In de loop van 1942 werd een andere verzetsgroep, die eveneens in het Luikse actief was, opgenomen in de BL/AL. Met name het Belgisch
Vrijwilligerslegioen (B.V.L.) had reeds vele afdelingen in Vlaanderen opgezet ondermeer te Aalst, Brugge, Kortrijk, Geeraardsbergen,
Lichtervelde, Ninove, Wetteren, Zele (zie afbeelding hierboven van gesneuvelde BVL-militanten). De B.V.L. gaf ook een sluikblad uit
'La Vérité' dat reeds in augustus 1940 door Léon Linze en
Joseph Bontemps werd opgemaakt en verspreid door de BVL-militanten.
Léon Linze die twee jaar zal doorbrengen in Duitse gevangenissen verhaalde veel later hoe een en ander in zijn werk ging:
"Wij hadden een uiterste krachtinspanning gedaan. Wij hadden een geperfectioneerde polycopieermachine kunnen
ontdekken en kopen, waardoor het ons mogelijk werd gekleurde titels en tekeningen af te drukken, en het uitzicht en de oplage
van het blad aanzienlijk te verbeteren. Wij hadden ons bovendien een stock papier kunnen aanschaffen -dat zeldzaam begon te worden- die voor
verscheidene maanden in onze behoeften voorzag. Ons nummer 18 was juist verschenen, wij schreven half juli 1941, ik was bij vrienden op bezoek,
toen mijn vrouw mij opbelde: 'Er zijn bezoekers met een vreemde tongval op uw kantoor...' Dit was het afgesproken
signaal, vanaf dit ogenblik had ik zekerheid. De Gestapo had huiszoeking gedaan en, helaas! een stencil ontdekt die, God weet hoe, vergeten was. Want gewoonlijk
vernietigden wij alle dokumenten van zodra het blad verschenen was. Joseph [Bontemps] was aangehouden en al ons materieel, schrijfmachines, polycopieermachines,
papierreserve, aangeslagen."
Bontemps werd aangehouden samen met twee andere collega's Demanet en Eyben. Zij zullen alle drie omkomen in de
concentratiekampen in Duitsland. La Vérité had op dat ogenblik reeds 18 nummers verspreid. Ondanks deze tegenslag
werkte La Vérité verder. Na de opname van de BV.L. in de BL/AL werd het sluikblad het orgaan van het
Bevrijdingsleger. Door tussenkomst van Antoine Delfosse zullen tijdens de bezetting nog eens 30 nummers door
Albert Nizin worden opgemaakt en gedrukt, en verspreid worden door de vele militanten van het Bevrijdingsleger.
De opmaak werd helemaal vernieuwd en van honderden exemplaren steeg het sluikblad tot vele duizenden. Als ondertitel vermeldde
het blad dikwijls 'Journal de combat et de résistance morale pour de défence de l'âme Belge et le maintien
de l'unité Belge' (Blad voor strijd en geestelijke weerstand, ter verdediging van de Belgische ziel en het behoud van
de nationale eenheid).
La Vérité zette zich vooral af tegen het collaborerende REX van Léon Degrelle dat zeer actief was in het Luikse en haar eigen
blad Le Pays Réel uitgaf. Zo droeg een van de eerste nummers als opschrift: (het moffenblad) "Le Pays Réel
se vend - La Vérité se donne" (Le Pays Réel verkoopt zich - La Vérité geeft zich). Een
ander opschrift luidde: "On se passe La Vérité - On se passe du Pays Réel"
(La Vérité gaat van hand tot hand - Le Pays Réel kan men missen).
Het Bevrijdingsleger was vooral aktief in de streek van Luik, maar had ook afdelingen in Vlaanderen. Het had vertakkingen
in Antwerpen, Gent, Aalst en Denderode. In Antwerpen trok het vooral leden aan van de Christelijke Metaalbewerkersbond. In Aalst en Dendermonde,
lag de kern meestal bij politie en rijkswacht en waren er geen speciale banden met de christelijke vakbond. Het Bevrijdingsleger
telde in Vlaanderen ongeveer 1.200 leden, waarvan ruim de helft door de Duitsers werden opgepakt. Tweehonderd zesenzestig leden van het Bevrijdingsleger
werden geëxecuteerd, sneuvelden onder de valbijl of in de verbrandingsoven.
Door de bemiddeling van Walthère Dewé van
Clarence komt het op 20 April 1943 tot een
samenwerkingsakkoord tussen het Bevrijdingsleger en het Geheim Leger. Pierre Clerdent werd kort voor de bevrijding
verantwoordelijk voor de coördinatie van de samenwerking tussen beide verzetsgroepen. Aan de vooravond van de bevrijding telde het Bevrijdingsleger
ongeveer 12.000 leden waarvan ruim de helft uit het Luikse kwamen. Uiteindelijk zullen na de oorlog 7.284 leden van het Bevrijdingsleger
door de overheid het statuut van Gewapend Weerstander ontvangen. Vergelijk met het Geheim Leger: 54.309 erkenningen.
De BL/AL bestond uit vier groepen met elk hun specifieke taken. Naast het inlichtingennet en de sluikpers was ook een sabotagegroep
bijzonder bedrijvijg op het gebied van de vernieling van spoorwegmaterieel en -verbindingen, zij was ook belast het het executeren
van gevaarlijke en te duchten collaborateurs met de nazi's. De vierde gewapende groep bereidde zich voor om met de bevrijding
de Duitsers onder vuur te nemen, aanslagen te plannen, de geaillieerde opmars te bevorderen, de terugtrekking van de Duitsers te dwarsbomen, de vernieling
van bruggen en andere belangrijke gebouwen, fabrieken en industriële installaties voor vernieling te vrijwaren voor het terugtrekkende Duitse leger,
en de politiedienst te regelen tot de wettelijke overheid weer was teruggekeerd. Een paar maanden voor de bevrijding had Pierre Clerdent met Alexander Galopin
een akkoord gesloten om de FN-fabrieken van Herstal te beschermen. De BL/AL speelde een grote rol bij de bevrijding van Luik en
leverde hevige gevechten ter hoogte van de Maas.
Na de bevrijding van Luik door de Amerikanen op 8 september 1944 werd Luik het doelwit voor de nazi's die Luik tot aan het einde
van de oorlog de stad zullen blijven bestoken met de zogenaamde Vliegende Bommen.
Meer dan 1.500 V1 en V2 missiles kreeg de stad te verwerken die aan vele honderden burgers het leven kostten en reusachtige
materiele en stoffelijke schade berokkenden aan de stad.