|
|
|
In de Rue des Flamands. Het schamele epos van Vlaamse emigranten in Wallonië (Guido Fonteyn) |
|
|
|
|
Saturday 03 March 2007 |
 |
Titel In de Rue des Flamands. Het schamele epos van Vlaamse emigranten in Wallonië
Auteur Guido Fonteyn
Uitgeverij © Uitgeverij SCOOP, Groot-Bijgaarden; 1997; 89 bladzijden; b-p
ISBN 90 5312 082 3
|
Synopsis
Migratie is een verschijnsel van alle tijden, en alle landen. Vlaanderen staat echter onwennig tegenover migranten,
omdat Vlaanderen nog niet zo lang een immigratieland is. Integendeel, Vlaanderen was zeer lang een emigratieland. Vanuit het miserabele
Vlaanderen van de negentiende eeuw is een onbekend aantal Vlamingen naar Wallonië geëmigreerd. Daar werden 'les Flaminds'
slecht ontvangen en groepen van deze ontwortelde Vlamingen hebben er zich onbehoorlijk gedragen. 'Le Flaminds' is een scheldnaam.

Het heeft generaties geduurd voor de integratie van deze Vlamingen in de Waalse maatschappij kon slagen. Vandaag dragen eminente
Waalse politici de namen van hun Vlaamse voorouders: Onckelinx, Spitaels en de vermoorde André Cools. Maar het schamele epos
van de Vlaamse emigranten is geheel uit het collectieve geheugen van Vlamingen en Walen gewist. Niemand is daar trots op.
In de Rue des Flamands is het verhaal van 'Les Flaminds'niet om de Waalse maatschappij een schuldgevoel te bezorgen, maar uit belangstelling
voor het integratieproces. Ter illustratie van dit proces worden ook feiten opgenomen over emigratie van Italianen naar Wallonië.
Guido Fonteyn (Evere, 1946) is journalist bij De Standaard, waar hij afwisselend in Namen en Brussel werkt. Hij specialiseert
in de berichtgeving over anderen: Franstaligen, Walen vooral. Van zijn hand verschenen o.a. De Walen,
Voeren (Een heel Happart verhaal), Wallonië, De Drie Guy's en Afscheid van Magritte. Over het oude en nieuwe Wallonië (2004).
Guido Fonteyn: "Enerzijds onderzoek ik waar Vlaanderen naartoe evolueert met behulp van het Waalse verleden. Zo zou je de
toekomst in Vlaanderen somber tegemoet kunnen zien, ondermeer door de tanende automobielindustrie. Wallonië dacht enkele
jaren geleden ook dat ze over onuitputtelijke rijkdommen beschikte met hun steenkool- en staalindustrie. De instortende
markten hadden echter nefaste gevolgen voor de economie. In Vlaanderen kan men lessen trekken uit de evolutie in Wallonië.
Niet enkel op vlak van economie, maar ook qua immigratie. Een nieuwe immigratiegolf gaat steeds gepaard met problemen,
maar geleidelijk aan komt men tot een behoorlijke integratie. Ook in Vlaanderen zal deze evolutie zich voordoen, ondanks
het feit dat we hier met het nieuw fenomeen van politieke immigratie te maken hebben. In het verleden hadden we de
economische immigratie, maar sinds de val van de muur blijken de beschikbare arbeidsplaatsen niet langer de drijfveer.
De politieke tenoren spelen een belangrijke rol om tot een vlotte integratie te komen, waarbij zij zeker geen forum mogen
geven aan extreem-rechts"
De Vlaamse migranten in Wallonië door Jef Abbeel, april 1997
Migratie is een fenomeen van alle tijden en van alle landen. De drijfveer van massale migratie is en was altijd armoede.
Dat geldt ook voor Vlaanderen, dat tussen 1845 en 1960 honderdduizenden migranten zag vertrekken naar Canada, de VSA,
Frankrijk, maar vooral naar het nabije Wallonië.
