|
242 terechtgestelde collaborateurs. Wie waren zij? Nederlandstalige rol[1] - a |
|
|
|
|
Sunday 31 December 2006 |
|
Pagina 3 van 6
Ae t/m Bro
 < Vlaanderen Brussel >
| FOTO |
Naam en voornaam |
Geboortedatum en -plaats |
datum en plaats
van executie |
Achtergrond en aanklacht |
| — |
Alfons Aelterman |
1914 |
31.07.1945
Antwerpen
 |
Aelterman diende bij de NSKK (het mobiel korps) in Frankrijk tussen oktober 1941 en mei 1942. Na mei 1942 bij de NSKK in Rusland. Na
zijn terugkomst uit Rusland nam hij dienst bij de opsporingsdienst van werkweigeraars (Zivilfahnung). Na een opleding te Zellik werd hij benoemd als
Oberfahnder. Voorlopig geen verdere details bekend.
|
| — |
Robert Baes |
04.09.1909
Brugge |
15.06.1946
Leuven
 |
Robert Baes was Dokter in Letteren en Wijsbegeerte. Voorlopig geen verdere details bekend.
|
| — |
Henry Barbary |
1903 |
13.04.1946
Brugge
 |
Voorlopig geen details bekend.
|
| — |
Jan Berghmans |
1915 |
21.02.1945
Antwerpen
 |
De 29-jarige Jan Berghmans was paswerker van beroep. Oostfronter, nam dienst in het Legioen Vlaanderen als chauffeur, en vocht gedurende drie jaren in de rangen van de Waffen SS tegen de geallieerde legers nabij Leningrad. Na de bevrijding keert Jan Berghmans terug naar België maar wordt al snel opgepakt. Op 3 oktober 1944 wordt Berghmans door de Krijgsraad van Antwerpen ter dood veroordeeld. Hij was daarmee de allereerste gedoodvonniste Vlaamse collaborateur. Berghmans werd samen met De Saar op 21 februari 1945 in een der Antwerpse binnenforten gefusilleerd.
|
| — |
Achiel Blancke |
1914 |
06.07.1946
Brugge
 |
Achiel Blancke was één van de eerste twee Zivilfahnders in Brugge in december 1943. Zie ook Boucquez e.a. Zivilfahnders. Zij kregen een maandenlange opleiding in Zellik. Zivilfahnders waren niet bevoegd om alleen een opdracht uit te voeren maar moesten steeds vergezeld zijn van een Feldgendarm of Oberfahnder. Na hun opleiding moesten ze een eed zweren: "Ik verplicht mij vrijwillig voor de duur van zes maanden toe te treden tot de burger- opsporingsdienst van de Feldgendarmerie. [..] Mij werd bekendgemaakt dat ik geheel en al aan de Duitse militaire wetten onderworpen ben en dat ik in het gehele Belgische grondgebied mag aangesteld worden." Ze volbrachten hun dienst in burgerkledij en hadden een witte armband op zak met het opschrift 'Zivilfahndungsdienst'. Ze waren bewapend met een 7.65 pistool, een reservelader en munitie. Ze werden goed betaald en een gehuwde Fahnder (de laagste graad) verdiende gemiddeld het dubbele van het gemiddeld maandinkomen van een Belgisch gezin.
|
| — |
Victor Blommaert |
1917 |
09.06.1945
Mechelen
 |
Voorlopig geen details bekend.
|
| — |
Theodoor Boelen |
1920 |
26.07.1945
Tongeren
 |
Voorlopig geen details bekend.
|
| — |
Pierre Boffe |
1908 |
19.12.1947
Leuven
 |
Voorlopig geen details bekend.
|
 |
Dr. August Borms |
14.04.1878
Sint-Niklaas |
12.04.1946
kazerne
Etterbeek
 |
Dr. August Borms is
ongetwijfeld de meest besproken Vlaams-nationalistische Duitsgezinde collaborateur die zijn leven beëindigde
aan de executiepaal. Borms slaagde erin om tijdens twee opeenvolgende oorlogen met de Duitse bezetter te collaboreren.
