
Over de rol van de vrouwen tijdens de Eerste Wereldoorlog in België is tot hiertoe weinig geschreven. Denise de Weerdt heeft
vijfenzeventig jaar later de sluier opgelicht.
Het leek wel alsof de vrouwen gedurende vier jaar stil hopend en verlangens, daarna moedeloos hadden zitten wachten op
de terugkeer van hun mannen in hun leven. Dit stereotiepe beeld van de vrouw in oorlogstijd staat in scherp contrast met
de werkelijkheid.
De burgervrouw wordt actief in allerlei domeinen. In de hulpverlening, in de verpleging, maar ook in het verzet kan zij zich voluit
laten gaan. Verpleegsters belanden in 'Flanders Fiels', en schrijven nog jaren later de hartverscheurende taferelen en de walg
van zich af in romans en memoires. De arbeidsters van hun kant moeten gedwongen door de enorme werkloosheid weer naar huis. Worden
zij inactieve huisvrouwen? Ontelbare vrouwen meldden zich aan bij het verzet: inlichtingendiensten, ontsnappingslijnen, als
koeriersters of als geheime agenten.
Van hen werden helaas ook honderden Belgische en enkele Noord-Franse vrouwen werden opgepakt en veroordeeld waarvan een zestigtal de doodstraf kregen.
Naast
Edith Cavell (G-B) en
Gabrielle Petit (voor spionage) werden nog 9 andere vrouwen effectief
terechtgesteld op Belgisch grondgebied tijdens de bezetting door de Duitsers:
Louise Derache, Mathilde Desmet, Emilie Dhondt,
Elise Grandprez, Marie Preenen, Leonie Rammeloo en
Emilie Schatteman. Onder hen ook 2 Franse vrouwen:
Anne Bénazet en
Flore Lacroix.
Een aantal vrouwen, die eveneens de doodstraf hadden gekregen werd dankzij de tussenkomst van prominenten of om bepaalde redenen,
zoals hun jeugdige leeftijd, begenadigd. Het waren: Laure Acar, Jeanne en Marie Albert, Marie Amen echtgenote Wauters (NL),
Henriette Bernaerts, Lucie Billon echtgenote Collin (F), Marguerite Blanckaert, Jeanne de Beir, Jeanne de Belleville (F),
Louise de Bettignies (F), Martha De Munck, Raymonde Denoel, Madeleine Doutreligne, Nelly Gabriël, Romanie Kint, Emma Lamote, Maria Lince,
mevrouw Massart, Jeanne Merckx, Alphonsine Ramet, Emma Sabbe, Louise Thuliez (F), Hermine Vaneukem, Jeanne Wilryckx en
mevrouw Marcel Witvrouw.
Honderden andere vrouwen belanden voor clandestiene activiteiten in de Duitse gevangenissen; de voorlopers van de concentratiekampen.
Zij leren er de solidariteit van de samen beleefde ellende kennen.
In andere westerse landen krijgt de vrouw politieke rechten; zij mag actief deelnemen aan de wetgevende verkiezingen. In België
moet zij eerst 'school lopen' in de verkiezingen voor de gemeenteraad; ze loopt een achterstand van 40 jaar op tot pas nà de Tweede
Wereldoorlog -in 1948- het Algemeen Stemrecht voor zowel mannen als vrouwen van België uiteindelijk werkelijkheid wordt.
Denise De Weerdt verklaart in haar studie de schijnbare paradoxen van de vrouwengeschiedenis, tussen burgervrouw en arbeidster,
tussen vrouwen in een bezet gebied en in vrij land.
Aan de hand van een case-study over spionage, en van de rol van Koningin Elisabeth, toont zij aan hoe mythen ontstaan in oorlogstijd.
Haar eindconclusie luidt dat de oorlog de vrouw niet heeft bevrijd, maar ze bewuster heeft gemaakt van haar mogelijkheden.