Deze uitgave kwam tot stand naar aanleiding van de tentoonstelling 'Slechts weinigen kwamen terug - Roma en Sinti
onder het Nationaal-Socialisme. Deze tentoonstelling werd ontworpen door een Roma-kollectief uit Keulen dat op zoek is gegaan
naar hun eigen geschiedenis en zo terechtgekomen is bij de waanzin van de rassenvervolging en de vernietiging van de Sinti- en Romagemeenschappen
in Europa.
Zie:
Rom e.v. Köln: Gemeinnütziger Verein für die Verständigung von Rom (Roma&Sinti) und Nicht-Rom
Konvooi Z door Paul DE KEULENAER. Bron:
Bulletin 2000

De deportatie van de zigeuners - ook wel Roma, Sinti of Manouches genaamd - is in de geschiedenis van de nazi-misdaden
lange tijd onderbelicht geweest. Dit veelkleurig, merendeels zwervend volk is inderdaad een volk zonder veel geschreven
geschiedenis. Vele onder hen konden lezen noch schrijven. Zij kwamen o.m. aan de kost als paardenkwekers, berentemmers,
smeden of muzikanten en zijn door de goegemeente altijd met een zekere argwaan bekeken geweest. Vooraleer de nazi’s in de
jaren 1942-’45 overgingen tot hun fysieke uitroeiing leefden de meeste van hen een soort pariabestaan aan de rand van de
maatschappij. Reeds vanaf 1935 hadden de rassenwetten in nazi-Duitsland joden en zigeuners op dezelfde voet geplaatst:
evenals de joden werden zij als een minderwaardig volk beschouwd. Hun uitroeiing werd vooraf gegaan door een
segregatiepolitiek die steeds verder werd doorgedreven. Nadat ze verplicht waren geweest zich in te schrijven in een soort
zigeunerregister kregen zij vanaf oktober 1939 een vaste verblijfplaats opgelegd. Vanaf mei 1940 kwam vanuit Duitsland dan
een eerste deportatie van zigeuners naar het bezette Polen op gang. Aan deze deportatie kwam een voorlopig einde in oktober
1940, maar de racistische wetten werden alsmaar driester: openbare ambten werden hen ontzegd, huwelijken tussen Duitsers
en zigeuners verboden, zigeunerkinderen werden uit de scholen gesloten. Vanaf maart 1941 werd er een aanvang genomen
met sterilisatie van zigeunervrouwen. Dit alles was slechts het voorspel voor de “definitieve” oplossing die aan het
zigeunerprobleem gegeven werd: vanaf februari 1943 kwam in alle landen van het bezette Europa de deportatie van zigeuners
naar Auschwitz-Birkenau op gang. Het aantal gedeporteerde zigeuners moet geschat worden op een 250.000 tot 500.000 al naar
gelang de gebruikte gegevens.
In het bezette België heeft het er enige tijd naar uitgezien dat er weinig belangstelling bestond voor het
“zigeunerprobleem”. Het was pas in december 1941 dat er een zigeunerkaart werd ingevoerd, waarbij aan de in België
verblijvende zigeuners een “voorlopige verblijfsvergunning” werd opgelegd. Deze eerste maatregelen bleven evenwel zonder
directe gevolgen: tot 1943 konden de zigeuners hun activiteiten verder zetten en zij bleven zich ook verplaatsen van de
ene standplaats naar de andere. De arrestatie van de eerste negen zigeuners in februari 1943, en hun opsluiting in de
gevangenis van Antwerpen, leek eerst een geïsoleerd feit te zijn. Het was pas in oktober 1943 dat er een massale aanhouding
van zigeuners op gang kwam. De eerste razzia in België moet gesitueerd worden op 22 oktober 1943 met de aanhouding van de
familie Karoli uit het Doornikse. Het scenario was telkenmale hetzelfde: in de vroege ochtend werden de woonwagens van de
zigeuners door de Feldgendarmerie omsingeld. Hele families werden zonder meer verplicht in vrachtwagens op te stappen.
Zo werden er in totaal 351 zigeuners naar de Mechelse Dossin-kazerne afgevoerd. Het merkwaardige is echter dat er na 1943
in het bezette België geen systematische of gekende deportatie van zigeuners meer heeft plaatsgevonden. Sommigen hebben
dus hun zwervend bestaan kunnen voortzetten ondanks het bezettingsregime.

