Hergé is de auteur van de Kuifje-boeken. Zijn echte naam is
Georges Remi. Als je de initialen achterstevoren leest (RG)
en dit op zijn frans uitspreekt krijg je de naam Hergé. Georges Remi werd geboren op 22 mei 1907 in Brussel.
In 1929 publiceerde Hergé zijn eerste Kuifje-album:
Tintin au Pays des Soviets (Kuifje in het Land van de Sovjets) er zullen er nog 23 volgen. Het laatste album
Tintin et Les Picaros (Kuifje en de Picaros) verscheen in 1976. Hergé werkte lang aan
Tintin et l'Art Alpha (Kuifje en de Alfakunst) maar dat heeft hij nooit kunnen afmaken. Hij leed al jaren aan
leukemie en stierf op donderdag 3 maart 1983. Kuifje en de Alfakunst verscheen postuum in 1986.
Met Kuifje schiep Georges Remi, onder het pseudoniem Hergé, een van de beroemdste en geliefdste striphelden aller tijden. De
avonturen van deze jonge reporter waren vanaf het begin een doorslaand succes, dat naarmate de jaren vertreken en er meer
albums verschenen alleen maar groter werd. Maar het succes van Kuifje had ook een keerzijde: het bracht zijn bedenker niet alleen beroemdheid en rijkdom,
maar deed hem ook onder de eeuwige druk van het volgende album lijden.
Benoît Peeters, zelfs scenarist van stripverhalen, vertelt in deze nieuwe biografie op meeslepende wijze hoe Hergé het van jongste medewerker
van weekblad Le Vingtième Siècle tot het hoofd van zijn eigen tekenstudio schopte.
Dreamworks, de filmstudio van
Steven Spielberg, filmmaker van ondermeer
Schindlers List, die al sinds 1983 onderhandelingen
voerde (toen nog rechtstreeks met Hergé) om de rechten te verwerven op de Kuifjereeks, besloot in 2007 om er een filmreeks van te maken onder de titel
'Tintin'. De eerste film van de Kuifje-trilogie zal door Peter Jackson gemaakt worden en niet door Steven Spielberg, zoals aanvankelijk werd aangekondigd,
wist de woordvoerder van de studios Hergé, Marcel Wilmet, op 21 augustus 2008 te melden aan La Dernière Heure.

Spielberg zal wel actief meewerken aan de opnames en ideeën aanbrengen voor het project. De film zal gebaseerd zijn op drie Kuifje-albums. De film moet
binnen twee jaar in de bioscoop te zien zijn, vermoedelijk in 2009 of 2010. Nick Rodwell, topman van Studio's Hergé en getrouwd met de weduwe van
de tekenaar van Kuifje, Fanny Vlamynck, inkleurster bij de studio's sinds 1952, onthulde dat de filmmaatschappij met de preproductie bezig is.
"Als deel één aanslaat, gaan we verder", zei hij. Welk deel als eerste wordt verfilmd, is vooralsnog onduidelijk.
Benieuwd in hoeverre Steven Spielberg bekend is met de donkere jaren van Hergé tijdens de Tweede Wereldoorlog en als hij dat al zou zijn, of hij dan
ook nog zo happig zou zijn om Kuifje te verfilmen... Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden de werkomstandigheden van de tekenaar volslagen gewijzigd. Hergé wordt
in 1939 gemobiliseerd en als instructeur in een Vlaamstalige infanterie-compagnie naar Turnhout, in het noorden van België, gestuurd. Hergé
blijft echter elke week twee platen van zijn nieuwe verhaal, “Kuifje en het zwarte goud" opsturen. Zij blijven in “le Petit Vingtieme"
verschijnen tot 9 mei 1940, de dag dat de publicatie van het verhaal wordt onderbroken door het binnendringen van Duitse troepen, waardoor er tevens
een eind komt aan het bestaan van ‘le Vingtième Siècle’.
België heeft zich overgegeven en koning Leopold III heeft iedereen opgeroepen het werk te hervatten. Na het aanbod van een van de assistenten van
Léon Degrelle om de officiële tekenaar van de rexistische beweging te worden, resoluut te hebben afgeslagen, zal Hergé Kuifje uiteindelijk
voortzetten bij het “gestolen" dagblad ‘Le Soir’. Door papierschaarste verkleint de Kuifje bijlage drastisch. Door de noodzaak
om het verhaal hierdoor anders te moeten indelen, verandert de verhaaltechniek van Hergé aanzienlijk. Aangezien het blad onder de Duitse censuur
viel moest Hergé hete onderwerpen vermijden. ‘De zwarte rotsen’ en ‘Kuifje in Amerika’ kregen een verschijningsverbod
opgelegd omdat er Engelsen en Amerikanen in voorkwamen.