|
|
|
Techniek van de Staatsgreep (Curzio Malaparte) |
|
|
|
|
Sunday 05 October 2008 |
 |
Titel Techniek van de Staatsgreep
Orig. Tecnica del colpo di Stato © Arnoldo Mondadori Ed. S.p.A., Milano, 1983
Auteur Curzio Malaparte
Uitgeverij © Uitgeverij A. Manteau n.v.; 1987; 218 bladzijden
ISBN 90 223 1056 6
|
Synopsis
Voorwoord van de vertalers Frans Denissen en Peter Westerlaken [blz. 5-9]
Afbeelding
hiernaast: Curzio Malaparte als soldaat tijdens de Tweede Wereldoorlog
Curzio Malaparte, pseudoniem van Kurt Erich Suckert, wordt op 9 juni 1898 in de Toscaanse textielstad Prato geboren uit een
Duitse vader en een Italiaanse moeder. Hij wordt tijdens zijn eerste levensjaren uitbesteed bij het arbeidersgezin Baldi, maar op dertienjarige leeftijd
ingeschreven in het sjieke Cicognini-college. Reeds als scholier wordt hij lid van de republikeinse partij en in 1914 1oopt hij van huis weg om zich aan te
sluiten bij het anarchosyndicalistische vrijwilligerslegioen van Peppino Garibaldi, dat aan de zijde van de Fransen tegen de Duitsers vecht. Nadat Italië
in 1915 de Duits-Oostenrijkse alliantie de oorlog heeft verklaard, meldt hij zich daar als vrijwilliger en vecht tot 1918 aan het front. In 1919
1eidt hij het Italiaanse persbureau bij de vredesonderhandelingen in Versailles en nog datzelfde jaar wordt hij als cultureel attaché van zijn land naar
Warschau gestuurd, waar hij de bolsjevistische bezetting meemaakt.
In 1921 keert hij naar Italië terug, waar hij medewerker wordt van het futuristische tijdschrift Plastische waarden en zijn oorlogservaringen neerlegt
in het pamflet Leve Caporetto! (naar de plaats waar het Italiaanse leger door massale desertie een verpletterende nederlaag leed), dat wegens zijn
antipatriottische en demystificerende toon verscheidene malen in beslag wordt genomen. In 1922 keert hij de republikeinse partij de rug toe en wordt lid van
de fascistische partij, waarin hij zich vooral met vakbondswerk bezighoudt. In 1924 richt hij het tijdschrift De verovering van de staat op, dat de stellingen
van de `revolutionaire' vleugel van het fascisme verwoordt, en in 1925 ondertekent hij het `Manifest van de fascistische intellectuelen'. In datzelfde
jaar publiceert hij Barbaars Italië bij de antifascistische uitgever Gobetti, die in de inleiding schrijft dat hij `het boek van een vijand'
uitgeeft.
In 1926 wordt zijn onvrede met de weg die het fascisme inslaat voor het eerst duidelijk: hij begint aan Don Camaleo, de roman van een kameleon,
een nauwelijks verholen satire op Mussolini, die pas in 1946 in boekvorm zal verschijnen. In 1929 wordt hij journalist bij het dagblad La Stampa,
waarvoor hij naar de Sovjet-Unie wordt gestuurd waar hij o.m. Majakovski, Gorki en Stalin ontmoet. In diezelfde jaren schrijft hij de
Techniek van de Staatsgreep. Omdat hij ervan overtuigd is dat het door de Italiaanse censuur zal worden verboden, publiceert hij in 1931 het
in Franse vertaling in Parijs (Technique du coup d'Etat). Dit boek betekent de internationale doorbraak van Malaparte, maar samen met een gelijktijdig
gepubliceerde satire op Mussolini's rechterhand Balbo maakt het tevens een einde aan zijn reeds gecompliceerde verhouding met het fascisme: in 1933 wordt hij
uit de partij gestoten en op persoonlijk bevel van Mussolini gearresteerd. Hij wordt veroordeeld tot vijf jaar internering op het eilandje Lipari, en slechts
door de bemoeienissen van zijn vriend Galeazzo Ciano, schoonzoon van Mussolini, krijgt hij na een jaar toestemming om zich eerst op Ischia
en daarna in Forte dei Marmi te vestigen. Intussen blijft hij echter, onder allerlei pseudoniemen, meewerken aan periodieken en schrijft hij de verhalenbundels
Vluchten in de gevangenis (1936), Bloed (1937) en Vrouw als ik (1940).