De mythevorming rondom deze Borms is fenomenaal en sluimert nog steeds verder in de jaarlijks weerkerende Bormsherdenkingen en
-huldigingen georganiseerd door, om het Vlaams Belang en Voorpost niet te willen noemen, hedendaagse rechtsextremistische
racistische organisaties en partijen. Al vanaf de zomer van 1915 heult Borms met de Duitsers. In 1917 zetelt hij als
'minister voor 's lands verweer' in de Raad van Vlaanderen. Na het einde van de oorlog wordt hij op
6 september 1919 ter dood veroordeeld door het Brusselse Hof van Assisen en opgesloten in de gevangenis van
Antwerpen. Al na enkele maanden wordt op 23 januari 1920 zijn doodvonnis omgezet in levenslange dwangarbeid. Vanaf
dan begint de mythevorming rondom de figuur Borms, die vooral door hem zèlf vanuit zijn cel opgebouwd en zorgvuldig
georchestreerd wordt. Borms wordt alras 'de Klok van Vlaanderen' genoemd en wordt zelfs vanachter de
tralies op 9 december 1928 verkozen als gemeenteraadslid voor de Frontpartij te Antwerpen, maar hij zal nooit zetelen. Op 17 januari 1929 komt hij vervroegd
vrij en begint aan zijn triomftocht doorheen Vlaanderen. Echter, vanaf dan is de politieke rol van Borms tanende en
korte tijd later ook helemaal uitgespeeld. Het effect van de opgesloten terdoodveroordeelde activistische flamingant ebt
snel weg, wegens uitgemolken tot op de draad. Zijn belangrijkste activiteit als opgeklopte symboolfiguur van de Vlaamse
Strijd, bestaat erin om tot aan de oorlog en vooral tijdens de bezetting, vooral overal 'aanwezig te zijn' daar waar de
Nieuwe Orde belangrijke wendingen aankondigt, manifestaties organiseert en/of belangrijke beslissingen neemt. Na de bevrijding
vlucht Borms naar zijn geliefde Duitsland. In afwachting van een nakende herovering van ons land, formeert hij in
Bad Pyrmont(D), samen met medecollaborateurs van het eerste uur zoals bv Cyriel Verschaeve, een
'Vlaamse Regering in Ballingschap'. Wanneer in december 1944 de Slag om de Ardennen uitbreekt, maar al na
enkele weken van hevige strijd stokt in de Ardense sneeuw, vlucht een diep ontgoochelde Borms weg naar Berlijn. Hij wordt er het slachtoffer van een banaal verkeersongeval en wordt
invalide. Wanneer hij zich voor behandeling laat opnemen in een Berlijns ziekenhuis, wordt hij door een patriottische
zuster herkend en prompt aangegeven. Op 28 augustus 1945 wordt Borms gearresteerd en uitgeleverd aan België. Half oktober
1945 wordt Borms door de Krijgsraad ter dood veroordeeld. Op 12 april 1946 wordt een verzwakte August Borms
op een stoel gezet. Op verzoek van Borms werd hij niet geblinddoekt en op de binnenplaats van de legerkazerne van Etterbeek gefusilleerd.
|
| — |
Seraphinus Boucquez |
1896
Aartrijke |
15.05.1945
Brugge
 |
De meest beruchtste Zivilfahnder uit het Brugse was ongetwijfeld Séraphin Bucquez. Boucquez was sinds 1 februari 1944 Zivilfahnder bij de Feldgendarmerie van Brugge. Net zoals andere Zivilfahnders werd hij opgeleid in opsporings- en aanhoudingstechnieken, wapengebruik, het leren onderscheiden van echte en valse documenten, stempels enz. Nam deel aan vele razzia's om werkweigeraars op te sporen. Razzia's vonden meestal plaats op zondag, bv. op de voetbalvelden, in de café's, bij kermissen. Soms werd een hele buurt afgezet en werd iedereen gecontroleerd. Wie niet kon bewijzen dat hij een regelmatig beroep uitoefende, of niet in het bezit was van een vrijstellingsbewijs van verplichte arbeid in Duitsland werd aangehouden en naar de Felgendarmerie gebracht. Als na controle bleek dat het om een werkweigeraar ging werd de persoon naar een Straflager in Duitsland gedeporteerd. Dergelijke strafkampen stonden onder toezicht van de SS en de gestraften werden tewerkgesteld in fabrieken in de omgeving.