Het industriebekken van Wallonië was in die periode een aantrekkingspool voor achtereenvolgens pachters uit de Ardennen,
Vlamingen, later Polen, Duitsers, Russen, Italianen (1922 en 1946 e.v.), Spanjaarden (1956), Grieken (1957), tenslotte
ook Marokkanen en Turken (1963 e.v.; p. 86-87). De naam "Wallonië" werd pas in 1845 gecreëerd door de Naamse dichter
Joseph Grandgagnage (p. 10). Een andere dichter, Joseph Mockel, gaf er nadien ook een politieke betekenis aan. Vanaf die
tijdspeelden uitgeweken Vlamingen er een rol en ze bleven dat doen tot nu toe.
Het is dan ook opvallend dat aan deze emigratie geen enkele grondige studie gewijd werd in Vlaanderen. We zijn beter
ingelicht over de Italianen, Marokkanen en Turken in Wallonië dan over onze eigen "grote trek". Langs Waalse kant werkt
men er wel aan: Michel Poulain (UCL) bestudeerde de familienamen; Yves Quariaux (UCL) werkt aan een historische studie
en zal ons dus vòòr zijn. Beiden verwijzen vol lof naar een reeks artikelen van Gaston Durnez in "De Standaard" van 20 oktober tot 21 november
1954: "Zo leven en werken de Vlaamse arbeiders in Wallonië". Durnez beschreef daarin ook de pendelaars, die dagelijks
of wekelijks naar Luik, La Louvière of Charleroi reisden. Bij die reeks van 43 jaar geleden is het dus gebleven.
Ook dit boekje van Guido FONTEYN(1) kunnen we bezwaarlijk een definitieve studie noemen. Het kan wel een historicus
inspireren om die taak op zich te nemen of een culturele organisatie of instantie om dit aan te moedigen, evt. d.m.v.
een prijs. De naam is ontleend aan een doodlopend steegje in Bellecourt, deelgemeente van La Hestre bij La Louvière
(p. 19). Destijds woonden er veel Vlamingen. Hij had wel meer keuzemogelijkheden: "Quartier des Flamands" is een bijnaam
van de wijk Bas-Hocquet in La Louvière (20), "Le carré des Flamands" is een vierkantige woonbuurt in de mijncité
Bois-du-Luc (25).
Fonteyn dateert het begin van de grote trek in de desastreuze jaren 1840 - 1850: graan- enaardappeloogsten mislukten,
in 1847 kwam er tyfus bij, in 1848 cholera. "Le mal flamand" was toen zelfs een medische term: sterven aan ondervoeding
en uitputting. Het had evenzeer de Ierse ziekte kunnen heten. Die Vlaamse ziekte vertraagde ook de start van de Vlaamse
Beweging: deze stervende paupers vochten om te overleven, niet om een universiteit te vernederlandsen. Datzelfde Vlaanderen
had in de 18° eeuw nochtans een zekere welvaart gekend. Maar door de industrialisering en mechanisering van de
textielnijverheid, stortte de traditionele huisweverij in elkaar. En door ziektes mislukten de aardappelteelt en de
korenoogsten, waardoor de landbouw, de tweede pijler van de (relatieve) welvaart, in elkaar zakte.
De gevolgen waren rampzalig: bedelarij, criminaliteit, een langdurige periode van ondervoeding. Tot op het einde van de
19° eeuw waren de Vlaamse lotelingen ( lelijker en) kleiner dan de Waalse (p. 17). Aan Franstalige kant werden de Vlaamse
miserie en de achterlijkheid toegeschreven aan de taal of beter gezegd: aan de onverstaanbare dialecten. Verfransing zou
de ellende doen verdwijnen (17). De Vlamingen kregen ook een heel arsenaal ongunstige epitheta opgeplakt: messentrekkers,
jeneverdrinkers, vrouwenverleiders en nog wat ergere.
Terug ad rem. De migratiestroom begon dus 150 jaar geleden. Over het aantal zijn helaas geen precieze cijfers bekend.
