
De
Witte Brigade-Fidelio is wellicht de meest bekende verzetsgroep in België geweest. Zij was zeker niet de enige
ondergrondse verzetsbeweging tijdens de Tweede Wereldoorlog, maar van naam zeker de meest gekende. In de volksmond werden
de verzetsleden in't algemeen als '
De Witten' aangeduid, verwijzend naar de Witte Brigade. 'De Zwarten' dankten
hun bijnaam aan het zwarte uniform dat ondermeer de SS'rs maar vooral de leden van de collaborerende
Dietse Militie/Zwarte Brigade droegen, de paramilitaire stoottroepen van het VNV van Staf de Clercq en Co.
Op 23 juni 1940 richtte Marcel Louette (alias Fidelio) samen met zijn vriend Léon Boumans en zijn pleegdochter Maria
Michiels de Geuzengroep op. Die groepering telde vooral personeelsleden van de verschillende stadsdiensten, van het
onderwijs en het havenbedrijf. Eind 1940 was de beweging reeds in Antwerpen gestructureerd.
De belangrijkste activiteiten waren anti-Duitse propaganda, het aanleggen van lijsten van collaborateurs, de zogenaamde
zwarte lijsten, vaderlandslievende manifestaties op de Nationale Feestdag en op de herdenking van de wapenstilstand,
het vergaren van militaire inlichtingen over de Antwerpse haven en over een mogelijke Duitse invasie in Engeland.
Samenwerking met de inlichtingendiensten Luc en Bravery werd op punt gesteld, en mevrouw Van Nitzen zorgde voor de
verbindingen met de groep Zero, om de informatie naar Groot-Brittannië en de geallieerden over te brengen. De groep
hield zich ook bezig met hulp aan geallieerde piloten en Russische krijgsgevangenen.
Marcel Louette werd op 9 mei 1944 opgepakt en zwaar onderhanden genomen. Het werd een lange lijdensweg doorheen
de kampen. Marcel Louette verhaalde veel later over die verschrikkelijke dagen periode tijdens zijn opsluiting:
"Ze sloegen mij tot ik onkennelijk was. Ik werd naar het beruchte Gestapogebouw aan de Koningin Elisabethlaan gevoerd.
Daar werd ik 'ondervraagd'. Ik werd geslagen en gestampt met alles en nog wat, overal waar zij me maar raken konden.
Daarop trachtten ze mij tot spreken te dwingen door de fijngevoeligste delen van mijn lichaam met elektriciteit te
bewerken, wat hevige schokken, verschrikkelijke pijnen en verschillende brandwonden veroorzaakte. Dan werd ik naar
Breendonk gevoerd."

Op 10 juni 1944 werden alle gevangenen uit Breendonk naar de gevangenis van Sint Gillis gevoerd, want D-Day is op 6 juni
aangevangen, en de SS laat alle gevangenen centraliseren. Op 20 juli werd Marcel Louette opnieuw naar Breendonk
overgebracht en opnieuw gefolterd. Op 31 augustus 1944 werd het kamp ontruimd en werd hij naar Vught afgevoerd.
Van daar uit bereikte Louette op 8 september 1944 het concentratiekamp Sachsenhausen-Oraniënburg nabij Berlijn.
Marcel Louette Louette werd half lamgeslagen en was zo toegetakeld dat hij nog steeds niet kon bewegen. Zijn makkers
van de Witte Brigade die daar ook werden vastgehouden, onttrekken hem zoveel mogelijk aan de aandacht van de SS'rs
opdat ze hem niet zouden afmaken. Op 15 januari 1945 kon Louette voor het eerst met een stok gaan. Op 22 april '45
werd het kamp bevrijd voor de Russen. Louette blijft, ondanks zijn lamentabele gezondheid, nog drie maanden als
verpleger in de ziekenboeg (Revier) van het kamp werkzaam.
Einde juli 1945 komt Louette eindelijk terug aan in Antwerpen en herstelde slechts langzaam van de mishandelingen en
ontberingen. Hij werd een tijdje verplicht om bij vrienden te logeren want op zijn eigen huis was een V-bom ingeslagen.
Voor en tijdens de oorlog was Marcel Louette opvoeder in de gemeentelijke jongensschool aan de Keistraat te Antwerpen,
en na de oorlog werd hij directeur van diezelfde school. Louette bleef tot aan zijn dood in 1978 de symbolische leider
van het verzet. Fidelio geldt nog steeds als het voorbeeld van de verschillende anti-Duitse activiteiten die konden
uitgevoerd worden en van de hoge tol die de verzetsmensen hiervoor betaalden.
Ten tijde van de rechtzaak van de beul van Breendonk Richard De Bodt houdt hij op 14 september 1952 tijdens een grote
betoging een toespraak op de trappen van het justitiepaleis. De Bodt was bij verstek ter dood veroordeeld maar kon pas
op 9 juli 1951 gevat worden. Zijn doodstraf werd omgezet naar levenslang, en dat wekte grote beroering bij de overlevenden
van de kampen en het verzet. Louette bleef ook na de oorlog lage tijd actief in vele verenigingen. Zo was hij ondermeer
voorzitter van de Nationale Bond van Oud-gevangenen van Breendonk, lid van de raad van beheer van het Nationaal
Gedenkteken van Breendonk. Hij overleed in 1978 op 71-jarige leeftijd.
Na de bevrijding werd aan de Witte Brigade de naam Fidelio toegevoegd. Fidelio was de schuilnaam van haar stichter/leider
Marcel Louette (Antwerpen 24.02.1907-23.02.1978). Dit toevoegsel bleek nodig om zich te onderscheiden van hen die de naam op dat ogenblik
ge- en misbruikten. Vooral de zgn '
Operetteweerstanders', verzetsleden die pas de laatste
minuut voor het einde van WO II op de trein van het verzet waren gesprongen, hebben het heroïsche blazoen van het verzet
in het algemeen en van de Witte Brigade in het bijzonder, na de bevrijding zwaar besmeurd, ondermeer tijdens de
wilde straatrepressie van september 1944 en mei 1945.
Voor de geschiedenis van de Witte Brigade, lees ondermeer hier op Verzet.org:
Marcel Louette en zijn Witte Brigade-Fidelio