De levensomstandigheden in deze Straflagers waren verschrikkelijk. Seraphin Boucquez kreeg al vlug de bijnaam 'bloedhond' en werd de schrik van de werkweigeraars in de bos- en landbouwstreek ten zuiden van Brugge. Aangehoudenen werden door Boucquez hardhandig aangepakt en in elkaar geslagen vooraleer ze naar de Felgendarmerie werden vervoerd. Van beroep vrachtwagenchauffeur had Boucquez al voor de oorlog een reputatie opgebouwd als onverbeterlijke dronkaard en was herhaaldelijk veroordeeld voor openbare dronkenschap en smaad. Op zijn proces loog Boucquez dat hij enkel chauffeur was geweest bij de Feldgendarmerie en nooit vanachter het stuur kwam. Tientallen werkweigeraars heeft hij opgespoord en aangehouden. Boucquez was eveneens Steunpuntleider van de DeVlag in Aartrijke en verplichte zijn kinderen om mee te reizen met de K.L.V.
|
 |
Theo Brouns |
20.11.1911
Kessenich |
28.03.1946
 |
Brouns was Gouwleider van het VNV voor de Provincie Limburgen en sinds 1940 kabinetschef van de Limburgse VNV-gouverneur Gérard Romsée. Na een reeks van bloedige aanslagen gericht tegen voornamelijk VNV'rs door het verzet
besliste hij samen met de Limburgse VNV-top om over te gaan tot een vergeldingsactie tegen het verzet. Op 15 december 1943 schreef Brouns een brief aan Obersturmführer Helwig
waarin hij de inzet van de eigen 'weerformaties' met name de Dietse Militie, de Vlaamse Wacht en de Vlaamse Wachtbrigade eist alsook
"de aanhouding van een honderdtal gijzelaars uit alle kringen die minstens voor de duur van de oorlog onschadelijk
moeten gemaakt worden" en het "doodschieten van minstens evenveel gevaarlijke elementen uit Limburg als kameraden van ons gevallen zijn
en waarvan de moordenaars niet werden gevonden". Voorts vroeg hij de onmiddellijke terechtstelling van eenieder die op verboden wapenbezit
werd betrapt. Voor zijn kordate taal beloont Henrik Elias, Brouns diezelfde maand nog met een plaats in de Raad van Leiding. Een en ander blijft niet zonder resultaat en de Abwehr (Duitse conra-spionagedienst) stuurde de beruchte collaborateur Emiel Van Thielen, alias Max Günther,
één van de meest gevreesde spionage agenten, naar Limburg. Günther kon meteen in de eerste helft van januari 1944 een groot
deel van de Limburgse Gewapende Partizanen aanhouden en laat ze opsluiten in het Kamp van Breendonk. Tijdens de maanden juli en augustus 1944 werden nog meerdere acties uitgevoerd
door vrijwilligers van de Dietsche Militie. Na de bevrijdin dook Brouns onder. Hij werd bij toeval opgepakt door Amerikaanse militairen toen hij vermomd een bezoek wou brengen aan zijn familieleden. Brouns is zowat de enige belangrijke leider van het VNV die na de oorlog werd gedoodvonnist en waarvan de straf ook werd uitgevoerd.
|
|
|
Laatst geupdate op ( Tuesday 13 November 2007 )
|