Men weet b.v. wel dat de bevolking van Henegouwen in de vorige eeuw steeg van 472.000 naar 1.134.000 en die van Luik
van 293.000 naar 843.000 (p. 21). Maar niemand weet hoeveel Vlamingen in die statistieken zitten. In 1987 beweerde de
Vereniging van Vlamingen in Wallonië dat er toen "750.000" Vlamingen woonden, maar dat cijfer heeft geen wetenschappelijke
waarde en de vereniging ("Band") bestaat sinds enkele jaren helaas niet meer: Wallonië duldde geen Vlaamse kolonie binnen
zijn grenzen en Vlaanderen voelde aan dat men geen Vlaamse vereniging in Wallonië kon blijven steunen. Laten we hopen dat
het omgekeerde in de Vlaamse rand rond Brussel of in Voeren ook niet gebeurt.
Over de Vlaamse boeren heeft de Boerenbond meer gegevens, maar ook geen complete. De meesten weken trouwens een eeuw
later uit: vooral tussen 1946 en 1956 (en ook tot vandaag, gezien de veel godkopere grond en andere faciliteiten,
n.v.d.r.). De reden waarom we niet beschikken over precieze statistieken, is eenvoudig: de Belgische staat hield haar
tellingen vòòr 1980 niet per gewest. Bij gebrek aan cijfers, concentreert Fonteyn zijn onderzoek dan op het grondwerk van
de eerste Vlaamse immigranten, hun kwalijke reputatie, de liedjes en toneelstukjes die over hen bestonden. Het relaas van
die kwalijke reputatie vertoont veel gelijkenissen met het proza dat je in het recente verleden kon lezen over huidige
migranten: ze waren vuil, dom, wild, vechtlustig, misdadig, enkel geschikt voor minderwaardig en onderbetaald werk:
vegen, sjouwen, spitten. Steenkolen hakken, leiding geven en bovengronds werken was voor de Walen.
De anti-Vlaamse theaterstukken ontstonden vooral na 1885, wellicht ook al als reactie op de Vlaamse Beweging: Wallonië
verzette zich heftig en massaal tegen de gelijkwaardigheid van het Nederlands en zeker tegen een veralgemening van de
tweetaligheid in heel België ( 35). Maar niet alleen Walen schreven zo: Stijn Streuvels, Pater Stracke, Ernest Claes
en zovele anderen toonden zich oprecht bekommerd om de slechte naam van hun volksgenoten ( 49, 12). Fonteyn overloopt
ook de inspanningen die vanuit Vlaanderen geleverd werden om hun emigranten katholiek en Vlaams te houden (39 e.v.):
verenigingen werden opgericht, aalmoezeniers uitgezonden; Lodewijk de Raet pleitte vruchteloos om de bestaansmiddelen
in Vlaanderen zelf te vergroten, zodat er minder Vlaamse volkskracht verloren zou gaan. Gaston Durnez begeleidde duizenden
"Walenwerkers" op de houten "beestentreinen", "beestentrams" of bussen naar hun werkplek. Zelfs in zijn tijd was de
droom van De Raet nog niet vervuld. De pendel was wel omvangrijker geworden dan de definitieve vestiging: 90 % keerde
dagelijks terug naar huis. Een enkel reis kon toen nog 4 tot 6 uur duren (p. 45). Durnez beschrijft ook de schandalige
logementen van diegenen die maar om de week naar huis kwamen: de werkelijkheid overtreft de verbeelding.
Na zijn relaas over de Vlamingen, komt de Italiaanse immigratie aan de orde (65 - 88). Hij trekt frappante parallellen
tussen beide migratiegolven: hoewel er bijna een eeuw verlopen was, herhaalden zich dezelfde fenomenen: minachting,
slechte behuizing, uitbuiting, miserie, pogingen om de arbeiders katholiek te houden. De eerste golf van 39.507 (p. 70)
kwam hier al aangespoeld tussen 1922 en 1939, de tweede arriveerde tussen 1946 en 1956: in 1946 "ruilde men" 50.000
Italiaanse arbeiders tegen twee à drie miljoen ton Belgische steenkolen (p. 76). Treinen brachten hen van Milaan naar
Namen. Ook de staalindustrie werd bevoorraad. Eigenlijk waren er al enkele voorlopers: al in de vorige eeuw leefden (of
overleefden) Italiaanse armoedzaaiers in de Marollen: straatzangers, orgeldraaiers, ijsverkopers. Maar zij hadden niet
als lokvogel gediend: men wist nauwelijks dat ze bestonden.