Het lot van de joden in de Dossin-kazerne was erg, maar dat van de zigeuners was er ronduit erbarmelijk. Zij werden er
opgesloten in drie zalen aan het uiteinde van de binnenkoer en waren van alles en nog wat verstoken. Er waren zelfs geen
toiletvoorzieningen. De nazi-bewakers toonden geen genade: moeders van wie de kleine kinderen de matrassen hadden bevuild
kregen zweepslagen. Contact met andere gevangenen was uitgesloten. Onder de dreiging van machinegeweren konden ze twee
uren per dag rondwandelen op de binnenkoer. Op 15 januari 1944 werden alle in Mechelen verzamelde zigeuners samengebracht
in een speciaal Z-konvooi met bestemming Auschwitz-Birkenau. Onder de 351 gedeporteerden bevonden er zich 77 mannen,
99 vrouwen en 175 kinderen (99 jongens en 76 meisjes).
Hélene Beer, een joodse gedeporteerde, verhaalt
wat zij toen gezien heeft: "
Ça, c’étaient, venant pieds nus dans la boue, les femmes aux larges jupes bariolées balayant
la cour, les hommes aux serre-tête de soie, les enfants en croupe, tous en haillons; ça c’étaient les Tsiganes, enfermés
depuis un mois derrière des barreaux, tenus en respect par une mitraillette, dépouillés de leurs anneaux d’or et de leurs
violons, expédiés avec les Juifs. (…)."
Het Z-Konvooi van 15 januari 1944 is het enige zigeunertransport dat vanuit Mechelen naar Auschwitz-Birkenau is vertrokken.
Alle gedeporteerde zigeuners werden ondergebracht in de speciaal voor hen voorbehouden sectie B-IIe, het kamp van de
zigeunerfamilies te Birkenau. De leefomstandigheden waren ook hier bijzonder hard: modder tot aan de enkels, gebrek aan
voedsel, water en sanitaire installaties. Een tyfus-epidemie sloeg er genadeloos toe en aandoeningen, zoals het sinds de
Middeleeuwen verdwenen noma - een huidziekte die het gezicht van kinderen aanvrat – staken er terug de kop op. De
sterftecijfers waren er uitzonderlijk hoog. En dan waren er ook nog de selecties door Dr. Mengele, die de zigeunerkinderen
gebruikte voor zijn wreedaardige pseudo-wetenschappelijke experimenten. De nazi’s wisten uiteindelijk niet meer wat zij
met al deze gedeporteerden moesten aanvangen. Zo heeft Himmler, die als minister van binnenlandse zaken het brein was
achter de deportatie, reeds in juli 1943 besloten tot de liquidatie van het volledige zigeunerkamp van Birkenau. Op dat
moment zaten er zo’n 16.000 zigeuners opeengepakt. Vooraleer het zo ver zou komen werden de sterkste onder hen op
transport gezet naar Buchenwald, Flossenburg of Ravensbruck (vrouwen). De ontruiming van het zigeunerblok van Birkenau
zou uiteindelijk in de nacht van 2 op 3 augustus 1944 plaatsvinden: de overgebleven 2.897 zigeuners, voornamelijk
ouderlingen, zieken, vrouwen en kinderen, werden toen omgebracht in de gaskamers. Naar verluidt zouden zij nog heftige
weerstand hebben geboden. Een monument in de sectie B-IIe van het kamp herinnert aan deze gebeurtenis. Van de 351 vanuit
Mechelen gedeporteerde zigeuners hebben er slechts dertien hun deportatie overleefd.
Roma en Sinti werden ook in
Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog vervolgd door het nazi-regime. Vaak wordt een
vergelijking gemaakt met de vervolging van de Joden tijdens de Tweede Wereldoorlog. Sommige auteurs wijzen op de
verschillen tussen de vervolging van Joden aan de ene kant en Sinti en Roma aan de andere kant (Lewy 2000). Zo was de
vervolging van Roma en Sinti minder systematisch dan de vervolging van Joden. Over het aantal vermoorde Sinti en Roma
zijn alleen schattingen. In de literatuur, in de media en op het internet circuleren aantallen van 150.000 tot 1.000.000
slachtoffers. In Nederland werden op bevel van de Duitse bezetter bij een razzia op 16 mei 1944 in totaal 578 mannen,
vrouwen en kinderen aangehouden door Nederlandse politie en naar kamp Westerbork gedeporteerd. Aldaar merkten de Duitsers
dat het criterium Zigeuner te ruim was genomen. Zo waren er woonwagenbewoners bij. Zij werden op vrije voeten gesteld.
Net als mensen die in bezit waren van een nationaliteit van een neutraal land. De resterende groep werd op transport
gesteld naar Auschwitz-Birkenau waar de meesten van hen werden vergast. Slechts 30 personen overleefden de oorlog
(Lucassen 1990).