Synopsis
Een zucht van opluchting klonk door Vlaanderen na de
gemeenteraadsverkiezingen van 8 oktober. De opmars van
extreem-rechts bleek geen natuurwet te zijn, het cordon hield
stand en Vlaanderen bleef leefbaar.
Ook Karel De Gucht ziet in de verkiezingsuitslag een
belangrijke, meer dan symbolische overwinning voor de
democratie. Maar tezelfdertijd waarschuwt hij voor valse
hoop. Er is meer nodig dan goed bestuur en goede
communicatie om racisme terug te drijven. En de schaduw
van extreem-rechts reikt verder dan enkele gemeenteen
districtsraden. Veel verder zelfs dan de politieke arena.
Het populisme, dat politiek onmogelijk maakt, is doorgedrongen
in kringen en partijen die traditioneel niet in de extreemrechtse
hoek onder te brengen zijn. Het maatschappelijk
klimaat werkt de banalisering van extreem-rechts in de hand.
De komende maanden moet nog duidelijk worden of de
gemeenteraadsverkiezingen een trendbreuk vormden in de
Vlaamse politieke geschiedenis of niet meer dan een hapering
waren in het democratische afbraakproces dat intussen meer
dan 15 jaar aan de gang is.
Pluche is in de eerste plaats een aanklacht tegen het schuldig
verzuim van vele politici, journalisten en intellectuelen die de
democratische samenleving mee vorm zouden moeten geven.
Want een democratie die twijfelt aan de kracht van haar
overtuiging en een publieke opinie die de grenzen van het
toelaatbare laat vervagen bieden extreem-rechts een pluchen
zetel aan.
Recensie door Dirk Verhofstadt op Liberales: http://www.liberales.be
Op welke manier moeten we omgaan met extreemrechts? Het is een van de meest bediscussieerde thema’s in de Belgische politiek. De opmars van het Vlaams Belang lijkt wel onstuitbaar, al is de partij tijdens de recente gemeenteraadsverkiezingen op enkele cruciale plaatsen gestagneerd (zoals in Antwerpen) en zelfs achteruitgegaan (zoals in Gent). In de loop van de voorbije decennia werden al tal van remedies geprobeerd zoals het bewust negeren van de partij, het behandelen van het Vlaams Belang als een normale partij, tot een harde en kritische aanpak van de partij. De instelling van het cordon sanitaire was succesvol omdat het verhinderde dat de partij mee aan het bewind kwam, maar het stopte haar opmars niet. Extreemrechts blijft groeit. De laatste jaren lijken de meeste politici, intellectuelen en media zich te hebben neergelegd bij deze situatie. Of erger nog, ze lopen de stellingen van extreemrechts achterna in de hoop op die manier zelf kiezers, lezers of kijkers binnen te halen. Forse kritiek wordt evenwel vermeden en zelfs gecatalogeerd als ‘contraproductief’. Zij die zich nog met hand en tand blijven verzetten tegen het bruine gevaar zijn op één hand te tellen.
Een van hen is journalist en auteur Piet de Moor die in zijn boek Brieven aan mijn postbode, Will Tura en Peter Vandermeersch een fundamentele kritiek schreef op de manier waarop de media in Vlaanderen omgaan met de extreemrechtse partij. Hij toonde feilloos aan hoe de media in Vlaanderen medeplichtig zijn aan een duizelingwekkend proces van kwaliteitsverlies dat de hele samenleving ondermijnt. Zijn essay vormt dan ook een vlijmscherpe aanklacht tegen personen en tendensen uit de vermeende elite die bewust of onbewust het bed spreiden van het totalitarisme in Vlaanderen en in België. Hij verwijt hen een gebrek aan intellectuele, morele en artistieke kracht tegen de Gleichschaltung die nu al jaren de marketingstrategen in hun ban houden. Bang om in te gaan tegen één miljoen kiezers, die tegelijk consumenten, televisiekijkers en krantenlezers zijn. Maar evenzeer richt hij zich tot de andere politieke partijen die niet langer de confrontatie uit de weg mogen gaan, of die zich neerleggen bij het in hun ogen ‘onvermijdelijke’, maar een werkelijk tegenbeeld moeten presenteren. De democratische partijen moeten hun kiezers niet adviseren om hun mond te houden, maar meer dan ooit oproepen om in het verzet te gaan en op te komen voor waarden waarvoor vorige generaties zo hard gevochten hebben.
Eén van de weinige politici die dat ook altijd gedaan heeft, is Karel De Gucht. Hij schreef hierover het boek Pluche. Over de banalisering van extreemrechts. Het is een scherpe aanklacht tegen het schuldig verzuim van vele politici, journalisten en intellectuelen die de democratie mee vorm zouden moeten geven. Want een democratie die twijfelt aan de kracht van haar overtuiging en een publieke opinie die de grenzen van het toelaatbare laat vervagen bieden extreemrechts een pluche zetel aan. ‘De angst om de Vlaming te bruuskeren gaat geruisloos over in een vorm van intellectuele capitulatie’, aldus de auteur die hiermee repliceert op al wie hem de voorbije jaren aanraadde om niet al te fel de kiezers van het Vlaams Belang met de vinger te wijzen. Al in januari 2001 bestempelde hij de politici van het Vlaams Blok als ‘mestkevers’ en riep hij op om extreemrechts niet dood te zwijgen, maar te bekampen. Van die lijn zou hij later geen millimeter afwijken. Toen Hans Van Temsche in mei 2006 in Antwerpen twee mensen doodschoot en één zwaar verwondde, wees hij op de verantwoordelijkheid van de Belang-kiezers. Het leverde hem een lawine aan verwijten op en commentatoren raadden hem aan om te zwijgen. Het leek of racisme geen zaak was van de samenleving. ‘Mag ik vragen wie er dan wel verantwoordelijkheid voor draagt?’, zo vraagt De Gucht zich retorisch af. Hij blijft er ook nu bij dat ‘de kiezers van die partij heel goed weten waarvoor ze kiezen’.
