
Toen het Duitse leger in 1940 België overrompelde, dachten velen dat hiermee het laatste woord gezegd was. Zo niet
Nic Bal (1906-2001). Een jeugd in de rode Vilvoordse
Far West, een journalistieke entree in de Brusselse
Le Peuple en een leidersrol in de
Arbeidersjeugdcentrale hadden hem tegen dat defaitisme gewapend.
Hij bedankt ervoor naar het NIR [een vroege voorloper van de VRT, nvdr] terug te keren om er als radiojournalist
nazipropaganda uit te zoeken. "
Er was geen sprake van dat ik onder Duits toezicht voor de NIR zou blijven doorwerken.
Ik dacht er niet aan om mijn stem aan de Duitse propaganda te lenen. Ik was zeker niet de enige radiojournalist die
opstapte: alle socialisten op de redactie namen ontslag."
Na het verraad van de socialistische leiders
Hendrik De Man
(de Man van Het Plan) en
Edgard Delvo, die in oktober 1940 was opgenomen in de Raad van Leiding van het Vlaams Nationaal
Verbond (VNV ) van Staf De Clercq en begin 1942 voorzitter was geworden van de Unie van Hand- en Geestesarbeiders, [een
eengemaakte vakbond naar nationaal-socialistisch model, nvdr], bleven de Belgische socialisten totaal verweesd achter.
Het overgrote deel van de socialisten weigerde echter om De Man te volgen in de collaboratie en traden tot het ondergrondse
socialistische verzet. "
Ik werd nog meer gesterkt door de bokkensprongen van BWP-voorzitter Hendrik De Man.
Die ontbond eigenhandig de partij en riep de socialisten op om zich lijdzaam aan het Duitse gezag te onderwerpen. Daar
ik altijd een vurige aanhanger van De Man was geweest, stemde het me dan ook bijzonder bitter dat hij de goede zaak
verraden had."
Nic Bal, die tot aan de bezetting radiojournalist was bij de NIR en onmiddellijk
ontslag nam bij de radio, bleef niet bij de pakken zitten en wordt weldra een spilfiguur van
het socialistisch verzet dat op tal van
manieren de Duitse oorlogsmachine probeert te ontregelen. Hij helpt een clandestiene pers uit de grond te stampen die de bevolking
moreel wapent tegen de bezetter en de collaboratie schandvlekt. Die bladen dragen beloftevolle namen als
Morgenrood en
Bevrijding: in dezelfde geest verliepen de debatten over de naoorlogse toekomst
waaraan Nic Bal als lid van het socialistische oorlogsbureau deelnam.

Intussen kende de meeste verzetsvoormannen een weinig benijdenswaardig ondergronds bestaan. Hun wankele wereld - met zowel
de risico's van de wegslepingen en executies als de onvergetelijke ervaringen van de solidariteit - komt in de memoires van Nic Bal weer tot leven.
Herman Balthazar in het voorwoord: "Een autobiografie als deze telt vele parels. Het is, zomaar, als goede vertelkunst, prettig om te lezen. Het is vooral als
document humain voor de geschiedenis belangrijk: voor de geschiedenis van de alledaagsheid, van de socialistische jeugd,
van het socialistisch verzet en natuurlijk van de openbare omroep. Elk van deze vier thema's wordt er aanzienlijk door
verrijkt."
Na de Bevrijding verkoos
Nic Bal een journalistieke carrière bij het N.I.R. boven een politieke. Op 31 oktober 1953 vonden
de eerste televisieuitzendingen plaats in België. De publieke omroep begon als het unitaire NIR-INR. Jan Boon stond aan
het hoofd van het Nationaal Instituut voor Radio-omroep tot 1960. Bert Leysen stond (eveneens tot '60) in voor de algemene
coördinatie van de televisieuitzendingen. In dat jaar veranderde de omroepwet de benaming in BRT
(Belgische Radio en Televisie). Paul Vandenbussche was administrateur-generaal van 1960 tot 1986. De televisie werd geleid
door Bert Janssens van '60 tot '72.
Op 1 januari 1971 gingen de eerste uitzendingen in kleur van start.
Nic Bal volgde in 1972 Bert Janssens op
en wordt de nieuwe programmadirecteur bij de BRT. In 1977 ging het tweede net, TV2, definitief
van start. In 1979 maakte een decreet van de BRT een Vlaamse culturele instelling. Nieuwsuitzendingen en programma's met
een informatief karakter moesten in een strenge geest van objectiviteit verlopen. Directeur-generaal televisie
Nic Bal ging eind 1980 met pensioen en werd in 1981 opgevolgd door Bert Hermans (1924-1999) die op zijn beurt
in 1989 op pensioen ging.