In 1979 werden enkele SS'rs geinterviewd door de journalist Ebbo Demant voor de Duitse TV-zender Südwestfunk uit Baden-Baden
en die later in gedrukte vorm werden uitgebracht onder de titel 'Direkt von der Rampe weg'. Die interviews werden life voor de camera gebracht door 3 SS'rs die na hun veroordeling
tijdens het Auschwitz Proces van 1963-1965 al veertien jaar achter de tralies zaten en ongedwongen terugblikten op hun tijd in de kampen.
Hoezo 'gefolterd'? Hoezo onder dwang afgenomen bekentenissen? SS'rs Joseph Erber, Joseph Klehr en
Oswald Kaduk stonden gewillig de Duitse media te woord. Ze hadden na veertien jaar opsluiting totaal niets meer te verliezen of te winnen.
Een onthullend document dat je hier kan terugvinden.
Eén van de beruchtste SS-bewakers in Auschwitz was de SS'r Joseph Erber (1897-1980?). Geboren in 1897 in het Sudetengebied
(Tsjecho-Slowakije) had Erber enkel lagere school gelopen en werkte nadien in een spinnerij. In 1915 deed hij dienst als soldaat
in het Duitse keizerlijke leger en streed in Rusland en Italië. Na de oorlog nam hij zijn oude stiel weer op, werkte nog een tijd als
stoker en plaatwerker en vervulde zijn militaire dienst inhet Tsjechische Leger.
In 1936 werd Erber lid van de Sudetendeutsche Partei waardoor hij in 1939 automatisch lid werd van de NSDAP wanneer het Sudetengebied
werd geannexeerd bij het Derde Rijk. Hij treed in datzelfde jaar toe tot de SS. Een jaar later bevind hij zich in een Totenkopfeinheit te Berlijn.
Eind oktober begin november 1940 werd Erber naar Auschwitz gezonden waar hij aan de slag blijft tot aan de ontruiming van het kamp in
januari 1945.
In september 1942 werd Erber hoofd van de opname-afdeling voor vrouwen in Birkenau (Auschwitz II) en werd ondermeer belast
met de selectie in het vrouwenkamp. In februari 1944 werd hij tot SS-Oberscharführer bevorderd en kort nadien
onderscheiden met het Kruis van Verdienste Tweede Klasse. Op het Auschwitz Proces werd hij schuldig bevonden aan
gemeenschappelijke moord in zeventig gevallen, d.w.z. dat wat bewezen kon worden... Hierna volgt een stukje uit het interview
met SS-Oberscharführer Joseph Erber.
Ebbo Demant in gesprek met Joseph Erber in 1979 over selecties, gaskamers, crematoria en ontkenners:
"Ze gingen onmiddellijk van het perron de gaskamer in?"
Joseph Erber: "Rechtsreeks vanaf de Rampe, ja. Ze werden eerst nog een keer geteld, want Berlijn verlangde van ons, dat ze exact
geteld werden. Alle details moesten we doorgeven.[..] Als ze geselecteerd waren stonden er dus twee groepen mensen op de
'Rampe'. Aa de ene kant de gevangenen, van wie we aannamen dat ze nog konden werken, aan de andere kant... Het waren dus drie groepen:
de vrouwen die nog konden werken, dan de mannen, die dat nog konden en dan ten derde de groep, die naar het crematorium moest. [..]
"
"Lagen die gaskamers naast de crematoria, of vormden ze een onderdeel
van het crematorium? Hoe zat dat in elkaar?"
Joseph Erber: Er waren vier crematoria. In Birkenau, tenminste. Daar heb ik het over.
[..] Die konden drieduizend man verwerken." [Es waren vier Krematorien. Also in Birkenau, von Birkenau spreche ich. […] Die hatten
ein Fassungsvermögen von dreitausend Leuten.]
"Wat heeft men met de lijken gedaan?"
Joseph Erber: "In het begin werden ze begraven. De mensen die vergast waren tenminste. Maar toen
ging al dat gas werken en de hele zaak kwam omhoog... Toen hebben ze ze weer uitgegraven en allemaal verbrand. Daarvoor waren dan die crematoria.
Die zijn in 1943 in bedrijf genomen. Vier stuks.
"Meneer Erber, er zijn mensen, en het worden er de laatste tijd meer, die zeggen
dat er in Auschwitz nooit mensen zijn vergast. Wat is uw commentaar daarop?"
Joseph Erber: "Daarop kan ik dit zeggen: ik heb het boek
'Hexeneinmaleins einer Lüge' [uit 1970 door Emil Aretz, een veel gebruikt referentiepamflet voor en door
negationisten, nvdr] gelezen. Dat ging dan over die zes miljoen doden, waarover ze het altijd hebben.
En in dat boek las ik dan, dat er geen zogenaamde dodenfabrieken waren, enzovoorts, enzovoorts en geen crematoria. Nou, toen heb
ik de uitgever geschreven, nee, aan de boekhandel, die mij dat boek gestuurd had en ze gevraagd, of ze mij het adres wilden geven
van de schrijver. Na een tijdje kreeg ik een brief, dat de schrijver dood was. Ze wilden wel weten, waarom ik hem had willen
schrijven. Dat heb ik ze toen klip en klaar laten weten, aan de uitgever, dat het helemaal niet klopte, dat er wel degelijk
crematoria waren, en dat die pas, toen het kamp moest worden ontruimd,
of kort daarvoor, want in oktober 1944 moesten we ermee ophouden, dat toen die crematoria zijn afgebroken. Onderdelen ervan werden
in spoorwegwagons geladen, die moesten naar Mauthausen in Oostenrijk. Maar ik begrijp niet, want het is toch allemaal echt gebeurd,
waarom ze nu schrijven, dat het niet waar is. Daar begrijp ik niks van."
"Hebt u er een verklaring voor?"
Joseph Erber: "Of ze weten het écht niet, of ze proberen de mensen zand in de ogen te strooien. Maar wat er toen
gebeurd is, kun je nu toch niet ontkennen? Het is toch allemaal echt gebeurd? Ik was er toch zelf bij? Ik was daar!"