‘Een spook waart door Europa, het spook van het populisme’, zo schrijft De Gucht en hij maakt meteen duidelijk dat dit niets te maken heeft met liberalisme. Interessant is zijn historische vergelijking met de opkomst van de immens populaire antisemiet Karl Lueger die in 1897 burgemeester werd van Wenen. Die schoof de verantwoordelijkheid voor alles wat verkeerd liep in de schoenen van de anderen: de joden, de rijken, de ongelovigen en de vreemdelingen. Het is hetzelfde discours van hedendaagse populisten die zich vandaag keren tegen de moslims, de Walen, de vreemdelingen en… de intellectuelen. Ronduit ontluisterend zijn de vele uitspraken die politici de voorbije jaren deden op de kap van de zogenaamde elite, de linkse kerk en de democratie. Populisten beweren dat zij de stem van het volk zijn, dat ze een quasi onfeilbaar gevoel hebben over wat ‘de mensen’ willen, waarbij ze als het ware spuwen op de democratisch verkozen politici en de politiek zelf. Daarbij spelen ze in op de angst en onzekerheid van de burgers en tonen ze zich de meest radicale verdedigers van het status-quo. De auteur toont ook feilloos aan hoe extreemrechts schaamteloos misbruik maakt van cijfers over misdaad en criminaliteit en hoe de pers daarin meespeelt. Waarna hij in één dodelijke zin met de vinger wijst naar de media die zich niet zozeer keren tegen een partij of ideologie, maar vaak tegen de politiek op zich.
We leven in tijden van onzekerheid, en dat is volgens de auteur de belangrijkste reden waarom mensen wegschuiven van het liberale wereldbeeld met haar boodschap van openheid, optimisme en drang tot vernieuwing en verandering. Mensen gaan schuil zoeken, maar, zo waarschuwt Karel De Gucht, ‘wie bereid is vrijheid in te leveren in de hoop daar veiligheid voor in de plaats te krijgen, verliest doorgaans beide’. En hij merkt scherp op dat liberaal denkende partijen zowel in Vlaanderen als in Nederland niet zozeer hun zetels zijn kwijtgespeeld, maar vooral hun zelfbewustzijn. Net daarom pleit Karel De Gucht voor politieke moed, leiderschap en vernieuwd zelfbewustzijn, ook en in het bijzonder ten aanzien van extreemrechts. ‘Zelfbewustzijn’ is inderdaad cruciaal. We moeten terug naar de kern van het liberaal gedachtegoed, naar de emancipatorische boodschap ervan, en naar de essentiële band tussen vrijheid en rechtvaardigheid die rechtgeaarde liberalen steeds hebben verdedigd. En, zoals de auteur keer op keer aangeeft, niet ‘zwijgen en twijfelen’.
Karel De Gucht houdt ook een indrukwekkend pleidooi voor ‘actief burgerschap’ omdat een samenleving maar houdbaar is als mensen bereid zijn om samen te leven en bereid zijn daarvoor een inspanning te leveren. In zijn vorige boek De toekomst is vrij had hij het reeds over die verantwoordelijkheid van de mens: ‘Er is nauwelijks een betere illustratie van verantwoordelijke vrijheid te vinden dan mensen die de handen in elkaar slaan om samen iets te doen.’ Het vloeit voort uit de kantiaanse gedachte Du Kannst Denn du Sollst. Maar tegelijk verdedigt de auteur het individualisme, het recht op zelfbeschikking van elke mens. Daarmee staat het liberalisme lijnrecht tegenover het populisme en extreemrechts dat zo verstrikt zit in het groepsdenken, en aanstuurt op een wij-zij denken. Waarna de auteur een ijzeren logica hanteert tegenover het extreemrechtse denken: ‘Vreemdeling zijn is geen daad, je bent het niet vrijwillig en er is niks moreel verkeerd mee. Vreemdelingenhaat zaaien is dat wel’. Dat laatste moeten liberalen voortdurend en openlijk aanklagen en bestrijden.
Intussen staan de liberale partijen in Vlaanderen en Nederland onder druk. Populisten en extreemrechts surfen immers met succes op de gevoelens van angst, onzekerheid en machteloosheid bij de burgers. Daarbij hanteren ze een bijzonder pessimistisch wereldbeeld. Daar mogen liberalen niet aan toegeven. Maar de auteur is optimistisch en gelooft dat liberalen deze storm zullen doorstaan. Net omdat ze een optimistisch wereldbeeld hanteren en aansluiten bij de menselijke drang naar zelfstandigheid.
Lees ook deze boekbesprekingen op Verzet.org:
|