
In 1932 verscheen het boek '
I was a Spy' over de merkwaardige belevenissen van
Martha Cnockaert (1892-1966) als spionne
in het bezette Roeselare. In 1915 en 1916 werkte Martha als verpleegster inhet Klein Seminarie (toen Feldlazarett) en als
dienster in de herberg
In de Kroon. Ze ontmoette er veel Duitse militairen en kon zo geheime informatie bekomen die
ze doorspeelde aan de Britten. Anderhalf jaar lang zou ze hen inlichtingen verschaft hebben over munitie-opslagplaatsen, wapentransporten,
de eerste gasaanval bij Steenstrate enz.
Het boek met een voorwoord van
Winston Churchill[!] werd een bestseller zonder
weerga (18 drukken), verscheen ook in het Italiaans, Frans en Roemeens, en werd
zelfs verfilmd als
I was a Spy [1933] en
Lancer Spy [1937]. In Groot-Brittannië en ver daarbuiten
genoot Martha Cnockaert [
Marthe McKenna, nvdr] faam als een heuse oorlogsheldin.
Roger Quaghebeur brengt het levensverhaal van deze boeiende vrouw, die veel bekender in het buitenland was
dan in eigen land. Hij beschrijft Westrozebeke en Roeselare in 19114-1918 en situeert er Martha's spionageverhaal. Het is meteen ook
de eerste keer dat het boek '
I was a Spy' in het Nederlands verschijnt [!] (vanaf bladzijde 95 t/m 231).
Martha Mathilda Cnockaert [in de ganse wereld beter gekend als
Marthe McKenna, nvdr] werd op 28 oktober 1892 te Westrozebeke geboren als oudste van vijf
kinderen van Felix Cnockaert, landbouwer en Marie-Louise Vanoplinus, huisvrouw. De toekomst voor een
landbouwersdochter had in die tijd weinig verrassingen te bieden zodat ook voor Martha een weinig interessant leven
in het verschiet lag. De inval de Duitse legers in 1914 besliste daar echter anders over. Net als de meeste
Westrozebekenaren vluchtte de familie Cnockaert in januari 1915 weg van het operatiegebied ('de hel') naar het
in het etappegebied liggende Roeselare. Na eerst ondergebracht te zijn geweest in het grote huis van een bekende
plaatselijke kruidenier aan de rand van de stad, nemen ze in maart het nog steeds bestaande café De Kroon op de
Grote Markt over.
Ondertussen had Martha zich als vrijwilligster gemeld bij het plaatselijke Rode Kruishospitaal. Martha's tante,
werkzaam als Britse geheimagente voor de Intelligence Service, zag onmiddellijk interessante mogelijkheden in die
combinatie van waardin en verpleegster en kon haar nichtje overhalen om ook te spioneren. Anderhalf jaar lang kan
zij de Engelsen inlichtingen verschaffen over wapentransporten, munitie-opslagplaatsen, illegale telefoonverbindingen,
de eerste gasaanvallen bij Ieper, Zeppelinraids en te bombarderen massabijeenkomsten. Ze volbracht haar taak zelfs zo goed
dat ze in mei 1915 het IJzeren Kruis van Hertog Albrecht Von Würtemberg, bevelhebber van het IV° Duitse Leger, mocht
ontvangen.
In de val gelokt en door haar eigen onoplettendheid ontmaskerd wanneer ze haar horloge op de plaats van een van
haar spionagedaden vergat, wordt ze in november 1916 in de Roeselaarse gevangenis opgesloten in afwachting van
haar proces. In de Gentse gevangenis hoort ze in februari 1917 de Duitse Krijgsraad de doodstraf uitspreken.
Haar verdiensten die leidden tot het IJzeren Kruis en de getuigenissen van Duitse artsen uit haar Roeselaarse
periode over haar toewijding als verpleegster overtuigden de rechters om haar doodstraf om te zetten in levenslang.
De bevrijding van Gent in 1918 brengt haar weer op vrije voeten. Bron:
Vlaamse detectives
Na de oorlog trok Martha naar Antwerpen. Daar ontmoette ze
John McKenna, een legerkapitein bij het Britse
Expeditieleger (de British Expeditionary Forces). Ze huwden in Antwerpen op 22 oktober 1921 en kregen samen vier kinderen.
Bij het begin van de Tweede Wereldoorlog vlucht het gezin naar Engeland waar ze blijven tot aan het einde van de oorlog. Op
20 juli 1945 keert het gezin terug naar Westrozebeke. Intussen leert John een andere vrouw kennen, Agnes Hoet. Het echtpaar
gaat uit elkaar en in 1951 trekken John en zijn nieuwe vrouw terug naar Engeland, Martha blijft alleen achter. John McKenna
overleed op 7 april 1961. Martha Cnockaert overleed in alle anonimiteit in Roeselare op 8 januari 1966.