De tweede golf kreeg de meeste bekendheid: enerzijds omwille van de kleurrijke organisator van de kolenslag, Achille Van
Acker of "Asiel Sarbon", anderzijds ten gevolge van de verschrikkelijke ramp in Marcinelle (1956): bij de 263 doden waren
136 Italianen (en 36 Vlamingen, uit Betekom en omgeving). Gelukkig waren er ook Italianen die om andere redenen bekend
geraakten: Pino Cerami, Rocco Granata, Salvatore Adamo, Sandra Kim, Enzo Scifo, Elio di Rupo en helaas ook Gino Russo,
vader van Melissa, één van de slachtoffers van Dutroux.
België en Nederland, landen van eeuwenoude en hedendaagse volksverhuizingen
Lees ook deze boekbesprekingen op Verzet.org:
• Het Salon is Vol? (Jules Fernon)
• De nieuwe volksverhuizingen? Migraties in de wereld (Freddy de Pauw, Els de Temmerman e.a.)
• Het hemels vaderland. Hollanders in Siberië (Bart Rijs)
• Vluchten voor de Groote Oorlog. Belgen in Nederland 1914-1918 (redactie J.B.C. Kruishoop en M. Bossenbroek)
• Vluchten voor de oorlog. Belgische vluchtelingen 1914-1918 (Michaël Amara, Piet Chielens e.a.)
• Oostboeren, Zee-Germanen en Turfstekers (David Barnouw)
• Gouden Handel. De eerste Nederlanders overzee en wat zij daar haalden (Wim Wennekes)
• 1585. De Val van Antwerpen en de uittocht van Vlamingen en Brabanders (Gustaaf Asaert)
• In de Kaukasus. Dagboek van August Muls, een Antwerps mijnexploitant 1917-1918 (red. Johan Braet en Eddy Stols)
• Montagne Russe. Belevenissen van Belgen in Rusland (red. Eddy Stols en Emmanuel Waegemans)
• Belgische emigranten (Anne Morelli)
• Een kortstondige kolonie. Santo-Tomas de Guatemala (1843-1854) (Stefan van den Bossche)
• Landverhuizers. Antwerpen als kruispunt van komen en gaan (Lieven Saerens, Robert Vervoort e.a.)
• In de Rue des Flamands. Het schamele epos van Vlaamse emigranten in Wallonië (Guido Fonteyn)
• Nationalisme in België. Identiteiten in beweging 1780-2000 (Kas Deprez en Louis Vos)
• De grote mythen uit de geschiedenis van België, Vlaanderen en Wallonië (Anne Morelli)
• Geschiedenis van het eigen volk - De vreemdeling in België van de prehistorie tot nu (Anne Morelli)
• Ongewenste gasten - Joodse vluchtelingen en migranten in de dertiger jaren (Frank Caestecker)
• Vluchtelingenbeleid in de naoorlogse periode (Frank Caestecker)
• Waarom die Italianen (Fred Vanhinsberg)
• Wij gaan naar Amerika. Vlaamse landverhuizers naar de nieuwe wereld 1850-1930 (Dirk Musschoot)
• Potemkinse dorpen. Belgen in Rusland (red. Emmanuel Waegemans)
• Onze Kongo (Hilde Eynikel)
• Leopold II & Kongo - Het evenaarsdistrict en het kroondomein 1885-1908 (Daniel Vangroenweghe)
• Van Algebra tot Pyama. Arabieren in de Vlaamse Cultuur (red. Gunther Dauwen)
|
|
|
Laatst geupdate op ( Monday 14 April 2008 )
|
|
|