headerbanner
Aanbevolen boeken en AV-media:
Jood zijn is een avontuur (André Gantman)
Rosenstrasse; Margarethe Von Trotta; 2003; 1 DVD; speelduur 135 minuten; kleur
Tuesday 07 October 2008
Home
Actueel
Het Waanzinnige Rijk
Hitlers Handlangers
Hitlers Gewillige Beulen
Vergeten vervolgden
Ware Helden
Collaboratie in België
Het verzet in België
NS docs / wetten
Varia
Boekenbank
Link Partners
Gastenboek
Auteur
Contact
Advertisement
Advertisement
Advertisement
Advertisement
Advertisement
Advertisement
Hoe Zuster Marie-Aurélie 14 joodse meisjes redde uit de klauwen van Dikke Jaak - Inleiding PDF Afdrukken E-mail
Sunday 11 March 2007
Artikel index
Inleiding
Zuster Marie-Aurélie van Saint-Sauveur
Icek Glogowski, alias Dikke Jaak
De redding van joodse kinderen te Anderlecht
Bronnen

 

 

 

Zuster Marie-Aurélie van Saint-Sauveur

De vier razzia's hebben voor de nodige afschrikking gezorgd onder de zowat 56.000 geregistreerde joden en de meesten van hen besluiten om onder te duiken. Geen eenvoudige zaak, want ook vele duizenden politieke gevangenen, verzetsleden en werkweigeraars moeten zich schuilhouden voor het nazigeweld. Toch zullen 56% van de joden van België de oorlog overleven. Een betrekkelijk hoog overlevingscijfer in vergelijking met de andere bezette landen in Europa. De hulp aan de bedreigde joden komt in september 1942 slechts moeizaam op gang. Ondanks de dreiging die was uitgegaan van de vier brutale razzia's leek dit het anti-Duitse verzet maar matig te stimuleren. Sabotage en moordaanslagen bleken gemakkelijker te organizeren dan de redding van de hele joodse gemeenschap. Bovendien was de opmars van het Duitse leger aan het Oostfront in die zomer van 1942 tot stilstand gebracht en meenden de meeste Belgen dat de oorlog hooguit nog een paar maanden zou duren en hielden zij zich maar liever gedeisd.

Kenmerkend voor die matige interesse en lakse houding van de Belgen (maar ook elders in Europa!) om te beletten dat de joden van België zouden worden gedeporteerd, is dat van de 28 Jodentransporten er maar één enkele keer een poging ondernomen om Joden te helpen ontsnappen. Het beruchte 20ste treinkonvooi werd op 19 april 1943 door drie jonge knapen, slechts gewapend met één revolver, een tang en een zaklantaarn, te Boortmeerbeek gestopt en bevrijdden aldus 17 joden. Gesterkt door dit incident, en het feit dat de trein nadien slechts langzaam zijn weg kon vervolgen, zullen nog eens een paar honderd Joden uit de trein springen. Voor zover bekend is dit ook het enige treinkonvooi met Joden dat tijdens de ganse oorlog in het Derde Rijk èn over àlle bezette gebieden, werd gestopt[!]

Toch verscheen al vrij vroeg in de clandestiene pers een oproep van het verzet, bij monde van de verzetsgroep het Onafhankelijkheidsfront waarin ook het Comitée Juif de Défence (Joods Verdedigingscomiteit) en de Gewapende Partizanen deel van uitmaakten, waarin het verzet industriëlen, huiseigenaars, hoteliers, renteniers of landbouwers aanporde om joodse koppels aan te werven in ruil voor kost en inwoning. In het begin echter waren de joden vooral op zichzelf aangewezen. Ze vroegen spontaan hulp aan buren, vrienden, klanten, concurrenten, collega's en studiegenoten. Zij wilden alvast de kinderen helpen. Er ontstond zelfs een echt circuit van gezinnen die tegen betaling[!] een joodse gast in huis wilden nemen.