In 1939 wordt hij - onder politiebegeleiding - correspondent van de Corriere della Sera in het door Italië bezette Ethiopië en bij het uitbreken van de
Tweede Wereldoorlog wordt hij opnieuw opgeroepen voor de militaire dienst. Zijn activiteit als officier voert hem naar verscheidene fronten: Frankrijk, Rusland,
Polen, Finland en Duitsland. De ervaringen die hij daar opdoet, zullen later worden neergelegd in Kaputt (1944), waarin hij definitief met het fascisme
afrekent. Hij vraagt het lidmaatschap van de Communistische Partij aan en stuurt Togliatti daartoe een uitgebreid autobiografisch memorandum. In 1944 sluit
hij zich als verbindingsofficier aan bij de geallieerde troepen die oprukken naar het noorden. Verscheidene malen wordt hij echter op grond van zijn fascistische
verleden aangehouden en gevangengezet. Uit zijn ervaringen in Italië aan het einde van de oorlog zal in 1949 De huid ontstaan, dat zowel in Napels
(de stad waar het boek speelt) als daarbuiten als schandalig, immoreel en antipatriottisch wordt aangemerkt en door de Kerk op de index wordt geplaaatst.
Malaparte is dan al naar Parijs uitgeweken, omdat hij in het naoorlogse ideologische en culturele klimaat van Italië in het isolement is verzeild. Hij werkt
aan theaterprodukties, gedichten en, als hij naar Capri is teruggekeerd, aan een film (De verboden Christus), die zoals zijn andere werken een storm
van polemieken, kritieken en tegenstrijdige beoordelingen verwekt. Vervloekte Toscaners, zijn laatste grote prozawerk, kent een overweldigend
publiekssucces. Op uitnodiging van de respectieve regeringen reist hij naar Rusland en China, maar in Peking wordt hij door een tumor geveld en naar Italië
teruggevlogen. Na een lang ziekbed sterft hij op 19 juli 1957, als lid van de republikeinse en communistische partij en volgens sommigen op het laatste moment
bekeerd tot bet katholicisme.
Afbeelding
hiernaast: boekomslag van de oorspronkelijke Italiaanse uitgave uit 1983. Het boek werd echter voor het eerst in 1931 in de franse taal uitgebracht als Technique du coup d'Etat
Curzio Malaparte is misschien wel een schoolvoorbeeld van een bepaald type van Italiaanse intellectueel dat door sommige critici als `kameleontisch' is
omschreven (een adjectief dat hij op zijn beurt op Mussolini plakte), en waarvan figuren als Gabriele D'Annunzio en Giovanni Papini vóór hem en
misschien wel Pier Paolo Pasolini na hem andere voorbeelden vormen. Het volstaat een blik te werpen op zijn politieke carrière: republikein, fascist,
antifascist, communist en misschien op zijn sterfbed - al kan het hier ook om postume christendemocratische manipulatie gaan - katholiek. Maar in welke partij
hij ook militeert, steeds is hij een lastig en anticonformistisch militant die door zijn extreme stellingnamen voortdurend conflicten uitlokt. Hetzelfde geldt
overigens voor zijn literaire ideologie, die door de meest verbazingwekkende contrasten wordt gekenmerkt: nu eens futurist en voorvechter van aansluiting van
Italië bij de grote Europese avantgardebewegingen, dan weer regionalist en traditionalist. Beoefenaar ook van de meest uiteenlopende genres: van het pamflet
tot de roman, van het toneel tot de satirische poezië, met excursies in het cabaret en de film. Plus een niet van exhibitionisme gespeende drang om bij
geen enkele maatschappelijke discussie afwezig te zijn, om ten aanzien van om het even welk fenomeen van politieke, filosofische of artistieke aard publiekelijk
een standpunt in te nemen en bovendien ook nog geregeld te schitteren in de faits-diversrubrieken (het aantal duels en schandaalverwekkende liefdesavontuurtjes
is bij Malaparte, zoals bij D'Annunzio, niet te tellen). Misschien valt er in heel die frenetieke activiteit - zoals bij zovelen van zijn generatiegenoten -
slechts één constante te ontdekken: een panische angst voor het centrum, voor de gematigdheid en de `kruideniersmentaliteit' van die kleine
burgerij waarvan hij zelf een telg is. In het specifieke geval van Malaparte voegt zich daarbij nog zijn gemengde Duits-Italiaanse afkomst, waardoor hij zijn
gehele leven tussen de twee polen van het internationalisme en het regionalisme zal worden geslingerd en - paradoxaal genoeg - een tijdlang alleen nog in
het Frans wil schrijven.
