog een sluimerend bestaan. Het is pas
nadat Adolf Hitler op 30 januari 1933 aan de macht komt in Duitsland en de communisten en socialisten al in de eerste weken na de
machtsovername zwaar aangepakt werden, dat ook de communisten in België (en elders in Europa) zich geen illusies moesten maken
over hun toekomst als Hitler ooit over de rest van Europa zou willen regeren. En ook in Italië dat sinds 1922 door Mussolini
werd bestuurd waren de communisten en marxisten het mikpunt van geweld en opsluiting.
In juli 1936 breekt in Spanje de Burgeroorlog uit, die in feite een militaire fascistische staatsgreep was tegen de wettig democratisch
verkozen socialistische regering. De extreemrechtse nationalisten onder leiding van Generaal Franco, kunnen rekenen op de actieve
militaire steun van Duitsland en Italië en voor Mussolini en Htler was wat later de Spaanse Burgeroorlog werd genoemd de facto
een generale repetitie voor de op til staande Wereldoorlog. De overwinning van de nationalisten van Franco hadden dan ook veel
te danken aan het Duitse contingent, waaronder het beruchte Condor-legioen, dat al tussen 15 en 17 november 1936 een eerste bombardement
op Madrid uitvoerde.
De Burgeroorlog kreeg spoedig internationale allures en zowat 40.000 communisten, socialisten en andere antifascisten uit
België, Nederland en vele andere landen trokken naar Spanje om samen zij-aan-zij tegen Franco te kampen. De Spaanse communiste
Dolores Ibarurri (1895–1989), bijgenaamd 'La Pasionara', werd de levende legende van die strijd en van haar zijn de legendarische
woorden 'No pasaran!': ("Zij (=de fascisten) zullen er niet doorkomen")
Zowat 2.000 Belgische 'Interbrigadisten' hebben deelgenomen aan de Burgeroorlog. Vele van deze Spanje-strijders zullen later
tijdens de Tweede Wereldoorlog terug opduiken bij het verzet en vooral dan bij de Gewapende Partizanen. Ook Albert De Coninck, die
op dat ogenblik nog zijn militaire dienstplicht vervult, raakt begeesterd door wat zich in Spanje afspeelt en samen met verschillende
van zijn vrienden, besluit hij deel te nemen aan de strijd tegen de fascist Franco. Op 15 januari 1937, nauwelijks 21 jaar oud,
trekt hij met enkele strijdmakkers naar Spanje naar het hoofdkwartier van de Inernationale Brigades in Albacete. Hij wordt ingedeeld
bij de Frans-Belgische Interbrigade die onder het commando komt van die andere beroemde Belgische partizaan: Raoul Baligand.
Het noodlot slaat echter toe en de oorlog in Spanje kantelt na zware en bloedige gevechten over in het voordeel van de
nationalisten. In oktober 1938 lijkt het einde van de Spaanse democratie beslecht en wordt besloten tot de ontbinding van
de Internationale Brigades. Op 28 oktober 1938 houden de Interbrigadisten hun laatste parade in Barcelona en de overlevende
Interbrigadisten kunnen weer naar huis. Meer dan 1000 Belgen sneuvelden tijdens de bloedige burgeroorlog, en de ganse oorlog
zal ongeveer 600.000 levens kosten. Bij de naoorlogse repressie zullen door Franco nog eens 150.000 Spanjaarden worden
terechtgesteld. 5.000 kinderen van Spaanse Republikeinen vinden onderdak bij Belgische gezinnen en organisaties. Bij de 347 Belgische overlevende
Spanje-strijders is ook Albert De Coninck die het tot luitenant bij de Interbrigadisten had gebracht. Albert zal veel later voor
zijn inzet in Spanje worden gehonoreerd met de medaille van 'Voluntario de la Libertad' en door de Spaanse regering de voor hem
zo belangrijke onderscheiding verkrijgen: het ere-burgerschap van Spanje, de Spaanse nationaliteit.
Later over de Spaanse Burgeroorlog en de rol hierin van Albert De Coninck in het artikel: "De Belgen in de Internationale Brigades"
Madrid 1936