Vanaf het voorjaar van 1944 barste het geweld in Wallonië in volle hevigheid uit. De vergeldingsmoorden door de milities van Rex
stapelden zich op. Op 1 februari 1944 werd François Bovesse (1890-1944) doodgeschoten. Bovesse was een gewezen minister en gouverneur van Namen en een vooraanstaand
liberaal en vrijmetselaar. De vervolging van de vrijmetselarij stond reeds lang op de agenda van REX. Deze actie werd uitgevoerd door drie leden van het Waals Legioen en een DSI-lid. De groep stond rechtsreeks onder de leiding
van Charles Lambinon. Deze actie was bedoeld als vergelding voor het neerschieten van een Rexist in Philipville en van het echtpaar Gignot in Auvelais op 30 januari
1944. Gignot was Rex-kringleider van Namen. Na de moord op Bovesse creëerde de Rex-leiding op 25 februari 1944 een speciale
Bloedonderscheiding: het "Insigne du Sang", dat bestemd was voor de Rexisten die op het 'thuisfront' gevallen waren en voor "tous ceux qui auront
fait couler le sang ennemis de la Révolution" Nog in februari '44 schreef een journalist in Le Pays Réel: "Ook al zullen enkelen
onder ons opgehangen worden aan de straatlantaarns van de Anspachlaan, het ontbreekt de rexisten niet aan kinderen die de strijd over vijf, tien
of twintig jaar zullen voorzetten en hun zaak zullen doen zegevieren."
De golf van aanslagen en represailles nam snel toe. Op 9 juli 1944 werd apotheker Charles te Bouillon op bevel van Lambinon doodgeschoten. Deze moord
gold als vergelding voor de moord op apotheker Edouard Degrelle, die de dag voordien op 8 juli door het Geheim Leger/Armée Sécrète
werd geëxecuteerd. Edouard was de broer van Léon Degrelle. Daags na de moord was Léon Degrelle hals over kop teruggekeerd van het Oostfront. Op bevel van het Miltair Bestuur (Militärverwaltung) waren als vergelding reeds 46 burgers
van Bouillon als gijzelaars opgeleid. Degrelle voegde daar nog vier namen aan toe waarvan drie onmiddelijk werden aangehouden: gemeentesecretaris
Henri Bodard, gemeentebediende Louis Bodard en de industrieel René Pierlot. Zij werden p 21 juli 1944 door een commando van de Sipo-SD geëxecuteerd.
Op 12 juli 1944 werd het echtpaar Servais te Sint Lambrechts-Woluwe vermoord door een commando onder leiding van Lambinon.
Het koppel was daags voordien verraden geworden nadat Cornelis Goversin was aangehouden en onder zware foltering bekend had dat het echtpaar
joden verborgen hield. Beiden werden in de kelder van hun woning doodgeschoten (mevr. Servais was zwanger). In de nacht van 20 op 21 juli
1944 werden te Waudrez drie personen doodgeschoten door de Brigade B van Charleroi, waaronder ook de gewezen burgemeester van Waudrez. Enkele dagen
later executeerde Brigade B burgemeester Emmanuel Dumont de Chassart van Amand-les-Fleurus, als vergelding voor het ombrengen door het
verzet van een Rexistische bediende van Dumont de Chassart.
In de nacht van 28 op 29 juli 1944 werd Jules Hiernaux (1881-1944) doodgeschoten. De 63-jarige Hiernaux was een oud-minister van
Openbaar Onderwijs, directeur van de Arbeidershogeschool (Université du Travail) te Charleroi, vrijmetselaar die van 1937 tot 1939 Grootmeester van het
Grootoosten van België was.
Op 4 augustus 1944 werden Alphonse Bosch, socialistisch burgemeester van Wavre, alsmede drie verzetsleden uit de
streek, Georges Jancart, Charles Bourdilloud en Paul Van Humbeeck, door een Rex-commando doodgeschoten. Deze moord gold als vergelding voor het neerschieten van de Waverse Rex-leider Odile Laleman. De actie
werd op touw gezet door Joseph Simar, Rex-kringleider van Wavre. De aanslag werd uitgevoerd door een groep onder leiding van
Charles Lambinon. Burgemeester Bosch hielp werkweigeraars voor Duitsland onderduiken, reikte valse documenten uit en hielp mee
de clandestiene pers te verspreiden.
Op 6 augustus 1944 had er andermaal een drievoudige vergeldingsmoord plaats in Hoei wegens een aanslag door het verzet op de ouders van een Rexist die
aan het Oostfront in het Waals Legioen vocht. In de nacht van 11 en 12 augustus 1944 werden graaf d'Oultremont en zijn echtgenote
te Hamme-sur-Heure vermoord door leden van de Brigade B.
Na de aanslag op Jean Teughels, werd hij als burgemeester van Groot-Charleroi op 8 januari 1943 opgevolgd door Oswald Englebin.
De Rexist Englebin, die eerder een gematigd figuur was binnen Rex, werd echter op zijn beurt op 17 augustus 1944 (samen met zijn vrouw en zoon)
doodgeschoten door het verzet, tijdens een aanval op zijn zwaar beveiligde wagen. Het incident vond plaats te Rognac, een deelgemeente van
Courcelles, aan de rand van Charleroi. Deze aanslag kwam vier dagen na een toespraak van Rex-leider ad-interim Victor Matthijs in het Sportpaleis
van Brussel, waarin hij het gebruik van systematisch geweld als 'anti-terreur' aankondigde: "het uur
van de revolutionaire actie is aangebroken!"
De aanslag op Englebin leidde dezelfde dag en nacht tot de zwaarste en meest brutale vergeldingsactie door de Rexmilities
tijdens de Tweede Wereldoorlog: de massacre op 27 onschuldige burgers te Courcelles! Hoeveel slachtoffers de DSi en de Brigades
maakten blijft moeilijk te achterhalen. Het totaal arrestaties dat de DSI uitvoerde in de loop van 1943 en 1944 wordt op ongeveer
1.500 geschat.