Krijgsauditeur Gaston van der Meersch kreeg de ondankbare taak om
de naoorlogse repressie en epuratie in goede banen te leiden
België was in 1996 het laatste land op het vasteland van West-Europa dat de doodstraf uit het strafrecht verwijderde,
zowel voor vredestijd als in oorlogstijd. Desondanks werd de doodstraf in België lange tijd al niet uitgevoerd. De laatste
die werd gedoodvonnist en werd terechtgesteld in België was een Duitser: SS Majoor Philipp Schmitt, de kampcommandant van het
beruchte Kamp van Breendonk. Schmitt tevens was de laatste van 242 terechtgestelden die na de bevrijding in september 1944 door
een militair tribunaal ter dood werden veroordeeld en waarvan de straf ook werkelijk uitgevoerd werd. Uiteraard werd Schmitt
niet beschuldigd van collaboratie maar van oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid.
De eerste twee collaborateurs die werden terechtgesteld waren Rexisten, leden van de partij van SS'r Léon Degrelle:
Joseph Hoogeveen en Paul Herten. Zij werden op 13 november 1944 in de Rijkswachtkazerne van Charleroi door een Rijkswachtpeloton
gefusilleerd. 239 andere terechtgestelden werden allemaal ter dood veroordeeld wegens collaboratie, samenwerken of heulen met
de vijandelijke bezetter, in dit geval met het Derde Rijk van de nationaal-socialist de Führer Adolf Hitler. Drie Vlaamse oorlogsburgemeesters
stierven voor het vuurpeloton: Leo Vindevogel uit Ronse, Leopold Moons uit Koersel en Marcel Engelen uit Tienen. Daarnaast werden
in Wallonië in die periode negen oorlogsburgemeesters terechtgesteld.
Er bestonden verschillende vormen van collaboratie: politieke collaboratie, verklikkers, militaire collaboratie,
economische collaboratie en combinaties van de verschillende vormen samen. Van september 1944 tot eind 1949 werden er door de krijgsauditoriaten
728.866 strafdossiers aangelegd. 167.520 dossiers bleken dubbel aangelegd en werden samengevoegd. Van de overblijvende 561.346
dossiers werden er 405.067 weerhouden op daden van collaboratie. Daarvan werden er ruim 71%(!) zonder gevolg geklasseerd.
Van de resterende 117.000 dossiers werden er 59.712 buiten vervolging gesteld en leidden 57.253 dossiers tot een feitelijke
strafzaak.
Aanvankelijk was de vervolging scherp en het oordeel wisselvallig al naargelang de streek of stad. Zo kregen Oostfronters
aanvankelijk de doodstraf, die ook effectief bij een tiental werd uitgevoerd. Een jaar later werd die doodstraf voor Oostfronters
verminderd tot 15 tot 20 jaar gevangenisstraf, weer een jaar later 5 of 10 jaar. De meeste kwamen in de praktijk al na enkele jaren hechtenis
weer vrij. Mede ook door de zogenaamde Wet-Lejeune van 31 mei 1888, die het mogelijk maakte dat gevangenen die een derde van hun straf
hadden uitgezeten voorwaardelijk in vrijheid konden komen.
De doodstraf was uiteraard de zwaarste straf en werd tegen 2.940 personen uitgesproken: 1.693 personen werden bij verstek veroordeeld,
1.247 personen op tegenspraak. Velen van die doodstraffen werden later omgezet in levenslang of zware gevangenisstraffen.
Uiteindelijk werden er 242 doodvonnissen uitgevoerd: 4 vrouwen en 238 mannen, onder hen 5 buitenlanders. Van de 237 terechtgestelde
Belgische collaborateurs waren er 102 Vlamingen en 3 Brusselse Nederlandstaligen, 121 Walen en 11 Brusselse Franstaligen. Een verhouding van
105 Nederlandstalige tav 132 Franstalige collaborateurs. De jongste was 21 jaar oud en de oudste 68 jaar.
Extreemrechtse Vlaams-nationalisten van voor, tijdens en na de oorlog alsmede hun hedendaagse erfgenamen die zich thans voornamelijk
manifesteren in en om het Vlaams Belang/Blok en de N-V.A., beweren tot op vandaag dat de repressie anti-vlaamsgezind zou zijn
geweest, maar dat is een mythe. De cijfers bewijzen het tegendeel. De vervolging van collaborateurs was helemaal niet
bepaald gericht tegen de Vlamingen of flaminganten, maar tegen de Nieuwe Orde in het algemeen en in het bijzonder haar collaborerende aanhangers van het nationaal-socialisme.
