Albert Guérisse was na de aanhouding van Garrow eind 1941 niet bij de pakken blijven zitten en had meteen
na de aanhouding van Garrow, de leiding van het netwerk op zich genomen, dat later beroemd zal worden als de
Pat O'Leary Lijn, kortweg de Pat Line, zoals het later altijd door alle veteranen van de Tweede Wereldoorlog
blijvend zal herinnerd worden. Albert breidde het netwerk verder uit over Noord-Frankrijk en België.
Hij werft ook vele nieuwe medewerkers aan zoals Alex Nitelet, een Belgische beroepsofficier en piloot. Nitelet was met zijn Spitfire
midden 1941 neergehaald boven Frankrijk en was dankzij het netwerk van Garrow veilig terug in Groot-Brittannië geraakt. Bij die crash
was Nitelet wel een oog verloren en mocht niet meer vliegen. Toch wilde Nitelet van geen ophouden weten en hij was niet vergeten dat
dat het ontsnappingsnet van Garrow hem had gered en wilde zich voor het net ten dienste stellen. Nitelet volgt een opleiding als telegrafist en
parachutespringen. Op 28 mei 1942 wordt hij gedropt nabij Bourges. Vanaf dan zorgt hij de radioverbindingen met Londen tot hij
reeds in september 1942 wordt opgepakt en opgesloten tot het einde van de oorlog.
Nitelet wordt vervangen door Philippe Valat die slechts twee operaties kan afwerken vooraleer hij eind september eveneens wordt opgepakt en
in Marseille wordt opgesloten. Hij werd vervangen door Tom Groome, een andere Britse geheim agent. Ook
Groome wordt enkele maanden later -januari 1943- opgepakt en zal zijn oorlogsjaren slijten in Duitse concentratiekampen tot hij in
Dachau op 29 april 1945 bevrijd werd. Andere medewerkers waren Louis Nouveau en Mario Prassinos, Robert Leycuras, Fabien de
Cortes, Alex Wattebled, Francis Blanchain, Paul Ulmann, Augustine Mongelard en sinds juli van 1942 ook de Franse
Marie-Louise 'Françoise' Dissart afkomstig uit Toulouse,
die eveneens nog een belangrijke rol zal spelen in de Pat Line. De Pat Line kende alles bij elkaar zo'n 250 medewerkers waarvan ongeveer
vijftig leden de oorlog niet zullen overleven. Het aantal door de Pat Line geredde personen verschilt afhankelijk van de bron, maar algemeen
wordt thans aangenomen dat het er rond de 650 moeten zijn geweest waarvan 400 piloten.
Via zijn netwerk laat hij zijn vluchtelingen meestal oppikken aan de Franse kusten in Bretagne of Canet-Plage aan de Franse Middellandse-Zeekust.
In Albert Guérisse's woorden ging dit meestal als volgt te werk: "Een evacuatie over zee was betrekkelijk eenvoudig.
Wij deden Londen een voorstel en zeiden, over onze geheime zender, dat wij dertig, vijfendertig, veertig man hadden, die
wij aan de Franse kust wilden doen inschepen. Wij voegden eraan toe dat wij een operatie wensten bij volle maan op die plaats
en op die datum, dat uur. Londen beantwoordde dan hetzij om te bevestigen, hetzij om tegenvoorstellen te doen. Zodra we het eens
waren geworden werden de mannen op de afgesproken plek naar het strand gebracht.
