Op 1 september 1944, bij het verschijnen van de allerlaatste editie van de VNV-krant Volk en Staat, schrijft Jeanne De Bruyn
in haar allerlaatste editoriaal: "Wij zullen, dat staat vast, in de Begijnenstraat [gevangenis van Antwerpen] en in koncentratiekampen
gestopt, tot levenslange dwangarbeid veroordeeld, doodgeschoten, opgehangen, geradbraakt, levend gevild en dan met zout bestrooid
worden." De collaborateurs zagen de donderbui aankomen, en ze zaten er niet eens ver naast naar wat hun te wachten stond.
Velen zullen echter ontkomen aan de uitvoering van hun doodstraf doordat ze in de beginjaren van de repressie waren gevlucht naar het
buitenland of ondergedoken leefden bij vrienden of familie. Wanneer ze na het eerste jaar weer opduiken, is de eerste [zwaardere]
repressiegolf al wat geluwd. Bekende voorbeelden zijn Jef Van de Wiele (DeVlag)en priester Cyriel Verschaeve (beiden ondergedoken
in Oostenrijk), Frans Daels van het VNV en voorzitter van de OorlogsIJzerbedevaarten die onderdook in Zwitserland, Léon
Degrelle van REX vluchtte naar het bevriende Spanje van dictator Franco, Jef François (Verdinaso en Vlaamse SS) dook onder, Henrik Elias, die sinds de dood van Staf de Clerq eind 1942 de leider was van het Vlaamsch Nationaal Verbond (VNV) en de SS'rs Ward Hermans (Vlaamse SS) en Herman Van Puymbrouck, weken uit naar Duitsland. Ongeveer duizend[!]
andere collaborateurs konden via vrienden en netwerken de plas oversteken en zochten hun heil in Zuid-Amerika of in andere
overzeese landen, zoals bijvoorbeeld René Lagrou (Vlaamse SS) en Severien Verdoodt (DeVlag)
Jetje Claessens (1912-1995), de leidster van Dietse Meisjesscharen, werd na de bevrijding op 5 september 1944
gearresteerd en opgesloten in de gevangenis van Vorst, later in Leuven en Brugge. Een jaar later, na een bewogen proces waarbij
ook haar beroep werd afgewezen, werd ze ter dood veroordeeld. Dankzij de bemiddeling van enkele politiekers, o.m. door haar oom
Camiel Huysmans (1871-1968), ontsnapt ze wonderwel aan het executiepeloton. In de gevangenis huwde Jetje haar jeugdliefde Oscar
Delaeter, die reeds naar Argentinië was uitgeweken. Het huwelijk vond dus plaats met de handschoen, op voorwaarde dat ze ook naar
Argentinië zou uitwijken van het moment dat ze ontslagen werd uit de gevangenis.
In 1951 kwam Jetje vrij en emigreerde zij naar Mar del Plata in Argentinië om daar haar man te vervoegen. Ze kregen samen drie
kinderen. Met haar vrienden collaborateurs onderhield zij vele jaren nauwe banden met de collaborateursverenigingen in
België zoals bijvoorbeeld Broederband en het Sint Maartensfonds. Ze leverde ontelbare bijdragen aan het
tijdschrift De Schakel voor collaborateurs in Argentinië. In Broederband-kringen
bleef ze erg populair en zij wordt in 1991, nav het 20-jarig bestaan van Broederband afd. Antwerpen (die familieleden en
sympathisanten van ex-oostfronters groepeerde), als eregaste ontvangen in het Switel Hotel te Antwerpen. Bij haar aankomst op de
luchthaven werd ze enthousiast door de bijna voltallige leiding van het Vlaams Belang/Blok verwelkomd. Jetje Claessens overleed
in 1995 in Mar del Plata (Argentinië).
Deze lijst blijft onder voorbehoud en nog lange tijd vatbaar voor verbetering en aanpassingen. Hiermede
verzoekt Verzet.org aan het belangstellend lezend en surfend publiek, om zoveel mogelijk aanvullingen, namen, gegevens, en
eventueel beeldmateriaal toe te zenden. Informatie toezenden naar Verzet.org kan via het contact-formulier of rechtstreeks naar het emailadres: info-at-verzet.org.