In februari 1942 vertrekt de advokaat Nicolas Monami van de inlichtingendienst Beaver A/Beaver Baton
in opdracht van Antoine Delfosse naar Londen om er met de Belgische Regering overleg te plegen. Op 24 mei 1942 wordt Monami geparachuteerd
boven België nabij Chimay (in het zuiden van Henegouwen). Monami had een schatkistbon bij zich ter waarde van 4 miljoen BEF, waarvan
500.000 bestemd was voor Walthère Dewé,
de leider van het inlichtingennet Clarence. De overige 3,5 miljoen bef was
bestemd voor het Bevrijdingsleger.
Enkele weken later wordt Monami op 23 juni '42 aangehouden in Brussel aangehouden, toen hij daar was ondergedoken om
sabotagegroepen te formeren. Op 1 augustus 1943 zal Monami naar Duitsland worden gedeporteerd maar hij zal de kampen overleven.
De aanhouding van Monami en van een aantal van zijn medewerkers, doet Delfosse besluiten
om in de zomer van 1942 naar Londen te vluchten en zich te voegen bij de Belgische Regering in Ballingschap die zich daar sinds
31 oktober 1940 officieel had geïnstalleerd. Delfosse had nooit zijn ontslag aangeboden en nam gewoon zijn functie weer op.
In Londen zal Delfosse Minister van Voorlichting en Justitie worden.
Onder impuls van Jules Malherbe werden er vanaf 1942 ook afdelingen opgericht in Vlaanderen. In augustus 1942
wordt ook Malherbe door de Gestapo aangehouden en stokt de werving in Vlaanderen voor een tijd. De leiding van de BL/AL wordt vanaf
dan overgenomen door Pierre Clerdent. Ondertussen gonst het in augustus 1942 van een naderende landing van geallieerde troepen. Sinds de lente van '42
waren de Amerikanen en de Britten begonnen met de uitbouw van een invasieleger.
De leden van de BL/AL krijgen een intensieve militaire opleiding en de manschappen worden zo goed als mogelijk was [licht]bewapend. Er wordt een logo ontworpen -een driekleurige
armband met in het midden een blauwe ruit waarop de letters A.L. een zwaard omlijstten. Duizenden van deze armbanden werden gefabriceerd in het
Klooster van de Franse Zusters aan de Mativakaai te Luik. Het A.L.-kader laat niets aan het toeval over. Met het oog op een grootschalige
militaire actie worden de manschappen in échelons ingedeeld, aangevoerd door militaire officieren. Het vervoer moest georganiseerd worden, de
bevoorrading, het gezondheidswezen, de verbindingsdiensten enz. Basis-échelons werden samengevoegd tot een 'groep' en verscheidene
groepen vormden een sector. Elke sector moest voorzien in haar eigen behoeften: aanwerving en mobilisatie. Op het tijdstip van de
van de beslissende actie, zou de hogere bevelvoering instaan voor de algemene leiding van de operatie.
Die geallieerde landing vindt ook effectief plaats. Op 19 augustus 1942 stormen 6.100 geallieerde soldaten -waaronder 5.000
Canadezen- het strand van Dieppe op waarna een hevig vuurgevecht met de Duitsers losbarst. Operatie Jubilee eindigt echter in
een groot fiasco voor de geallieerden. Na acht uren is de strijd beslecht. Slechts 2.200 soldaten kunnen ontkomen, meer dan
dan duizend gedood en de rest gewond en/of gevangen genomen. Het zal nog duren tot 6 juni 1944 (D-Day, Operation Overlord)
vooraleer de geallieerden het opnieuw zullen proberen en dit keer met meer succes.