Daar werden zij dan opgesteld telkens op ongeveer vijftig meter van mekaar, zodat zij uitgespreid werden over een kilometer,
of anderhalve kilometer. Ik leidde gewoonlijk de operatie en stond in het midden van de keten, op de precieze plaats die met
Londen overeengekomen was. Op het afgesproken uur, meestal middernacht, begon ik met een sterke signaallamp signalen te
geven, drie korte flitsen. Wanneer ik antwoord kreeg betekende dat dat sloepen de oorlogsbodems verlieten en op mijn flitsen
afkwamen. Dan kreeg men links en rechts van mij, de hele keten langs, de boodschap naar het midden te komen. Daar
ontmoetten dan sloepen en vluchtelingen mekaar in een sfeer van vreugde die men zich nauwelijks voor kan
stellen. De meesten, ook de matrozen in de sloepen, huilden..." Bron: Het Verzet door Paul Louyet, pag. 82
De Pat Line wordt niet enkel bekend als een betrouwbare ontsnappingslijn, maar ook als een die de onmogelijkste
ontsnappingen uit gevangenissen voor mekaar kan krijgen. Zo verhaalt Albert Guérisse over een vrij spectaculaire
ontsnapping uit het Fort de la Revère in La Turbie, niet ver van Monaco, en dat toen nog behoorde aan de collaborerende
Vichy regering van Pétain, in het zuid-oostelijke deel van Frankrijk, tot ook dat laatste stuk Frans grondegbeid op 11 november
1942 werd ingelijfd bij het Derde Rijk. In de nacht van 23 op 24 augustus 1942 ontsnapten 66 piloten uit het fort via een 30 meter lange
tunnel waar deze manschappen zes weken aan gegraven hadden. Uiteindelijk zullen 31 van hen veilig hun thuisland bereiken:
"Op zeker dag vraagt Londen ons een Britse piloot, Captain Bennett, die boven Noord-Frankrijk door de Duitse Flak
was neergehaald te bevrijden uit de versterkte vesting van La Turbie, gelegen in het bergland boven Monaco. Er zaten nogal wat Engelsen in deze haast
ongenaakbare vesting en wij hebben dan maar meteen gezocht naar een mogelijkheid om hen met Bennett uit de gevangenis te halen.
Wij hebben gelukkig in Monaco een Witrus ontdekt die in het fort van La Turbie gymnastiekles gaf. De man was bovendien ook een aartsgokker
(misschien was hij daarvoor ook wel in Monaco blijven hangen) en hij zat diep in de schuld, wat voor onze zaak niet onvoordelig was. Wij hebben
hem er bijzonder snel toe kunnen bewegen contact aan te knopen met Bennett. Bennett zelf heeft ons trouwens de beste manier om te
ontsnappen aan de hand gedaan. Hij schreef dat men kon ontvluchten via de riolen van de vesting. Die vertrokken uit de vesting, hoog in de bergen,
en leidden tot aan de voet ervan, voorbij alle controleposten.
Wij zijn op zoek gegaan naar de uitmonding van de hoofdriool en hebben die ook gevonden. Er was wel een klein probleempje; die
uitmonding was door zware ijzeren staven afgesloten, maar dat was natuurlijk geen serieuze hinderpaal. Wij hebben dan, altijd door bemiddeling van onze Witrussische vriend,
afspraken gemaakt met Bennett en hem de nodige werktuigen bezorgd om de ontsnapping te vergemakkelijken. Zo hebben hij en een vijfendertig
andere Engelse vliegers in hun kwartier een put gegraven, een soort van tunnel naar het hoofdriool.
Aldus zijn ze, in de omstandigheden en
de geuren die men zich in kan denken, de hele riolering door naar benden gegeleden, tot aan de barrière, die wij intussen hadden opengezaagd.
Maar er zijn, bij ontsnappingen altijd onvoorziene omstandigheden. Wij hadden gerekend op een kleine veertig vluchtelingen, al een heel pak
om onderdak te bezorgen, te kleden, te voeden, over de Pyreneeën te brengen. Maar aan de uitmonding waren er heel wat meer dan veertig man. Want bij de ontsnapping, tijdens die augustusnacht
van 1942, had de laatste man die de tunnel indook het niet over zijn hart kunnen krigen zijn makkers, met wie hij al zo lang in de vesting zat,
zo maar te verlaten, zonder een woord van afscheid.
In plaats van zijn mede-ontsnappers te volgen was hij de andere kamers binnengelopen met de blijde boodschap 'Come on, boys.
Let's go home!'. Het resultaat kan men zich indenken. Wij vonden aan de uitlaat ongeveer het dubbel van wat wij verwachtten. U kan zich de chaos niet voorstellen. Wat moesten wij met dertig
man, waarvoor wij kleren, eten noch logies hadden voorzien aanvangen? Bovendien had de massale vlucht te vroeg de aandacht van de wacht getrokken, had men alarm geslagen en zat de hele Franse
gendarmerie, bovendien nog uitgerust met herdershonden, ons op de hielen, niet weinig geholpen door de geur
die de ontsnapten tegen wil en dank achterlieten. Wij hebben pas de volgende dag de winst- en verliesrekening van het avontuur kunnen maken. Die klopte
min of meer. Wij hadden uiteindelijk wel vijf- of zesendertig vliegers bevrijd, maar er waren er veel van de oorspronkelijke groep achterwege
gebleven. Gelukkig was Captain Bennett er toch nog bij." Bron: Het Verzet door Paul Louyet, pag. 81