Nederland heeft na 1945 heel wat affaires gekend die hun oorsprong vonden in de Tweede Wereldoorlog. Zelden is er echter
een kwestie geweest die de gemoederen zo beheerste en Nederland zo diep raakte als het debat over de drie van Breda. Vanaf
hun berechting eind jaren veertig tot de vrijlating van de laatste twee in 1989, stonden zij in de publieke belangstelling.
Het onderzoek naar de drie van Breda die tot 1966 feitelijk met zijn vieren en vanaf 1979 met zijn tweeën waren, gaat over
de wisselwerking tussen politieke besluitvorming en maatschappelijk debat, over daders en slachtoffers en over een
verleden dat niet voorbij ging. Daarbij werden de begrippen 'goed' en 'fout' nieuw leven ingeblazen.
Piersma toont in dit boek aan dat de discussie over 'de drie van Breda' in toenemende mate ging over integriteit, waarin
de argumenten van tegenstanders van vrijlating werden gesteund door het nationale besef dat de Nederlandse bevolking
in de Tweede Wereldoorlog tekort was geschoten in de bescherming van de joodse landgenoten. Als gevolg hiervan werden
voorstanders van vrijlating steeds minder begrepen en deinsden ministers van Justitie terug hun bevoegdheid tot
gratieverlening te gebruiken.
De Vier van Breda (na 1966
Drie van Breda en na 1979 Twee van Breda) waren Duitse oorlogsmisdadigers die een levenslange
gevangenisstraf uitzaten. Ze zaten hun straf uit in de koepelgevangenis van Breda. Bron:
Wikipedia.nl
SD'r
Willy Paul Franz Lages (1901-1971)
Willy Lages was in de Tweede Wereldoorlog hoofd van de SD in Amsterdam, en vanaf 1941 gaf hij leiding aan de Zentralstelle
für jüdische Auswanderung (Centraal bureau voor Joodse emigratie). Hij was daarmee verantwoordelijk voor de deportatie
van joden uit Nederland naar concentratiekampen in Duitsland en Polen. Lages werd in Nederland veroordeeld tot levenslange
gevangensstraf, en werd in Breda geïnterneerd, tezamen met Joseph Kotälla, Ferdinand aus der Fünten en Franz Fischer.
Wegens ernstige ziekte werd hij in 1966 op initiatief van minister van justitie Ivo Samkalden "op humanitaire gronden"
vrijgelaten. Na medische behandeling in Duitsland leefde hij niettemin nog vijf jaar. Zijn vrijlating leidde tot grote
verontwaardiging van velen in Nederland.
UnterSchutzhaftlagerführer
Joseph Johann Kotälla (1908-1979)
Joseph Kotälla was tijdens de Tweede Wereldoorlog hoofd van de administratie in Kamp Amersfoort. Van beroep was Kotälla
vertegenwoordiger, en hij was meerdere keren opgenomen geweest voor psychische problemen. In september 1942 werd hij door
Schutzhaftlagerführer II Karl Peter Berg aangesteld in Amersfoort. Ook na zijn aanstelling in Amersfoort werd Kotälla
psychiatrisch behandeld. Vanaf december 1942 tot ca. april 1943 werd hij verpleegd in een instelling. Kotälla was
UnterSchutzhaftlagerführer in welke functie hij Berg verving als commandant bij diens afwezigheid. Kotälla is een van de
beruchtste kampbeulen van Amersfoort, en had als bijnaam de
Beul van Amersfoort. Hij had het voornamelijk
voorzien op joden en priesters. Kotälla maakte diverse keren deel uit van een vuurpeloton. In 1948 werd Kotälla ter dood
veroordeeld, welke straf later werd omgezet in levenslange gevangenisstraf. Hij werd in Breda opgesloten, en stierf in deze
gevangenis in 1979.

