Op 3 september 1944 wordt Brussel bevrijd en diezelfde dag wordt Albert De Coninck
aangehouden door leden van... het Geheim Leger! Naarmate de bevrijding naderde stroomden opeens van alle kanten zogenaamde
verzetsleden toe, die spottend door de weerstand van het eerste uur Opperetteweerstanders werden genoemd.
Albert kreeg er op een onaangename wijze mee te maken: "[..]in het huis waar ik logeerde woonde een vreemdeling en die wilden ze
onderhoren. Maar en passant zijn ze naar boven gekomen en zijn ze bij mij binnen gevallen. En ze vonden daar een hoop materiaal,
clandestien materiaal waar ze niet aan uit konden. En dat vonden ze verdacht en dan hebben ze mij zogezegd aangehouden. Op het
ogenblik dat ik die mannen binnen krijg is er een meisje, één van Antwerpen, die ik had geroepen om wat materiaal mee te dragen
en zo omdat we gingen verhuizen naar Leuven. Die hebben mij aangehouden en ze hebben mij naar het politiebureel gebracht van
Sint-Gillis."
Op het politiebureel maken de verzetsleden van het Geheim Leger een proces-verbaal op omdat de identiteitspapieren van
Albert vals bleken. Daarna wordt hij overgebracht naar het stadhuis van Sint-Gillis om er verder verhoord te worden in afwachting
van zijn opsluiting in de gevangenis. Maar Albert had intussen het Antwerpse meisje direct weggestuurd naar een bekend adres,
een zogeheten 'alarmadres'. Albert: "[..]en terwijl ik op het gemeentehuis zat van Sint-Gillis,
zogezegd als gevangene, kwam er daar een camion met Louis Van Brussel met Partizanen en die zijn mij komen bevrijden. En het
was afgelopen."
Begin september 1944 waren de effectieven van de Patriottische Milities en de Gewapende Partizanen aangegroeid tot ongeveer 38.000 leden.
Dor de bevrijding konden de Partizanen hun schuilplaatsen verlaten, hun ware identiteit weer aannemen en zich kenbaa maken. De illegale
celstructuur ('groepjes van drie') was achterhaald en de Partizanen werden op militaire leest geherstructureerd om geïntegreerd te worden
in de geallieerde strijdkrachten en aldus deel te nemen aan de laatste fase van de oorlog. Deze goed uitgeruste en mobiele gewapende eenheden
kregen als taken: opruimen van Duitse verzetshaarden; gevangenneming en bewaking van omsingelde Wehrmachtsoldaten; bewaking van strategische punten,
lokalen en gebouwen; gevangenneming en bewaking van collaborateurs.
De Partizanen werden opgenomen in de Binnenlandse Strijdkrachten onder leiding van Luitenant-generaal Gérard. Verschillende commandanten van de Partizanen kregen verantwoordelijke functies
binnen de Belgische Stri;dkrachten. Albert: "[..]en dan zijn we later nog naar dinges getrokken,
dan was de landing al gedaan en dan waren ze aan het vechten aan de Hollandse grens en dan zijn we daar met een paar bataljons
naar daar getrokken. Dan zijn er nog gevechten geweest met de Duitsers. We hebben daar een paar krijgsgevangenen gemaakt. Die
jongens deden in hun broek. Zolang ze in handen vielen van een normaal leger waren ze gerust maar toen ze ineens wisten dat ze
in handen van Partizanen waren dachten ze dat we ze gingen de keel oversnijden. Maar dat hebben we niet gedaan. We hebben
ze overgeleverd aan de Engelsen. Salut! En dat was dan het einde, de gevechten aan de Scheldemonding. Dat was samen met
Engelsen, het regiment Duke of York."
Na de bevrijding werden de meest verdienstelijke verzetsleden door de Belgische regering bij wet een militaire graad toegekend.
Vele ervan werden posthuum toegekend en de hoogste graad was die van kolonel. Die rang werd als enige [postuum] toegekend aan dat
andere monument van het verzet: Walthère Dewé. Zeven anderen kregen de rang van Luitenant-kolonel. Dit zijn:
Emmanuel Jooris [postuum] stichter van de inlichtingendienst B.B. (Brise-Botte), Jean Burgers [postuum] van Groupe G, Hector Demarque van Clarence; Max Londot van de inlichtingendienst Luc-Marc;
Andrée De Jongh van de ontsnappingslijn Comête; Fernand Kerkhofs van de inlichtingendienst Zéro; en... Albert De Coninck commandant
van de Gewapende Partizanen. Zijn vrouw Rachel Souritz kreeg de rang van adjudant.
Na de oorlog klom Albert op in de partijhiërarchie. Zijn visitekaartje is indrukwekkend: hij was politiek secretaris van drie
federaties: Mechelen (vóór de oorlog), Kortrijk (in en na de oorlog) en vanaf 1947 Antwerpen (onder meer tijdens de fameuze
dokwerkersstaking van april 1950). Na de bevrijding maakt hij deel uit van het nationaal organisatiesecretariaat, vanaf 1951
van het Centraal Comité en het Politiek Bureau, vanaf 1957 wordt hij verantwoordelijk voor de internationale betrekkingen.
Op 6 december 2006 overleed Albert De Coninck. De uitvaart van Albert De Coninck vond plaats op 16 december '06 in het
crematorium van Antwerpen. Daarna werd hij bijgezet op het erepark van Edegem, waar zijn echtgenote Rachelle Souritz,
adjudant van de weerstand, als enige vrouw rust. Vincent Scheltiens op 16 december 2006 bij de uitvaart van Albert: "Wat hij - en Rachel - in de
drukste drukte niet aan de kinderen konden geven, wilden ze zó graag voor de kleinkinderen. Na bijna een korte eeuw gemiliteerd
te hebben in een strakke partijdiscipline, haalden beiden ook hun hartje op in het solidariteitswerk in Antwerpen met
vluchtelingen, met migranten. Het was ook het contact met een nieuwe generatie. En voor beiden gold voor het eerst: militeren
kan - soms althans - ook plezant zijn. Albert De Coninck wijdde zijn hele bewuste leven aan de opheffing van onderdrukking en
uitbuiting. Hij deed dit zolang zijn lichaam hem dat toeliet: zonder adempauze, zonder compensatie. Met grote samenhang tussen
woord en daad. Gedreven door rationele inzichten, steeds het doel voor ogen.
Enkel een onverwoestbaar optimisme in de maakbaarheid van de wereld en veel affectie voor de mensheid kunnen zo'n consequent
leven verklaren. Zoals we allemaal weten was Albert klein van gestalte; een militaire fiche uit 1935 zegt het precies: 1m62.
Hij zou de eerste zijn om het te stellen: "Ge moet immers de feiten onder ogen zien; de verhoudingen juist inschatten". Toch
zou hij het in dit geval bij het verkeerde eind gehad hebben: met Albert, Victor, Vic is niet een klein mannetje verdwenen.
Nee, een groot, zeer groot man, een imposant figuur is heengegaan."