Niet alle Vlaams-nationalisten collaboreerden. Sommigen gingen zelfs in het verzet. Vlaams-nationalisten van een andere
maatschappelijke ideologie, waren al even vogelvrij als verzetsleden, joden of werkweigeraars. Een bekend voorbeeld is dat van de
oud-aktivist en flamingant Jef Van Extergem, die aangehouden werd en omkwam in een concentratiekamp.
Door huidige extreemrechtse Vlaams-(en ook Waalse) nationalisten, worden deze 242 geëxecuteerden vaak schaamteloos als
'martelaars voor de goede zaak' voorgesteld. Wie de commentaren bij elke terechtgestelde leest, zal meteen
merken dat een groot deel onder hen zonder meer brutale en gewelddadige boeven waren. Velen waren van erg lage komaf en hadden
al voor de oorlog een trieste reputatie opgebouwd als onverbeterlijke crimineel.
Desondanks, leeft de «mythe van de 242 martelaars» nog steeds verder. Zo bestaat er in het Mechelse een rondgang
in open veld, waarbij 'Veertien repressiestaties' worden aangedaan, elke statie met een apart onderschrift:
"August Borms, Leo Vindevogel, Irma Laplasse, de moeders van de repressieslachtoffers,
Frans Ketels, Modest van Assche, Karel de Feyter, Herman de Vos, Lode Sleurs, Jeroom Leuridan, Stefaan Laureys, Theo Brouns,
Jan de Grootte, alle anonieme repressieslachtoffers." Hoezo anoniem? Hoezo 'slachtoffers'? Wat dan te zeggen van de ruim
90.000 landgenoten die door de nazi's en collaborateurs tijdens de Tweede Wereldoorlog werden vermoord of omkwamen in de kampen?
Waren zij dan niet de èchte slachtoffers?
Merkwaardig is dat er zich onder de 242 terechtgestelden ook 2 joden bevonden, alsook één
rechtsextremist en verscheidene collaborateurs waren zelfs lid geweest van het verzet[!]. De bijzondere oorlogsomstandigheden waren
blijkbaar de ideale biotoop om bij gelijk om het even wie, het slechtste van zichzelf naar boven te halen en zich bijwijlen
over te geven aan puur sadisme en geweld. Wie zou het hun belet kunnen hebben? Verzet.org doet bij deze een poging om deze
zogeheten repressieslachtoffers uit de anonimiteit te halen in de hoop aldus een einde te stellen aan die schaamteloze
mythevorming. Misschien dat alzo de achtergebleven familieleden van de ongeveer 14.000 vermoorde verzetsleden
en politieke gevangenen, alsook -en vooral- de ruim 25.000 vermoorde Joden van België, eindelijk kunnen berusten in hun
onherstelbaar verlies.
De volledige lijst met terechtgestelden (om technische redenen in drie delen),
moet nog verder voorzien worden van details, maar geeft op dit ogenblik toch al een goed beeld om wie het gaat en waarvoor zij werden veroordeeld. De lijst
bevat de namen van de 105 collaborateurs die onder de Nederlandstalige rechtspleging (Vlaanderen en Brussel) werden berecht.
Sommige namen kunnen verwarring zaaien. Zo staat Jan Pellemans op de Nederlandstalige lijst, niettegenstaande
hij te Namen gefusilleerd werd omdat hij op het einde van de bezetting bij de Sipo-SD van Dinant was beland. Daarentegen
staan de drie terechtgestelde leden van de Bende Dezitter
op de Franstalige lijst omdat zij te Brussel berecht werden op de Franstalige rol. Daarnaast worden apart de
5 buitenlanders vermeld die in ons land werd veroordeeld en terechtgesteld.
Deze lijst blijft onder voorbehoud en nog lange tijd vatbaar voor verbetering en aanpassingen. Hiermede
verzoekt Verzet.org aan het belangstellend lezend en surfend publiek, om zoveel mogelijk aanvullingen, namen, gegevens, en
eventueel beeldmateriaal toe te zenden. Informatie toezenden naar Verzet.org kan via het contact-formulier of rechtstreeks naar het emailadres: info-at-verzet.org.