headerbanner
Aanbevolen boeken en AV-media:
Astronoom van de Keizer. Ferdinand Verbiest en zijn Europese Sterrenkunde (Noël Golvers - Ulbricht)
Tussen hemel en hel / The Holocaust Experience; Joost Seelen en Oeke Hoogendijk; docu 2 DVD; 92 min
Monday 08 September 2008
Home
Actueel
Het Waanzinnige Rijk
Hitlers Handlangers
Hitlers Gewillige Beulen
Vergeten vervolgden
Ware Helden
Collaboratie in België
Het verzet in België
NS docs / wetten
Varia
Boekenbank
Link Partners
Gastenboek
Auteur
Contact
Advertisement
Advertisement
Advertisement
Advertisement
Advertisement
Advertisement
Hoe Zuster Marie-Aurélie 14 joodse meisjes redde uit de klauwen van Dikke Jaak - Inleiding PDF Afdrukken E-mail
Sunday 11 March 2007
Artikel index
Inleiding
Zuster Marie-Aurélie van Saint-Sauveur
Icek Glogowski, alias Dikke Jaak
De redding van joodse kinderen te Anderlecht
Bronnen

 

 

 

Icek Glogowski, alias Dikke Jaak

Icek Glogowski (º26 sep. 1899) was een geval apart. Het blijft tot op vandaag een raadsel waarom deze Poolse Jood als verklikker opereerde voor de nazi's. Glogowski, ook Jacques le Mouchard of Le gros Jacques (Dikke Jaak) genoemd, dankte zijn bijnamen aan zijn corpulente uiterlijk. Hij droeg steevast een te krap kostuum en op zijn brede schedel in de zomer een lichte hoed en in de winter een bruine. Dikke Jaak, afkomstig uit de wijk rondom het Noordstation, werkte als nachtportier aan vele bekende Brusselse nachtgelegenheden. Hij was met zijn gezin, op de vlucht voor vervolging in eigen land, voor de oorlog vanuit Polen naar België verhuisd.

Zijn drie kinderen, Elka, Simon en Léon werden samen met zijn echtgenote Eva Feldberg op 30 september 1942 opgesloten in de Dossinkazerne te Mechelen. Op 10 oktober '42 werd zijn gezin met het XIIde konvooi naar Auschwitz gedeporteerd om er nooit meer levend van terug te keren. Was dit misschien de reden dat hij zich als spion voor de nazi's voor deportatie had vrijgekocht? Of was het misschien omdat hij niet kon verdragen dat andere Joden ongemoeid bleven, terwijl zijn gezin verdwenen was?

Hoedanook, sindsdien werkte Dikke Jaak als spion en verklikker voor de Sipo-SD te Brussel, en was aldus de ruimschoots betaalde handlanger van Judenreferent Kurt Assche die door Eichmann belast was met de liquidering van de Joden van België. Dikke Jaak verkeerde meestal in het gezelschap van de SS-officier Otto Siegburg. Een andere 'collega' van Jaak is de SS'r Karl Noller met wie hij samen een appartement betrekt in de Vanderkinderestraat, niet ver van de Louisastraat, waar Kurt Assche zijn hoofdkantoor heeft. Elke middag begeeft Dikke Jaak zich naar de kantine van de Sipo-SD om er zijn onverzadigbare honger te lenigen. Dikwijls werd Dikke Jaak opgemerkt op de Brusselse terassen in het gezelschap van een andere beruchte verklikker, de elegant geklede Wit-Rus Pierre Romanovitch. Romanovitch had een lang strafblad van oplichting, deviezensmokkel en ongeoorloofde grensoverschrijding, strafbare feiten waardoor hij herhaaldelijk in de gevangenis van Sint Gillis belandde.

Het beruchte verraderstel zal honderden joden tegen betaling aan de Gestapo-afdeling uitleveren en als spion en klabak de deportatietreinen naar Auschwitz gestaag vullen met slachtoffers. Dikke Jaak had een fijne neus voor het opsporen van Joden. Elke morgen begaf Dikke Jaak zich naar het hoofdkwartier van de Gestapo op de Louisalaan 453. Korte tijd later verliet een donkere limousine de toegangspoort van het gebouw, met Glogowksi op de achterbank.