De houding van de Kerk in België verschilde nauwelijks dvan die in de andere door de nazi's bezette Europese landen. Het hoofd van de Belgische katholieke kerk, kardinaal Van Roey had voor zichzelf, en dus ook voor de Belgische clerus, beslist om niet officieel te protesteren tegen de manier waarop de Joden van België door de Duitsers werden behandeld en dat om de volgende drie redenen. Eerstens, hadden de Duitsers beloofd om de Belgische Joden te sparen, iets wat later de zoveelste leugen bleek te zijn. Ten tweede gold de ervaring dat vroegere protesten met zaken uit het verleden, nooit enige invloed hebben gehad op de bezetter. Ten derde vreesde de kardinaal dat een officieel kerkelijk protest gevolgen zou kunnen hebben voor de Joodse kinderen die in katholieke instellingen verbleven. Kardinaal Van Roey verleende wel zijn morele steun aan de vele illegale daden en acties die kerkelijke leden ondernamen.

Van de hoogste kerkelijke top bleef een openlijke veroordeling van het nationaal-socialisme -helaas(!) achterwege. Kardinalen, bisschoppen, priesters, kloosterorden en andere actieve leden van de Rooms-katholieke Kerk bleef aldus verstoken van elk moreel gezag van bovenaf (zie ook Hitlers Paus) en bleven aldus aangewezen op hun eigen oordeel, empathie en de eigen beslissing om al dan niet actief deel te nemen aan het in bescherming nemen van de door het Derde Rijk ongewensten. Sommige katholieke geestelijken namen werkelijk deel aan de vervolging van de Joden, hitsten anderen op vanop hun kansel (zoals bv Priester Cyriel Verschaeve) en sommige geestelijken namen actief aan de jodenvervolging deel zoals bijvoorbeeld in het zeer rooms-katolieke Kroatië het geval was. Weer anderen lieten hun hart en hun verstand spreken.

Ook Maxime Steinberg stelt in zijn historisch onderzoek, dat de Kerk als instelling, zich niet heeft ingezet om op het hoogste niveau, en dat zonder medeweten van de bezetter, een actie op touw te zetten ten gunste van de joden. De kerkelijke instelling nam geen verantwoordelijkheid, organiseerde niets officieel en gaf geen instructies noch structuur aan de redding van de Joden. De dienaars van de Kerk kregen weliswaar vrijheid van handelen, maar de Kerk als instituut hield zich officieel afzijdig.

Ondanks het feit dat weinig geestelijken zich gesteund wisten vanuit de kerkelijke hiërarchie, zullen vele duizenden katholieken en geestelijken zich actief inzetten bij de redding van de joden en velen zullen hun inzet helaas ook met de dood bekopen. Een van de zovele Rooms-katholieke instellingen die enkel waarde hechtten aan hun eigen oordeel en voor zichzelf uitmaakten in hoeverre ze betrokken raakten bij de waanzin van deze oorlog en haar meest geviseerde groep -de Joodse gemeenschap van België-, was het convent van Saint-Sauveur te Anderlecht.

Het Klooster van de Heilige Zaligmaker, voluit Les Soeurs dur Très Saint-Sauveur, gelegen in de Clémenceaustraat te Anderlecht, werd bestuurd door Eugénie Leloup, bekend als Zuster-overste Zuster Marie-Aurélie. Deze non had nog in de Parijse achterbuurten haar geestelijke opleiding gekregen en gesterkt door die ervaring was ze duidelijk van nergens bang voor. Na de vierde afschuwelijke razzia van 11 september '42 had het klooster nog diezelfde maand 22 joodse kinderen opgevangen die de volgende negen maanden zonder veel problemen onder de hoede van Zuster Marie-Aurélie een veilig onderkomen hadden gevonden. In mei 1943 werden de zaak echter verklikt door Dikke Jaak, een Joodse[!] verklikker notabene, die voor de Sipo-SD opereerde...



Laatst geupdate op ( Sunday 18 March 2007 )
 
addtofav
Verzet.org maakt dankbaar gebruik van Joomla! en krijgt de technische ondersteuning van Antifa.net, Ahmad Al Kasim en VEDEZE van Blokwatch.
Ga naar top pijltje