Wachten op de maan van mei is de tragische oorlogsgeschiedenis van de Waal
Albert Mélot en de Vlaming
Albert Wouters. Wanneer op 8 mei 1943 te Perpignan een jammerlijk einde
komt aan het verdienstelijke clandestiene werk van de jonge Gentenaar
Gaston Vandermeerssche
[lees hier
de film en
het boek over
Gastons War],
besluiten de twee Belgen hun diensten aan te bieden bij het Belgisch Leger in Engeland.
Geheel geïnspireerd door hun voorbeeld, de Engelse generaal Robert Baden-Powell, die zijn militaire ervaringen koppelde aan zijn belangstelling voor
de opvoeding van de jeugd, krijgen de gewezen
boy scouts een opleiding in de
Patriotic Schools van de
SOE (
Special Operations Executive), in 1940 opgericht door Winston Churchill.
In april 1944 wordt Mélot in Somme-Leuze geparachuteerd, drie weken vóór 'een nieuwe maan van mei', de eerstvolgende
gunstige periode waarin de
special duties uitgevoerd kunnen worden. Vanuit Harrington en bij nacht brengen
Amerikaanse
Carpetbaggers marconist Wouters naar België. Op 11 mei 1944 ontmoetten Mélot en Wouters elkaar als 'Martin' en 'Tiepin',
op de Gentse Nederkouter.
Net als hun voorgangers 'Jacqueline' en 'Wig' -via de Pyreneeën op de terugreis naar Engeland- heeft
hun loodzware opdracht één doel: ...
to raise hell from the enemy... Samen pogen ze overeind te blijven in een stad waar het zwarte
onkruid welig tiert. Zorgvuldig orchestreert 'Martin' de sabotageacties waarvan de resultaten door 'Tiepin' en 'Wig Red', een plaatselijke marconist,
doorgeseind worden.
'Martin' wordt in Gavere aangehouden en in opdracht van eerste minister Pierlot op een spectaculaire manier te Gent bevrijd op 15 juli 1944.
Ook 'Tiepin' plukt de vruchten van zijn geheim werk niet. Op de vooravond van de bevrijding bezwijkt hij onder de laatste Duitse
kogels die te Bachte-Maria-Leerne afgevuurd worden.
Marc Verschooris (°1956) is sinds 1981 leraar in het provinciaal onderwijs. Sinds 1995 is hij praktijklector toegepaste informatica aan de
Hogeschool Gent. Hij publiceerde over het verzet in Gent: De papegaai is geschoten (1994) en
Wachten op de maan van mei (2000).
Voor laatstgenoemd werk kreeg hij in 2003 de Provinciale Prijs voor Heemkunde. In mei 2005 voltooide hij het slot van de trilogie
Schrijven in de schaduw van de dood - over thuiskomen, opduiken en achterblijven 1940-1955. In dit werk werd vooral de nadruk gelegd op de studie van de joodse bevolking van de stad Gent onder de bezetting tijdens WO II. Deze laatste publicatie werd mogelijk gemaakt door de financiële steun van de Provincie Oost-Vlaanderen die eveneens een gelijknamige tentoonstelling organiseerde in het Caermersklooster te Gent (13 mei - 26 juni 2005).
Op dit ogenblik werkt de auteur met dr. Yves Louis aan een studie over de artsen tijdens Wereldoorlog II. Naast de werking van de Oorlogsorde in België wensen ze vooral aandacht te besteden aan de oprichting van deze corporatistische verenigingen in een Europese context. In een eerste fase willen ze, aan de hand van artikelen, aantonen hoe sommige verraderlijke ideologische standpunten hun wortels hebben in de fascistische collaboratie met de nazi-bezetter tijdens W.O. II. Ze zijn van mening dat het belangrijk is te onderstrepen dat velen toen niet gezwicht zijn voor het fascistische ideeëngoed. Dat ze hierbij dokter André Wynen in gedachten hebben, verzetsman en overlevende van Breendonk en Buchenwald en stichter en gewezen voorzitter van de Syndicale Artsenkamers, hoeft zeker geen betoog. Dr. Y. Louis is diensthoofd kindergeneeskunde en secretaris-generaal van de Belgische Vereniging van Artsensyndicaten BVAS.