Zo circuleerde hij de ganse dag doorheen de straten van Brussel, op zoek naar Joden die zich zonder Davidster op straat begaven en/of een andere identiteit hadden aangenomen. Nu en dan stopte de wagen en sprongen Dikke Jaak en zijn handlangers uit de wagen en snauwde naar de verdachten: "Ausweis bitte!". Als de de verdachte zich niet snel genoeg kon identificeren werd hij door Dikke Jaak en zijn compagnon ruw in de wagen geduwd en reed de limousine met gierende banden weer weg richting Louisalaan en kon Dikke Jaak zijn 'pakje' afleveren aan de Gestapo en zijn '30 zilverlingen' incasseren. 's Zondags ging hij dan al zijn centen geld vergokken op de paardenkoersen.

Zelfs als de geviseerde slachtoffers de beste papieren konden tonen en bewijzen dat ze Belg waren, toch konden ze Glogowski maar moeilijk verschalken. In de kelders van de Louisalaan 453 konden de mannelijke joden hun broek laten zakken en wanneer dan bleek dat ze joods waren begon de SS hen te slaan en slaan tot ze er bewusteloos bij neervielen. Zowel Glogowski als zijn superieur Kurt Assche waren dikwijls getuigen van de folteringen en namen er zelf ook regelmatig aan deel. Zij stonden erom bekend dat ze hun slachtoffers fouilleerden en beroofden van hun waardevolle bezittingen nog vooraleer al hun persoonsgegevens waren genoteerd.

Een ander getuigenis komt bijvoorbeeld van Hena Wasyng. Zij immigreerde samen met haar ouders in 1930 vanuit Polen naar België. In 1932 huwde ze met Unyl Tzwern, een handelaar in Lederwaren. Ze hadden twee kinderen, Bernard (°1934) en Maurice (°1939). Hena: "Mijn man werd op een dag in januari 1943 gearresteerd. Hij werd verraden door “le gros Jacques”, een joods collaborateur van de Gestapo te Brussel. Mijn man had geprobeerd te ontsnappen maar was neergeschoten door Gestapo-agenten. Ik heb hem terug gevonden in het Sint-Pietersziekenhuis toen hij al stervende was. Hij overleed kort daarna op 18 januari 1943."

Het duurde niet lang voor Dikke Jaak ook bekend en berucht werd bij het verzet dat prompt een aanslag beraamde om Jacob de verklikker uit de weg te ruimen. Zo verhaalt Jacob Gutfrajnd in zijn boek Partisans armés Juifs (Brussel 1991) hoe zijn verzetsgroep tevergeefs trachtte Dikke Jaak uit te schakelen: "De geschiedenis van onze moedige en onzelfzuchtige strijd, die zoveel slachtoffers heeft gekost, werd verduisterd door een vervloekte schaduw, die van de laaghartige Jacques. Volgens onze informatie ging hij elke zondag naar de paardenraces. Daar wilden we de aanslag plegen. Toen de toeschouwers de hippodroom uitstroomden, gingen drie mensen van ons bij de uitgang staan. Ze ontdekten Jacques en gingen op hem af. Degene die als eerste op de verrader mocht schieten bevond zich, gedekt door de twee anderen, vlak achter hem. Hij had zijn vinger al aan de trekker toen er iemand tussen ging staan. De spion maakte zich plotseling los uit de menigte en rende naar de tram, die net bij de halte aankwam."

Bij een andere gelegenheid haperde de revolver en Dikke Jaak schoot terug. Sindsdien werd hij elke ochtend met de auto door de Gestapo opgehaald aan zijn woning. Nog verschillende malen zal hij door het verzet worden bedreigd en onder vuur komen, maar telkens kon hij ontsnappen. Honderden geloofsgenoten stuurde Icek Glogowski naar de kampen van de dood, zelfs kinderen spaarde hij niet. Altijd was hij op jodenjacht, maar soms ving hij bot. Zoals toen het geval was met de ondergedoken joodse kinderen in het nonnenklooster van Saint-Sauveur te Anderlecht...



Laatst geupdate op ( Sunday 18 March 2007 )
 
addtofav
Verzet.org maakt dankbaar gebruik van Joomla! en krijgt de technische ondersteuning van Antifa.net, Ahmad Al Kasim en VEDEZE van Blokwatch.
Ga naar top pijltje