SS-Sturmbannführer
Franz Fischer (1901-1989)
In 1922/23 werd Fisher aangesteld bij de Kriminalpolizei in Bochum en werd in 1937 aangesteld bij de Gestapo te
Düsseldorf. In 1933 werd hij lid van de NSDAP, maar was volgens eigen zeggen niet politiek geïnteresseerd. In 1934 trouwde
hij. Op 28 mei 1940 werd hij geplaatst bij de Aussenstelle der Sicherheitspolizei und des SD in Utrecht, waar hij enkele
maanden werkzaam zou blijven. In november 1940 werd hij overgeplaatst naar Referat IV-B4 te Den Haag. Dit bureau hield
zich bezig met de deportatie van joden en opsporing van joodse onderduikers. Zijn directe chef was Regierungsrat
Willy Zöpf, maar deze liet de dagelijkse leiding over aan Fischer. Zijn fanatieke jacht op Joden leidde tot de bijnaam
"jodenfischer" (jodenvisser). Fischer werd door het Bijzonder Gerechtshof in Den Haag op 17 maart 1949 veroordeeld tot
levenslang (dat hij niet de doodstraf kreeg, lag ten grondslag aan het feit dat het hof van oordeel was dat hij een
sterke geldingsdrang bezat, gemis had aan schuldbesef en het uitgesproken antisemitisme, bijzonder psychische aspecten
waren, waarmee men rekening moest houden). De Bijzondere Raad van Cassatie veroordeelde hem echter op 12 juli 1950 alsnog
tot de doodstraf. De doodstraf werd echter nooit voltrokken en in 1951 kreeg hij gratie wat betekende dat de doodstraf
weer werd omgezet in levenslang. Fischer werd samen met Ferdinand aus der Fünten op 27 januari 1989 vrijgelaten. Hij
overleed op 19 september op 87 jarige leeftijd in het Sankt Josef Hospital in Bigge-Olsberg
SS-Hauptsturmführer
Ferdinand aus der Fünten (1909-1989)
Hij was tijdens de Tweede Wereldoorlog Hauptsturmführer (kapitein) bij de SS en was belast met de dagelijkse leiding
over de Zentralstelle für jüdische Auswanderung (Centraal bureau voor Joodse emigratie), en daarmee verantwoordelijk
voor de deportatie van Joden uit Nederland naar concentratiekampen in Duitsland en Polen. Aus der Fünten werd na de oorlog
veroordeeld tot de doodstraf, die later werd omgezet in levenslange gevangenisstraf. Hij werd vastgezet in Breda, tezamen
met Willy Lages, Joseph Kotälla en Franz Fischer. Aus der Fünten werd samen met Franz Fisher als laatste van de Vier van Breda
in 1989 vrijgelaten. Kort na zijn vrijlating overleed Aus der Fünten, op 19 april 1989.
Rond de drie overgebleven gevangenen (nadat Lages in 1966 was
vrijgelaten) was in 1972 een conflict tussen de toenmalige minister van Justitie, Dries van Agt en de Tweede kamer. Van Agt
had laten doorschemeren dat hij positief wilde reageren op een gratieverzoek van de drie van Breda. Uiteindelijk werd het
gratieverzoek afgewezen, na de motie Voogd. De vrijlating werd afgeblazen na een heftig Kamerdebat en vanwege zeer groot
en emotioneel verzet vanuit de samenleving, met name verenigingen van oorlogsslachtoffers.
In 1979 overleed Kotälla in de Bredase gevangenis. In 1989 werden de overgebleven twee vrijgelaten op instigatie van Frits
Korthals Altes. Minister Korthals Altes werd hierin gesteund door negentien prominente Nederlanders (waaronder enkele
voormalige tegenstanders van vrijlating), die een brief ondertekenden waarmee zij instemden met Korthals' voorstel.
Zowel Aus der Fünten als Fischer overleden kort na hun vrijlating.
De doodstraf is in Nederland voor het laatst uitgevoerd op 21 maart 1952. Die dag stonden er twee oorlogsmisdadigers
tegenover het vuurpeloton: de Duitser
Wilhelm Artur Albrecht en de Nederlander
Andries Pieters. Ze waren de laatsten van de 39 oorlogsmisdadigers (38 mannen en één vrouw) die na
de Tweede Wereldoorlog door de staat zijn geëxecuteerd. De doodstraf was al in 1870 afgeschaft, maar werd in 1945 opnieuw
ingevoerd voor de bestraffing van oorlogsmisdadigers. Tijdens de bezetting had de regering in ballingschap besloten dat
er na de bevrijding speciale maatregelen moesten komen voor de bestraffing van oorlogsmisdadigers en collaborateurs.
Er kwam een Bijzondere Rechtspraak én er kwam een bijzondere straf voor de allerzwaarste oorlogsmisdadigers: de doodstraf.
