Een nog jonge Primo Levi, kort na zijn bevrijding uit Monovitz, een bijkamp van KZ Auschwitz
Primo Levi in 1986: De eerste berichten over de vernietigingskampen begonnen de ronde te doen in het kritieke jaar 1942. Het waren vage berichten, maar hun strekking
was dezelfde: ze spraken van een moord op zo grote schaal, van zo 'n verregaande wreedheid en met zo 'n ingewikkeld warnet van beweegredenen, dat de mensen geneigd waren
ze niet te geloven omdat het te onvoorstelbaar was. Het is veelzeggend dat dat ongeloof al lang van tevoren was voorzien door de schuldigen zelf: veel overlevenden,
onder wie Simon Wiesenthal, in de laatste bladzijden van
Moordenaars onder ons, herinneren
zich dat de SS'rs er plezier in hadden hun gevangenen cynisch voor te houden:
"
Hoe deze oorlog ook afloopt, de oorlog tegen jullie hebben wij gewonnen; niemand van jullie zal overblijven om te getuigen, en ook al zou er iemand ontkomen, dan nog zal
de wereld hem niet geloven. Er zullen misschien twijfels zijn, discussies, naspeuringen van historici, maar er zal geen zekerheid zijn, omdat wij tegelijk met jullie de bewijzen
zullen vernietigen. En ook al zou er ergens een bewijs overblijven, en al zou iemand van jullie overleven, dan nog zullen de mensen zeggen dat de dingen die jullie vertellen
te monsterlijk zullen zijn om geloofd te kunnen worden; ze zullen zeggen dat het overdrijvingen zijn van de geallieerde propaganda; ze zullen ons geloven, die alles zullen ontkennen,
en jullie niet. De geschiedenis van de concentratiekampen zal door ons geschreven worden."
In 1943, na de tweedeling van Italië, met de koning en de geallieerden in het zuiden en Mussolini in het noorden, trok
Primo Levi als verzetsstrijder de bergen in, maar werd al na enkele maanden gepakt. Als jood werd hij
naar Auschwitz gedeporteerd, vanwaar hij als een van de weinigen terugkeerde. Onmiddellijk na de bevrijding schreef hij
aanvankelijk uit een chaotische, blinde drang, Is dit een mens, dat terecht wordt beschouwd als een van de klassieke
getuigenissen over de jodenvervolging.
Levi wil in dit boek niet alleen getuigen van wat 'in Auschwitz de mens van een mens heeft durven maken', hij heeft ook,
in elk spoor van menselijkheid dat hij daar ontmoette, de bevestiging van zijn eigen mens-zijn gezocht. Door het boek
heen spreken de enkelen die ook in Auschwitz mensen waren voor de tallozen die 'zonder naam en zonder gezicht, zonder
waardigheid en zonder hoop' zijn ondergegaan. Het is daarom geen beklemmend, maar een inspirerend boek.
"Zijn terugblik op Auschwitz en op zijn maandenlange odyssee naar de stad van zijn herkomst hebben mij gered van
fatale wanhoop." (G.L. Durlacher in
Vrij Nederland)
"Zelden heb ik zo indringend de kunst én de zin van het lezen gedemonstreerd gezien: lezen en schrijven als twee
zijden van een hopeloze strijd tegen het vergeten." (J.F. Vogelaar in
De Groene Amsterdammer)
Boekrecensie van
Alle Lansu in
Het Parool: http://www.parool.nl

Van sommige boeken wordt wel gezegd dat ze geschreven moesten worden. Als er één boek is waarvoor dat zeker geldt, dan is
dat Is dit een mens van de Italiaan Primo Levi (1919-1987). Eind januari 1945 werd Levi bevrijd uit Monowitz, het werkkamp
van IG Farben onder de rook van Auschwitz, waar hij een jaar gevangen had gezeten. Als chemicus behoorde hij tot de
categorie 'economisch bruikbare joden' en zo overleefde hij de laatste winter van de oorlog in een laboratorium van de
chemie-gigant.
Toen hij in oktober 1945, na een bizarre omzwerving door Oost-Europa (waar hij later verslag van deed in Het respijt),
terugkeerde bij zijn familie in Turijn, ging hij vrijwel onmiddellijk doen wat hij moest doen: de anderen zijn verhaal
vertellen.
Is dit een mens is het uit noodzaak geboren prozadebuut van Levi. Hij schreef het op zijn zesentwintigste,
zo realiseerde ik me voor het eerst bij het schrijven van dit stukje (een besef dat zijn boek er zo mogelijk nog
bewonderenswaardiger op maakt). Levi was toen al een gelouterd mens. In het voorwoord schrijft hij over dit boek:
"Het is niet geschreven om nieuwe beschuldigingen aan te voeren; eerder kan het als materiaal dienen om enkele
eigenschappen van de mens eens rustig te overdenken."
Een zesentwintigjarige is zojuist teruggekeerd uit de hel en beschouwt zijn ervaringen vooral als 'materiaal om enkele
eigenschappen van de mens eens rustig te overdenken'! Bij herlezing van
Is dit een mens word ik wederom getroffen
door de toon: ingetogen, verstild, zonder een spoor van pathos, zonder zelfmedelijden, haat of wraakzucht.
Maar de beelden staan kennelijk in zijn geheugen geëtst. Heel direct, in de tegenwoordige tijd, en huiveringwekkend exact
doet Levi verslag van de cynische mechanismen van het Lager die de gevangenen onverbiddelijk tegen elkaar uitspelen,
van de stelselmatige vernietiging van de mens als mens.
Maar
Is dit een mens is meer dan een beklemmende reconstructie van een pervers laboratorium. Het is ook een
onderzoek naar de menselijke overlevingsdrift. Wat dit boek vooral zo indrukwekkend en inspirerend maakt, is dat Levi in
deze mensonterende jungle voortdurend op zoek blijft naar restanten van menswaardigheid en menselijke verhoudingen.
Zoals in zijn vriendschap met de Italiaanse arbeider Lorenzo waarover hij schrijft: "Als het enige zin heeft om naar
de redenen te zoeken waarom juist mijn leven, onder duizenden net zulke levens, de proef heeft kunnen doorstaan, dan geloof
ik dat ik het aan Lorenzo dank dat ik nu in leven ben; niet zozeer om zijn materiële hulp als wel omdat hij me, met
zijn aanwezigheid en zijn natuurlijke, vanzelfsprekende goedheid, voortdurend deed voelen dat er nog een rechtschapen
wereld buiten de onze bestond, iemand en iets die zuiver en echt waren gebleven, niet verdorve en niet verruwd, vrij van
haat en angst; iets dat heel moeilijk te omschrijven was, een verre mogelijkheid van betere dingen, maar waarvoor het
de moeite waard was te blijven leven."
Ik vind dit nog altijd het ontroerendste citaat uit het boek. In die ontroering schuilt ook de inspiratie. Er zijn meer
indrukwekkende getuigenissen van kampervaringen in de literatuur, maar wat Is dit een mens tot zo'n uniek document maakt
is de onverzettelijkheid en het ondanks alles ongebroken geloof in de mens waar het van getuigt. En het wonder dat
Primo Levi het zo volkomen geserreerd heeft weten op te schrijven.