Techniek van de staatsgreep is in dit opzicht een emblematisch werk. Het ontstaat in een periode waarin geheel Europa, na de economische
ineenstorting van 1929, aan de grootste verwarring ten prooi is, waarin overal de parlementaire democratieën door snel groeiende linkse en rechtse
extremistische bewegingen worden aangevallen of uitgehold en waarin de eerste voortekenen van een naderend Europees conflict reeds zichtbaar worden. Het
is geschreven door een intellectueel die in de voorgaande jaren actief aan een aantal van die verschijnselen heeft meegewerkt, die een aantal andere ervan
persoonlijk en met een open blik heeft waargenomen, en die er nu kritisch over reflecteert. Maar het wil niet alleen een reflectie zijn, het wil tegelijk een
provocatie zijn. In de eerste plaats aan Mussolini en de andere bonzen van het fascisme, dat zich na een (schijnbaar) revolutionaire periode gestabiliseerd
en tot een autoritair en totalitair regime getransformeerd heeft, waarin de anarchist die Malaparte fundamenteel is, zich steeds onbehaaglijker gaat voelen.
In de tweede plaats wil het een uitdaging zijn aan al die revolutionaire bewegingen in Europa, die een autoritaire involutie na de verovering van de
macht niet in hun programma hebben ingecalculeerd.
Als provocatie heeft bet boek ongetwijfeld effect gesorteerd: in Italië leverde het Malaparte die royering en arrestatie op die in het inleidende hoofdstuk
worden beschreven; in het buitenland (het werd, behalve in het Frans, ook zeer snel vertaald in het Duits en Engels) bleef het in geen enkele belangrijke
politieke publikatie onbesproken en werd het door sommigen de hemel in geprezen en door anderen tot op de grond afgebroken. Het leverde Malaparte onder meer
een paar woedende telegrammen van Trotski op. In Duitsland werd het eerst door het Antinazistisch Democratisch Front als verkiezingspropaganda gebruikt en na
het aan de macht komen van Hitler in het openbaar verbrand.
Dat het boek ook ruim een halve eeuw later de lezer nog vermag te boeien, heeft met twee dingen te maken: het karakter van direct witness van een van de
boeiendste periodes uit de recente Europese geschiedenis en de grote stilistische kwaliteiten. De beschrijving van het door het Rode Leger omsingelde Warschau,
bijvoorbeeld, kondigt al de meest magistrale bladzijden van Kaputt en De huid aan, en het sarcastische portret dat van de persoon van
Hitler wordt geschetst doet denken aan wat Chaplin jaren later in The great dictator
zal doen. En dan is er natuurlijk die geniale intuitie: dat Hitler de meest extreme vleugel van zijn partij op bloedige wijze zou elimineren en vervolgens
met de medeplichtigheid van de burgerlijke partijen aan de macht zou komen. Wat, enige jaren later, punctueel is geschied.
|
|
|
Laatst geupdate op ( Wednesday 12 November 2008 )
|
|
|