De vervolging van de Joden maakte slachtoffers in iedere stad en ieder dorp. Iedereen die de jaren van de vervolging heeft meegemaakt kan ervan
getuigen. Ook degenen die daarna geboren zijn, kennen de verhalen en beelden van de vervolging van de Joden. De herinnering
aan de Jodenvervolging is sinds 1945 een centraal maar ook omstreden bestanddeel van de Nederlandse cultuur geworden.
In
Na de ondergang beschrijft Ido de Haan hoe die herinnering in het openbare leven vorm heeft gekregen. Hij laat zien
dat de overlevende Joden zelf weinig invloed hadden op de manier waarop hun lot herinnerd werd. DE vervolging had een kloof tussen Joden en niet-Joden
teweeg gebracht, die nauwelijks meer viel te overbruggen. Toch had de herinnering aan de Jodenvervolging na 1945 steeds een belangrijke plaats
in het publieke debat, omdat die herinnering werd gebruikt als wapen in de politieke strijd. Pas met de steun van de psychiatrie
kregen na 1970 de slachtoffers van de Jodenvervolging zelf meer gehoor. Sindsdien wordt de Jodenvervolging beschouwd als een nationaal
trauma, waarvan iedereen, niet alleen Joodse overlevenden, kan getuigen.
Ido de Haan is werkzaam aan de Universiteit van Amsterdam, waar hij onderzoek doet op het gebied van de politieke theorie en de Nederlandse geschiedenis. Van zijn hand verscheen eerder
Zelfbestuur en staatsbeheer. Het politieke debat over burgerschap en rechtsstaat in de twintigste eeuw
(Amsterdam 1993). Over de herinnering aan de Jodenvervolging schreef hij ondermeer in
Psychologie en Maatschappij
en in
Krisis, tijdschrift voor filosofie. De Haan is mede-oprichter en redacteur van Nieuwste Tijd.
Kwartaalschrift voor eigentijdse geschiedenis . Ido de Haan schrijft regelmatig voor dag- en weekbladen zoals
Vrij Nederland en NRC Handelsblad.
Boekbespreking door
Gie van den Berghe Bron:
Serendib: http://www.serendib.be/

De evolutie van de herinnering aan de jodenvervolging in Nederland sedert 1945 en haar invloed op de Nederlandse cultuur, dat is het bijzonder ambitieuze programma van Na de ondergang. Na een overzicht en analyse van de evolutie van de Nederlandse geschiedschrijving ter zake, worden belicht: de ‘joodse gemeenschap’ voor en na de oorlog; repressie en zuivering van collaborateurs; behandeling van vervolgingstrauma's; herdenkingsplaatsen en monumenten; historische en juridische getuigenissen van overlevenden (én ook in het algemeen, theoretisch); de ‘affaires’, zoals rond de vrijlating van oorlogsmisdadigers of de toekenning van uitkeringen. Als toetje, omdat de studie kadert in het onderzoeksproject Nederlandse Cultuur in Europese Context, volgt nog een vergelijking met de situatie in andere Europese landen. Na lezing van het resultaat van deze herculesarbeid blijkt dat de auteur te veel hooi op zijn vork genomen heeft.
Ido de Haan keert zich tegen de psychodynamische interpretatie van de publieke herinnering aan de jodenvervolging (trauma, verdringing, bewustwording), die volgens hem in Nederland overheerst. Hij stelt daartegenover dat de naoorlogse samenleving, de herinnering en de geschiedschrijving van het begin af aan en tot op heden bepaald worden door de scheiding die tijdens de oorlog tussen niet-joden en joden werd veroorzaakt. De psychodynamische interpretatie hangt samen met de enorme betekenis van de psychiatrie in de Nederlandse samenleving. Leed en onrecht werden pas publiek erkend nadat psychiaters gewezen hadden op het psychisch leed teweeggebracht door de vervolging. Dat in vele andere landen, waar de psychiatrie minder toonaangevend was, herinnering en geschiedschrijving toch een vergelijkbare evolutie hebben doorgemaakt, wordt niet verklaard.
De Haans nationaal interpretatiekader is te beperkt. De herinnering aan de jodenmoord in Europa ligt mede aan de basis van de joodse staat, de zionistische eindoplossing voor het ‘joodse probleem’ in Europa, voor anderen onderdeel van de verwerking van de judeocide. Het lot van Israël en politiek-militaire ontwikkelingen in het Midden-Oosten zijn dan ook van groot gewicht voor de collectieve herinnering aan deze Europese moord. Dat is De Haan niet onbekend, maar hij wil dit aspect buiten beschouwing laten. Daar is niets mis mee, zolang de perspectiefvernauwing niet uit het oog verloren wordt. Maar De Haan breidt zijn op onderzoek van deelaspecten gebaseerde conclusies tot het geheel uit. Dat in een studie over de Nederlandse herinnering aan de jodenvervolging zo weinig aandacht gaat naar internationale verschillen en invloeden, is verwonderlijk. Nederland had na de oorlog veel meer te begrijpen, te verwerken en zich te herinneren dan de meeste andere westerse landen. Mede daardoor weegt het aspect Israël nog zwaarder.
