Op 10 mei 1940 vallen de Duitsers België binnen. Na 18 dagen van hevige strijd die aan meer dan 20.000 soldaten en
burgers het leven kost, wordt op bevel van de eigengereide koning Leopold III zonder instemming van de Belgische regering,
op 28 mei '40 de capitulatie van ons land ondertekend. Over het ganse land worden stilaan clandestiene verzetsbewegingen opgericht. Daarnaast
was er al vanaf het begin veel individueel verzet, zoals ambtenaren in overheidsdienst die weiegerden mee te werken of de
samenwerking met de bezette saboteerden.
Naast de inlichtingen- en actiediensten, de sluikpers, sabotagegroepen en werkweigeraars was er nog een vijfde groep van weerstanders, het zogeheten
gewapende verzet. Dit was meteen ook de grootste groep en na de oorlog zullen 139.973 personen door de overheid worden erkend als
lid van een of andere gewapende verzetsgroep. Eén van de eerste groepen van het gewapend verzet die werden opgericht was
Armée de Libération / Bevrijdingsleger (BL/AL) die aanvankelijk in 'de vurige stede' Luik haar
thuisbasis had.
In het najaar van 1940 ontstaat te Luik rondom de christen-democratische minister Antoine Delfosse (1895-1978) een nieuwe verzetsbeweging:
het B.L./A.L. De belangrijkste medestichters zijn Léon Servais, Pierre Clerdent, leider van de katholieke vakbond
Joseph Fafchamps, Jules Malherbe en René Wéra. Antoine Delfosse was advocaat en tussen 1939 en '46 volksvertegenwoordiger
voor het arrondissement Luik. Zij werden in hun engagement in het verzet beïnvloed door hun vijandigheid ten opzichte van de collaborerende
Unie voor Hand- en Geestesarbeiders van Edgard Delvo. Tot voor het uitbreken van de oorlog was Delfosse minister van arbeid en sociale voorzorg (1939),
minister van ravitaillering (1939-1940) en in 1940 minister van verkeerswezen, PTT en van het N.I.R./I.N.R. (Nationaal Instituut voor de Radio-omroep).
Pierre Clerdent (1909-2006) was eveneens advokaat en afgestudeerd in 1934 aan de Universiteit van Luik.
Nadien werd hij medewerker van senator Paul Tschoffen (1878-1961) van de Katholieke Partij en advokaat aan het Hof van Beroep van Luik (1934-1945). Na de verkiezingen
van 1939 en Delfosse verkozen wordt, wordt hij zijn privé-secretaris.
Net voor het begin van de oorlog wordt Clerdent door Delfosse als vertegenwoordiger bij het I.N.R./N.I.R.
afgevaardigd. De N.I.R., opgericht in 1930, was de vroege voorloper van de huidige nationale omroep, die toen
nog enkel radiouitzendingen verzorgde en in 1937 werd opgesplitst in een Nederlandstalige (N.I.R.) en Franstalige (I.N.R.) omroep.
Clerdent werd de voorzitter van de beheerraad van de I.N.R. Jan Boon was de directeur-generaal van de Nederlandstalige omroep.
Op 14 mei geeft Minister Delfosse het bevel aan het personeel van de NIR-INR zich uit Brussel terug te trekken en enkele dagen later om de zendinstallatie te vernietigen.
Later, tijdens de bezetting zullen Clerdent en Jan Boon aan de basis liggen van het clandestiene Samoyède, dat illegale radiouitzendingen
verzorgde nadat de NIR/INR in 1940 door de nazi's werd verboden. Vanuit Londen wordt Clerdent, verzetsman van het eerste uur,
benoemd als administrateur van de Nationale Belgische Omroep voor de bezette gebieden. Dit hield in dat bij de bevrijding de Belgische regering
zou beschikken over een sterk uitgebouwd net van radiozenders. Twee daarvan, in Luik en Tamines, waren ook effectief het werk van het Bevrijdingsleger.
Wanneer de oorlog uitbreekt vlucht Clerdent aanvankelijk naar Frankrijk maar keert al in juli 1940 om er enkele maanden later
met Delfosse het BL/AL op te richten. Het BL/AL wordt bijzonder acief in Luik en breidt zich snel uit over de ganse provincie. Kort na de oprichting
zal ook Rijkswachtkolonel Charles Bartholomez de rangen vervoegen en krijgt de bevoegdheid inzake militair beleid en
ordehandhaving. Het BL/AL deelt Luik op in 13 sectoren met elk een sectorcommandant. Later worden er nieuwe afdelingen opgericht
over het ganse land, ondermeer in Namen, Henegouwen, Luxemburg en Brussel.
Aanvankelijk houdt de BL/AL zich vooral bezig met de aanwerving van leden en de verspreiding van sluikbladen. Het legt ook dossiers aan
omtrent de politiecommisarissen, het bestuur van de N.M.B.S. (de nationale spoorwegmaatschappij), van de P.T.T. (een vroege voorloper van het huidige
Belgacom en De Post) en van bedrijven uit de industrie i.v.m. hun economische collaboratie. Het BL/AL zet ook een ontsnappingslijn op naar onbezet
Frankrijk (Vichy) alsook een inlichtingennet dat zich over de hele provincie Luik uitstrekte.