Extreem-rechts in Nederland
• Van Leningrad tot Berlijn. Nederlandse vrijwilligers in dienst van de Duitse Waffen-SS 1941-1945 (Perry Pierik)
• Voor Führer, volk en vaderland. De SS in Nederland (Sytze van der Zee)
• De herstellers. Lotgevallen van de Nederlandse fascisten (Wim Zaal)
• Fout na de oorlog. Fascistische en racistische organisaties in Nederland 1950-1990 (Jaap van Donselaar)
• Rost van Tonningen. Fout tot het bittere eind (David Barlouw)
• Mussert. Een politiek leven (Jan Meyers)
• De staat paraat? - De bestrijding van extreem-rechts in West-Europa (Jaap van Donselaar)
• De internationale van de haat (Rinke van den Brink)
• In de Greep van de Angst - De Europese sociaal democratie en het rechtspopulisme (Rinke van den Brink)
• De drie van Breda. Duitse oorlogsmisdadigers in Nederlandse gevangenschap, 1945-1989 (Hinke Piersma)
• Bezetting en collaboratie - Nederland tijdens de oorlogsjaren 1940-1945 (Hirschfeld)
• Ondergang - De vervolging en verdelging van het Nederlandse jodendom 1940-1945 (Jacques Presser)
• Arthur Seyss-Inquart - Het leven van een Duitse onderkoning in Nederland (Neuman)
• Katholieken & Fascisme in Nederland 1920-1940 (Dr. L.M.H. Joosten)
Kroniek van de Jodenvervolging in Nederland
Lees ook deze boekbesprekingen op Verzet.org (eigen collectie):
• Arthur Seyss-Inquart - Het leven een Duits onderkoning in Nederland (Neuman)
• De drie van Breda. Duitse oorlogsmisdadigers in Nederlandse gevangenschap, 1945-1989 (Hinke Piersma)
• Ooggetuigen van de Tweede Wereldoorlog (Conny Kristel)
• Roof. De ontvreemding van Joods bezit tijdens de Tweede Wereldoorlog (Gerard Aalders)
• Berooid. De beroofde Joden en het Nederlandse restitutiebeleid sinds 1945 (Gerard Aalders)
• Het Achterhuis. Het dagboek van Anne Frank
• De laatste zeven maanden. Vrouwen in het spoor van Anne Frank (Willy Lindwer)
• Settela (Aad Wagenaar)
• Onbekende Kinderen. De laatste trein uit Westerbork (Daphne Meijer)
• Krijgen zal ik je. Pijn en angst van een overlevende Jood (Karel Logher)
• Collaboratie en Verzet 1940 - 1945. Delen 1, 2 en 3 (Friedrich Weinreb)
• Het verstoorde leven. Dagboek van Etty Hillesum, 1941-1943 (Etty Hillesum)
• De tas van Eva. Een uniek dagboek van een Joodse heldin (Donald Speelman en Dick Schaap)
• Goethe in Dachau. Literatuur en werkelijkheid (Nico Rost)
• Boulevard des Misères. Het verhaal van doorgangskamp Westerbork (Jacob Boas)
• Concentratiekampen. Systeem en de praktijk in Nederland (C.J.F. Stuldreher en H.A.V.M. van Stekelenburg)
• Ondergang - De vervolging en verdelging van het Nederlandse jodendom 1940-1945 (Jacques Presser)
• Kroniek der Jodenvervolging 1940-1945 (Abel J. Herzberg)
• Studies over de Jodenvervolging (B. A. Sijes)
• Geschiedschrijving als opdracht. Abel Herzberg, Jacques Presser en Loe de Jong over de Jodenvervolging (Conny Kristel)
• Strepen aan de hemel (Gerhard L. Durlacher)
• Terugkeer. Antisemitisme in Nederland rond de bevrijding (Dienke Hondius)
• Na het kamp - Overlevenden en de strijd om herinnering (Jolande Withuis)
• U wordt door niemand verwacht. Nederlandse joden na kampen en onderduik (Michal Citroen)
• Om erger te voorkomen (Nanda van der Zee)
• Tegen beter weten in. Zelfbedrog en ontkenning in Nederlandse geschiedschrijving over Jodenvervolging (Ies Vuijsje)
• Na de ondergang. De herinnering aan de Jodenvervolging in Nederland 1945-1995 (Ido de Haan)
• Voorbij de verboden drempel - De Shoah in ons geschiedenisbeeld (H.W. von der Dunk)