Het hoofdstuk waarin de herinnering in de rest van Europa wordt belicht, bevat nogal wat bedenkelijke interpretaties en onjuistheden. Dat in deze Europese context veel aandacht gaat naar Israël (en de VS), terwijl de auteur Israël buiten beschouwing wilde laten, zegt veel over de impact van gebeurtenissen en interpretaties in deze grote joodse gemeenschappen. Het Belgische onderzoek wordt onvolledig en deels fout weergegeven. De Haan insisteert er vooral op dat in België joden in de eerste plaats als vreemdelingen werden beschouwd, dat ‘hun dood niet als Belgisch probleem werd ervaren’. Dat is tot op zekere hoogte juist; joden die de Belgische nationaliteit bezaten, waren vóór, tijdens en na de oorlog beter af. De meeste joden verbleven nog niet lang in België en waren minder goed geïntegreerd dan in Nederland. Maar dat maakt de massale slachtoffering van Nederlandse joden nog schrijnender. Het lijkt wel een bevestiging van een ultra-zionistische stelling: assimilatie leidt tot antisemitisme, tot ondergang. Waarom laat De Haan onvermeld dat in België relatief meer joden werden gered dan in Nederland? En dat dat onder meer lag aan de houding van niet-joden? Is dat dan geen deel van de verklaring waarom in Nederland de dood van Nederlandse joden wél als een nationaal probleem ervaren wordt?
Het hoofdstuk over getuigenissen is onbevredigend. Er wordt kleinerend gedaan over de geschiedkundige waarde ervan, zonder dat stilgestaan wordt bij nieuwe methodes om egodocumenten te nutte te maken. De Haan richt de aandacht voornamelijk op juridische getuigenissen, afgelegd op de processen tegen Eichmann en tegen Demjanjuk (waarmee opnieuw het belang van Israël voor de Europese herinnering wordt onderstreept). De voorstelling van het Demjanjuk-proces en van de rol van getuige-deskundige Wagenaar daarin is meer dan betwistbaar.
Toch is dit overzicht een hele prestatie. Het boek bevat waardevolle informatie en belangwekkende theoretische beschouwingen. Die zijn echter zodanig verwikkeld in de eigenzinnige voorstelling van de auteur, dat zonder specialistische kennis feit en hypothese niet altijd uit elkaar te houden zijn.
Kroniek van de Jodenvervolging in Nederland
Lees ook deze boekbesprekingen op Verzet.org (eigen collectie):
• Arthur Seyss-Inquart - Het leven een Duits onderkoning in Nederland (Neuman)
• De drie van Breda. Duitse oorlogsmisdadigers in Nederlandse gevangenschap, 1945-1989 (Hinke Piersma)
• Ooggetuigen van de Tweede Wereldoorlog (Conny Kristel)
• Roof. De ontvreemding van Joods bezit tijdens de Tweede Wereldoorlog (Gerard Aalders)
• Berooid. De beroofde Joden en het Nederlandse restitutiebeleid sinds 1945 (Gerard Aalders)
• Het Achterhuis. Het dagboek van Anne Frank
• De laatste zeven maanden. Vrouwen in het spoor van Anne Frank (Willy Lindwer)
• Settela (Aad Wagenaar)
• Onbekende Kinderen. De laatste trein uit Westerbork (Daphne Meijer)
• Krijgen zal ik je. Pijn en angst van een overlevende Jood (Karel Logher)
• Collaboratie en Verzet 1940 - 1945. Delen 1, 2 en 3 (Friedrich Weinreb)
• Het verstoorde leven. Dagboek van Etty Hillesum, 1941-1943 (Etty Hillesum)
• De tas van Eva. Een uniek dagboek van een Joodse heldin (Donald Speelman en Dick Schaap)
• Goethe in Dachau. Literatuur en werkelijkheid (Nico Rost)
• Boulevard des Misères. Het verhaal van doorgangskamp Westerbork (Jacob Boas)
• Concentratiekampen. Systeem en de praktijk in Nederland (C.J.F. Stuldreher en H.A.V.M. van Stekelenburg)
• Ondergang - De vervolging en verdelging van het Nederlandse jodendom 1940-1945 (Jacques Presser)
• Kroniek der Jodenvervolging 1940-1945 (Abel J. Herzberg)
• Studies over de Jodenvervolging (B. A. Sijes)
• Geschiedschrijving als opdracht. Abel Herzberg, Jacques Presser en Loe de Jong over de Jodenvervolging (Conny Kristel)
• Strepen aan de hemel (Gerhard L. Durlacher)
• Terugkeer. Antisemitisme in Nederland rond de bevrijding (Dienke Hondius)
• Na het kamp - Overlevenden en de strijd om herinnering (Jolande Withuis)
• U wordt door niemand verwacht. Nederlandse joden na kampen en onderduik (Michal Citroen)
• Om erger te voorkomen (Nanda van der Zee)
• Tegen beter weten in. Zelfbedrog en ontkenning in Nederlandse geschiedschrijving over Jodenvervolging (Ies Vuijsje)
• Na de ondergang. De herinnering aan de Jodenvervolging in Nederland 1945-1995 (Ido de Haan)
• Voorbij de verboden drempel - De Shoah in ons geschiedenisbeeld (H.W. von der Dunk)